Huidige tekst
Artikel 3.11 Arbo
Vloeren, muren en plafonds van arbeidsplaatsen 1 Vloeren van arbeidsplaatsen zijn zo veel mogelijk vrij van oneffenheden en gevaarlijke hellingen en zijn voorts zo veel mogelijk vast, stabiel en stroef. 2 Het oppervlak van vloeren, muren en plafonds van arbeidsplaatsen is zodanig, dat deze ten behoeve van de hygiëne op de arbeidsplaats kunnen worden schoongemaakt en onderhouden. 3 Besloten ruimten waar arbeid wordt verricht zijn, rekening houdend met de aard van de werkzaamheden en de te leveren fysieke belasting, voldoende thermisch geïsoleerd. 4 Transparante of lichtdoorlatende wanden van arbeidsplaatsen zijn, voor zover mogelijk in verband met de aard van de arbeidsplaats: a.duidelijk gemarkeerd en van veiligheidsmateriaal vervaardigd, of b.op een zodanige wijze aangebracht of afgeschermd dat de werknemers niet gewond kunnen raken.