Arbeidsomstandighedenbesluit

Arbo

Huidige tekst

Artikel 4.2 Arbo

Geldt sinds 1 januari 2019

Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen 1 Indien werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, ongeacht of met deze stoffen daadwerkelijk arbeid wordt of zal worden verricht, worden, in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, de aard, de mate en de duur van die blootstelling beoordeeld teneinde de gevaren voor de werknemers te bepalen. 2 Met betrekking tot de aard van de blootstelling wordt in ieder geval vastgesteld aan welke gevaarlijke stoffen werknemers worden of kunnen worden blootgesteld, wat de gevaren zijn die aan die stoffen zijn verbonden, in welke situaties blootstelling zich kan voordoen en op welke wijze blootstelling kan plaatsvinden. 3 Met betrekking tot de mate van blootstelling aan gevaarlijke stoffen wordt in ieder geval vastgesteld wat het blootstellingniveau is. 4 Voor het doeltreffend vaststellen van het blootstellingniveau wordt gebruik gemaakt van geschikte, genormaliseerde meetmethodes, dan wel andere voor het doel geschikte meetmethodes of kwantitatieve evaluatiemethodes. 5 Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a.de informatie over de veiligheid en gezondheid die door de leverancier van een gevaarlijke stof bij of krachtens wettelijk voorschrift moet worden verstrekt, alsmede de voor de risico-evaluatie noodzakelijke aanvullende informatie van de leverancier of uit andere gemakkelijk toegankelijke bronnen; b.de omstandigheden tijdens werkzaamheden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, waaronder begrepen de hoeveelheid gevaarlijke stoffen waaraan werknemers worden of kunnen worden blootgesteld; c.de redelijkerwijs voorzienbare gebeurtenissen die kunnen leiden tot een aanzienlijke toename van de mate van blootstelling ook indien er preventieve maatregelen zijn getroffen; d.de effectiviteit van de genomen of te nemen preventiemaatregelen; e.voor zover van toepassing, de resultaten van de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld in de artikelen 4.10a en 4.10b. 6 Indien sprake is van verschillende gevaarlijke stoffen, wordt de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, gebaseerd op het risico dat die gevaarlijke stoffen in combinatie opleveren. 7 De in het eerste lid bedoelde mate van blootstelling wordt overeenkomstig het vierde lid getoetst aan de voor de betrokken stof vastgestelde grenswaarde. 8 De beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt regelmatig herzien, in ieder geval indien wordt aangevangen met nieuwe werkzaamheden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken en voorts wanneer gewijzigde omstandigheden of de resultaten van de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld in de artikelen 4.10a en 4.10b, hiertoe aanleiding geven. 9 De gevaarlijke stoffen, bedoeld in het tweede lid, worden opgenomen in een overzicht dat bij de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, wordt gevoegd. Daarbij wordt per gevaarlijke stof een specifieke verwijzing opgenomen naar een voor die stof aanwezig Veiligheidsinformatieblad als bedoeld in artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PbEU 2006, L 39). 10 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:653Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2018 (strafrecht)

    Conclusie AG. Milieuzaak. Asbest in verbouwde kippenstallen; in de grond brengen van puin. Middelen over 1. feit van algemene bekendheid, 2. rekening houden met aanwezigheid asbest, 3. invulling…

  • ECLI:NL:PHR:2016:735Parket bij de Hoge Raad, 14 juni 2016 (strafrecht)

    OM-cassatie. Economische zaak. Slopen asbest en Arbeidsomstandighedenwet. Falende bewijsklachten i.v.m. het toerekenen van verboden gedraging aan de rechtspersoon. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:181Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 januari 2026 (strafrecht)

    Het hof veroordeelt de verdachte en de medeverdachte voor het feitelijk leidinggeven aan het overtreden van voorschriften op het gebied van arbeidsomstandigheden door een rechtspersoon die zijn…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:182Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 januari 2026 (strafrecht)

    Het hof veroordeelt de verdachte en de medeverdachte voor het feitelijk leidinggeven aan het overtreden van voorschriften op het gebied van arbeidsomstandigheden door een rechtspersoon die zijn…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:2606Rechtbank Noord-Holland, 12 maart 2025 (bestuursrecht)

    Verzoekster heeft verzocht om een voorlopige voorziening connex aan het bezwaar gericht tegen het onmiddellijk stilleggen van door verzoekster uitgevoerde sloopwerkzaamheden en tegen aan verzoekster…

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:2123Rechtbank Noord-Nederland, 3 juni 2024 (civiel recht)

    werkgeversaansprakelijkheid, zorgplicht werkgever geschonden, gezondheidsschade werknemer door blootstelling aan fijnstof en roet werkgever aansprakelijk voor gezondheidsschade. Verwijzing…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:600Rechtbank Rotterdam, 1 februari 2023 (strafrecht)

    Verweren over geldigheid dagvaarding verworpen. Officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van het tenlastegelegde handelen in strijd met artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:601Rechtbank Rotterdam, 1 februari 2023 (strafrecht)

    Officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van het tenlastegelegde handelen in strijd met artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet wegens verjaring. Verdachte rechtspersoon wordt…

27 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.