Algemeen militair ambtenarenreglement

AMAR

Huidige tekst

Artikel 24 AMAR

Geldt sinds 24 november 2018

Bevordering 1 Bij koninklijk besluit geschiedt de bevordering van: a.een militair met een rang beneden de rang van luitenant ter zee der derde klasse/tweede luitenant tot een officiersrang; b.een militair die een officiersrang bekleedt; c.een lid van het Koninklijk Huis; d.een militair die behoort tot het Militaire huis van Zijne Majesteit de Koning; e.een militair tot de rang van commandeur/brigadegeneraal/commodore of tot een hogere rang. 2 De bevoegdheid tot de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde bevordering kan bij koninklijk besluit aan Onze Minister worden toegekend. 3 De overige bevorderingen geschieden door Onze Minister. 4 Aan de militair die een functie is toegewezen waaraan een hogere rang is verbonden dan de rang die hij bekleedt, wordt met ingang van de datum van ingang van functievervulling die hogere rang toegekend. Het toekennen van die rang kan tevens, voor een korte periode van voorbereiding, daaraan voorafgaand geschieden. 5 In afwijking van het vierde lid kan aan de militair in bijzondere gevallen tijdelijk een hogere rang worden toegekend dan die welke hij bekleedt indien: a.het gewenste optreden van de militair daartoe noodzaakt en het optreden een wezenlijk onderdeel uitmaakt van de functie b. de militair wordt ingezet in het kader van een vredesoperatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, en hij niet voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 19. 6 De in het vijfde lid bedoelde militair keert van rechtswege terug tot de rang of klasse die hij daarvoor bekleedde indien de reden tot het toekennen van de hogere rang vervalt. 7 De navolgende bevorderingen kunnen geschieden in afwijking van het vierde lid: a.bij de Koninklijke marine: de bevorderingen in de stand van matroos en de bevordering van de luitenant ter zee der derde klasse tot luitenant ter zee der tweede klasse; b.bij de Koninklijke landmacht: de bevorderingen in de stand van soldaat, de bevordering van korporaal tot korporaal der eerste klasse, de bevordering van sergeant/wachtmeester tot sergeant/wachtmeester der eerste klasse en de bevordering van tweede luitenant tot eerste luitenant; c.bij de Koninklijke luchtmacht: de bevorderingen in de stand van soldaat, de bevorderingen van korporaal tot korporaal der eerste klasse, de bevordering van sergeant tot sergeant der eerste klasse en de bevordering van tweede luitenant tot eerste luitenant; d.bij de Koninklijke marechaussee: de bevorderingen in de stand van marechaussee der vierde en derde klasse; de bevordering van marechaussee der tweede klasse tot marechaussee der eerste klasse, de bevordering van de wachtmeester tot wachtmeester der eerste klasse en de bevordering van tweede luitenant tot eerste luitenant. 8 Indien een militair die een rang tijdelijk bekleedt, overlijdt, wordt hij geacht de tijdelijke rang effectief te hebben bekleed op het tijdstip van zijn overlijden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2022:144Centrale Raad van Beroep, 20 januari 2022 (ambtenarenrecht)

    De Raad stelt vast dat aan appellanten nimmer een functie is toegewezen waaraan een hogere rang is verbonden dan de rang van [rang A]. Dit is ook niet in geschil. In zoverre biedt artikel 24, vierde…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:165Centrale Raad van Beroep, 28 januari 2021 (ambtenarenrecht)

    Appellant heeft aangevoerd dat het door de rechtbank als hoofdregel aangemerkte artikel 24b, derde lid, aanhef en onder a, van het AMAR ondergeschikt is aan de hoofdregel van artikel 24, vierde lid…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:41Centrale Raad van Beroep, 11 januari 2021 (ambtenarenrecht)

    Verzoek om de periode van ervaringsopbouw voor bevordering tot sergeant der eerste klasse te vermeerderen met 29 maanden, zijnde de periode dat hij werkzaam is geweest als tijdelijk sergeant zodat…

  • ECLI:NL:CRVB:2020:1516Centrale Raad van Beroep, 16 juli 2020 (ambtenarenrecht)

    1) Dienverplichting terecht niet verkort. Geen aanleiding voor het oordeel dat de staatssecretaris appellant niet kan houden aan de aan hem bij aanvang van de opleiding bekend gemaakte duur van de…

  • ECLI:NL:CRVB:2019:2407Centrale Raad van Beroep, 18 juli 2019 (ambtenarenrecht)

    Vaststelling ingangsdatum toewijzing functie. Appellant had zelf een verzoek kunnen indienen om toekenning van een tijdelijk hogere rang vanwege het verrichten van de tijdelijke werkzaamheden als…

  • ECLI:NL:CRVB:2019:1444Centrale Raad van Beroep, 18 april 2019 (ambtenarenrecht)

    Afwijzing verzoek voor wat betreft de duur van de dienverplichting, en voor wat betreft de ingangsdatum van de bevordering tot tweede luitenant. Gezien de ratio van de dienverplichting acht de Raad…

  • ECLI:NL:RBDHA:2018:3850Rechtbank Den Haag, 4 april 2018 (ambtenarenrecht)

    Vertraging in opleiding vlieger. Het uit rendementsoverwegingen niet verkorten van de dienverplichting is niet onredelijk.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:2137Centrale Raad van Beroep, 15 juni 2017 (ambtenarenrecht)

    Deze uitspraak is gerectificeerd met ECLI:NL:CRVB:2018:450. De gerectificeerde tekst is opgenomen in ECLI:NL:CRVB:2017:4513, onderstaande tekst is niet meer geldig.

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.