Algemene wet gelijke behandeling

AWGB

Huidige tekst

Artikel 5 AWGB

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Onderscheid is verboden bij: a. de aanbieding van een betrekking en de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking; b arbeidsbemiddeling; c. het aangaan en het beëindigen van een arbeidsverhouding; d. het aanstellen of ontslaan van personen, op wie artikel 3 van de Ambtenarenwet 2017 van toepassing is en het aanstellen of ontslaan van ambtenaren als bedoeld in de Ambtenarenwet BES; e. arbeidsvoorwaarden; f. het laten volgen van onderwijs, scholing en vorming tijdens of voorafgaand aan een arbeidsverhouding; g. bevordering; h. arbeidsomstandigheden.

  2. 2

    Het eerste lid laat onverlet dat: a.een instelling op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag, b.een instelling van bijzonder onderwijs, of c.een instelling op politieke grondslag, ten aanzien van personen die voor haar werkzaam zijn onderscheid mag maken op grond van godsdienst, levensovertuiging of politieke gezindheid, voor zover deze kenmerken vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteit of de context waarin deze wordt uitgeoefend een wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd beroepsvereiste vormen, gezien de grondslag van de instelling. Een zodanig onderscheid mag niet verder gaan dan passend is, gelet op de houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de instelling die van de voor haar werkzame personen mag worden verlangd, en mag niet leiden tot onderscheid op een andere in artikel 1 genoemde grond, onverminderd artikel 2, eerste lid.

  3. 2a

    Het eerste lid laat tevens onverlet de vrijheid van gemeenten om onderscheid te maken op grond van godsdienst of levensovertuiging ten aanzien van een ambtenaar of buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand die in de uitoefening van zijn ambt onderscheid maakt, tenzij het door hem gemaakte onderscheid is gebaseerd op een algemeen verbindend voorschrift.

  4. 3

    Het eerste lid is niet van toepassing indien: a.de werkverhouding een privékarakter heeft, b.het verschil in behandeling berust op een kenmerk dat verband houdt met godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat, en c.dat kenmerk vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteit of de context waarin deze wordt uitgeoefend, een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste vormt, mits het doel legitiem is en het vereiste evenredig is aan dat doel.

  5. 4

    Het eerste lid is niet van toepassing op eisen met betrekking tot de politieke gezindheid die in redelijkheid kunnen worden gesteld in verband met de vervulling van functies in bestuursorganen en adviesorganen.

  6. 5

    Het eerste lid is niet van toepassing op eisen met betrekking tot de politieke gezindheid die in redelijkheid kunnen worden gesteld in verband met de vervulling van vertrouwensfuncties.

  7. 6

    Het eerste lid, onderdeel e, is niet van toepassing op onderscheid op grond van burgerlijke staat met betrekking tot nabestaandenpensioen-voorzieningen en met betrekking tot aanspraken op pensioen die vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de wet van 21 december 2000, houdende wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten in verband met het recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen (Stb. 625), zijn opgebouwd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:320Hoge Raad, 21 februari 2025 (arbeidsrecht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. Regeling in cao voor het middelbaar beroepsonderwijs over samenloop 'overige dagen' met zwangerschaps- en bevallingsverlof. Ongeoorloofd onderscheid…

  • ECLI:NL:PHR:2024:638Parket bij de Hoge Raad, 17 september 2024 (arbeidsrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. Bepaling in cao Middelbaar Beroepsonderwijs over samenloop zwangerschaps- en bevallingsverlof met ‘werkbare dagen’ waarop niet hoeft te worden…

  • ECLI:NL:PHR:2022:846Parket bij de Hoge Raad, 23 september 2022 (civiel recht)

    Uitzendbeding. Is het cao-uitzendbeding dat in veel uitzendovereenkomsten is opgenomen rechtsgeldig, voor zover het leidt tot onmiddellijke beëindiging van de uitzendovereenkomst bij ziekte van de…

  • ECLI:NL:HR:2020:1748Hoge Raad, 6 november 2020 (arbeidsrecht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. Cao-bepalingen Voortgezet Onderwijs over samenloop vakantieverlof met zwangerschaps- en bevallingsverlof. Ongeoorloofd onderscheid tussen mannelijke en…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:19487Rechtbank Den Haag, 28 oktober 2025 (arbeidsrecht)

    Opzegging van een arbeidsovereenkomst binnen proeftijd. Werknemer heeft feiten aangevoerd die doen vermoeden dat het proeftijdontslag is gegeven omdat werknemer vanuit zijn geloofsovertuiging niet de…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:11085Rechtbank Noord-Holland, 26 september 2025 (arbeidsrecht)

    In deze zaak gaat het om de vraag of het ontslag van een werknemer tijdens de proeftijd verboden onderscheid oplevert. De kantonrechter wijst de verzochte vergoedingen toe omdat de opzegging is…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:13667Rechtbank Den Haag, 25 juli 2025 (arbeidsrecht)

    Partnerpensioen. Homoseksuele gerichtheid. Onderscheid naar burgerlijke staat. Indirecte discrimininatie. Hardheidsclausule.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:4923Rechtbank Amsterdam, 9 juli 2025 (verbintenissenrecht)

    Overheidsrechter onbevoegd omdat tussen partijen een arbitragebeding is overeengekomen. Dit is eerder in diverse uitspraken vastgesteld door andere overheidsrechters, waaronder uitspraken met gezag…

61 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.