Algemeen militair ambtenarenreglement

AMAR

Huidige tekst

Artikel 134 AMAR

Geldt sinds 2 augustus 2006

Kleding 1 De militair in werkelijke dienst is verplicht tijdens de voor hem vastgestelde werktijden het voor hem vastgestelde uniform te dragen. De vaststelling van het uniform geschiedt, voor zover Wij Ons dat niet hebben voorbehouden, door de commandant operationeel commando. 2 Het kan de militair die al dan niet in werkelijke dienst verblijft door de commandant operationeel commando worden toegestaan onder bepaalde omstandigheden het uniform al dan niet te dragen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2025:1422Centrale Raad van Beroep, 25 september 2025 (ambtenarenrecht)

    Afwijzing verzoek van appellant om het buitenlands onderscheidingsteken van de Orde van Rizal uit de Filipijnen op zijn militair uniform te mogen dragen terecht. Bevoegdheid minister. Uitvoering…

  • ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1833Rechtbank 's-Gravenhage, 4 september 2003 (civiel recht)

    (...) Gelet op de door gedaagde niet betwiste reputatie van het Korps Commandotroepen en de belangrijke rol die binnen dat Korps aan de groene baret wordt toegekend, had raadpleging van het Korps en…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.