Aanhef
De raad van de gemeente Drimmelen;
gelezen het voorstel van het college van 18 november 2025:
gelet op:
-de artikelen 2.1.3, 2.1.4 lid 1,2,4 en 7, 2.1.5 lid 1, 2.1.6, 2.3.6 lid 4 en 2.6.6 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
-de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 lid 4 van de Jeugdwet;
-de artikelen 6, tweede lid, 8, 8a, 8b, 10b, vijfde lid, en 47 van de Participatiewet;
-artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
-artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
-artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs;
-artikel 4 van de Wet op de expertisecentra;
-artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
-artikel 13 tot en met 17, 22, 23 en 26 van de Wet Inburgering 2021 en
-de artikelen 121, 122, 147 en 150 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de Integrale verordening sociaal domein gemeente Drimmelen 2025:
Hoofdstuk 2. Hulpvraag
2.1 Melding bij de gemeente
2.1.1
[Wmo]
1Wij bevestigen uw hulpvraag meestal per brief of e-mail. In de bevestiging kunnen wij u uitnodigen voor een gesprek met een medewerker. In die uitnodiging staat:
a.waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek zal gaan;
b.informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen van een (onafhankelijke) cliëntondersteuner;
c.informatie over de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen. In dit plan legt u uit hoe uw persoonlijke situatie is en wat u wilt bereiken met uw hulpvraag.
2In sommige situaties kunnen we afzien van een gesprek.
3We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
2.1.2 Gegevens
[Wmo, PW, IOAW, IOAZ,]
Wij verzamelen alle gegevens over uw situatie die nodig zijn voor uw hulpvraag. Soms hebben we gegevens nodig die we niet zelf hebben of kunnen inzien. Dan vragen wij u, om die ontbrekende gegevens binnen een redelijke termijn bij ons aan te leveren. Bij de uitnodiging voor het gesprek maken we duidelijk welke gegevens dat zijn. We geven in deze uitnodiging ook aan binnen welke termijn u deze gegevens moet indienen.
2.2 Het gesprek
2.2.1. Inhoud gesprek
[Wmo]
1In het gesprek onderzoeken wij:
a.uw behoefte: wat is er nodig om het gewenste effect te bereiken?
b.uw persoonlijke situatie: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect?
c.uw eigen (on)mogelijkheden: (hoe) kunt u zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem?
d.uw omgeving: welke hulp kan uw sociale netwerk of kunnen andere organisaties bieden?
2Wij informeren u over de (on)mogelijkheden van de gemeente om uw persoonlijke situatie te verbeteren. Als u een hulpvraag doet informeert de medewerker u ook over de mogelijkheden van een persoonsgebonden budget (pgb). Wij betrekken deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag als dat passend is in uw situatie.
3Wij informeren u over het vervolg.
4In het kader van de hulpvraag bent u verplicht om persoonsgegevens en documentatie te verstrekken.
2.4 Aanvraag
2.4.1 Aanvraag van een voorziening
[Wmo]
1Vraagt u om ondersteuning-op-maat (Wmo) dan kunnen we de hulp toekennen in de volgende situatie:
a.U heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. U kunt dit effect ook niet bereiken met:
•hulp van huisgenoten;
•hulp vanuit uw sociale netwerk;
•behulp van andere voorzieningen of organisaties; en
b.De voorziening past bij het door u gewenste effect en persoonlijke situatie.
2De voorziening is voldoende in inzet en kwaliteit, zodat u het gewenste effect kunt bereiken.
3We kunnen nadere regels stellen over voorzieningen die op grond van de Wmo beschikbaar zijn.
2.4.2 Eigen kracht en gebruikelijke hulp
[Wmo]
1U komt, binnen de gestelde kaders, in aanmerking voor ondersteuning-op-maat als uzelf geen oplossing kan vinden voor de hulpvraag met gebruikelijke hulp.
2Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van:
a.de inwonende echtgenoot
b.inwonende ouders
c.inwonende kinderen
d.of andere huisgenoten
Het is de normale, dagelijkse hulp die huisgenoten elkaar onderling moeten bieden, omdat ze samen een duurzaam huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar.
3Wij maken bij de beoordeling of de (gebruikelijke) hulp van de huisgenoot verwacht mag worden onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties:
a.Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt. Het gaat hierbij over een periode van maximaal zes maanden in één jaar.
b.Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de hulp bij de zelfredzaamheid en/of participatie langer dan zes maanden nodig is.
4Wij verwachten van huisgenoten dat zij in kortdurende situaties de benodigde hulp bieden. Het gaat hierbij ook om hulp die meer omvat dan alleen de gangbare gebruikelijke hulp.
5Wij verwachten van huisgenoten dat zij in langdurende situaties de gebruikelijke hulp bieden. Wat gebruikelijke hulp is, wordt bepaald aan de hand van de onderdelen 6, 7 en 8 van dit artikel.
6Bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties houden wij in ieder geval rekening met de volgende factoren betreffende de cliënt:
a.De aard van de relatie met de huisgenoot
b.De mate van hulp die cliënt nodig heeft
c.De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit
d.De mate van planbaarheid van de hulp
e.De behoeften en mogelijkheden van de cliënt
7Bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties houden wij in ieder geval rekening met de volgende factoren betreffende de huisgenoot:
a.De leeftijd van de huisgenoot
b.De woonsituatie
c.De beschikbaarheid om de hulp te bieden
d.De kennis, kunde en leerbaarheid van de huisgenoot om de noodzakelijke hulp te bieden
e.De lichamelijke en mentale belastbaarheid van de huisgenoot
f.Of er sprake is van problematiek bij de huisgenoot (zoals relationele problemen of schulden)
g.Welke verplichtingen de huisgenoot heeft, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen
h.Het belang van de huisgenoot om een inkomen uit arbeid te krijgen
i.De vraag of financiële problemen (kunnen) ontstaan door het bieden van de hulp
8Bij de belastbaarheid en bij (dreigende) overbelasting geldt bovendien het volgende:
-Er moet een verband zijn tussen de (dreigende) (over)belasting en de hulp aan de cliënt.
-Als de (over)belasting ziet op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de hulpverlening aan de cliënt om, moet de huisgenoot eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen.
-Bij een aanvraag voor ondersteuning-op-maat bekijken wij wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen.
-Als de (dreigende) (over)belasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de huisgenoot verwacht.
9We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
2.4.3 Beoordelen van uw aanvraag
[Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb]
1Om te bepalen of wij hulp verlenen, nemen we de volgende stappen:
Stap 1: Wij stellen eerst vast wat uw hulpvraag is.
Stap 2: Wij stellen hierna vast welke problemen, beperkingen en/of stoornissen u precies heeft.
Stap 3: Wij bepalen welke hulp, en hoeveel hulp u nodig heeft.
Stap 4: Wij onderzoeken wat u zelf kunt doen om uw probleem op te lossen (eigen kracht). Wij betrekken hierbij: de hulp van huisgenoten, hulp van anderen uit uw sociale netwerk/sociale omgeving en de inzet van algemene voorzieningen.
Stap 5: Wij bepalen, binnen de gestelde kaders, welke aanvullende hulp u nodig heeft om uw probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken.
2.4.4 Advies
[Wmo, PW, IOAW, IOAZ, AWB]
Bij iedere stap, zoals in artikel 2.4.3 is genoemd, kan de gemeente een (externe) deskundige advies vragen. Dit advies betrekken we bij de beoordeling van uw aanvraag. We stellen u vooraf op de hoogte welke deskundigheid we op welk moment nodig vinden en om advies vragen.
2.4.5 Voorwaarden ondersteuning-op-maat
(Wmo)
1Voor ondersteuning-op-maat gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:
a.Ondersteuning is noodzakelijk om uw vraag te beantwoorden.
b.U bent niet in staat om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. Ook niet met gebruikelijke hulp van huisgenoten, mantelzorg of hulp vanuit het sociale netwerk, met algemeen gebruikelijke voorzieningen of met behulp van andere voorzieningen of organisaties.
c.De ondersteuning past bij het gewenste effect en uw persoonlijke situatie.
d.U woont in de gemeente Drimmelen.
2We verstrekken geen voorziening:
a.als u om het gewenste effect te bereiken een beroep kunt doen op een andere wet;
b.als de voorziening algemeen gebruikelijk is;
c.als u de gevraagde voorziening zelf al aanschaft voordat u een beschikking heeft van de gemeente. Deze regel geldt niet voor een acute noodsituatie.
d.Als er meerdere voorzieningen passend zijn, verstrekken we de goedkoopste adequate voorziening.
e.Het om vervanging gaat van een voorziening die technisch nog niet is afgeschreven.
f.Als u de gevraagde voorziening al eerder van ons heeft ontvangen en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet is verstreken. Dit geldt niet als de voorziening verloren is gegaan terwijl dit niet uw schuld is.
3We verstekken geen woonvoorziening als:
a.de beperkingen komen:
•door de aard van de in de woning gebruikte materialen,
•door slecht onderhoud, of
•doordat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen;
b.u niet woont in de woning waarvoor u de melding doet;
c.u woont in een vakantiewoning, hotel, pension, klooster, trekkerswoning of een tweede woning.
d.het gaat om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten die bij het gebouw horen waarin u woont;
e.de noodzaak voor de voorziening het gevolg is van een verhuizing
•waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie, en
•er geen belangrijke reden voor de verhuizing is;
f.u niet verhuist naar de voor uw beperkingen meest geschikte beschikbare woning. Deze regel geldt niet als we daarvoor vooraf schriftelijk toestemming hebben gegeven;
g.u een indicatie hebt voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg;
h.u de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kan meenemen in de plannen.
i.De voorziening langdurig noodzakelijk is.
2.5 Besluit
2.5.1 Inhoud van het besluit
(Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb)
1Wij stellen u per brief op de hoogte van ons besluit. Als we wel hulp geven, staat in ieder in het besluit in welke vorm we de hulp geven, welke voorwaarden en verplichtingen gelden, motivatie van het besluit en hoe u bezwaar kunt maken. Vormen van hulp zijn:
a.hulp in natura;
b.pgb;
c.geld.
2Geven we hulp in natura, dan staat in het besluit in ieder geval:
a.wat de hulp inhoudt en waarvoor u de hulp krijgt;
b.wanneer de hulp ingaat en hoe lang de hulp duurt;
c.of u een eigen bijdrage moet betalen;
3Geven we hulp in de vorm van een pgb, dan staat in het besluit in ieder geval:
a.waarvoor u het pgb krijgt;
b.hoe hoog het pgb is;
c.wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt;
d.hoe u de besteding van het pgb moet verantwoorden;
e.hoogte van de eventuele eigen bijdrage
4Geven we hulp in de vorm van geld, dan staat in het besluit in ieder geval:
a.voor welk doel we het geld geven;
b.hoeveel geld u krijgt;
c.wanneer we het geld betalen;
d.hoe vaak we het geld betalen;
5Geven we geen hulp, dan staat in het besluit in ieder geval:
a.motivatie waarom we geen hulp geven, en
b.hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit.
2.5.2 Buiten behandeling stellen
Als uw aanvraag niet aan de gestelde voorwaarden voldoet en u heeft de hersteltermijn niet gebruikt (artikel 4:5 van de Awb) dan stellen wij uw aanvraag buiten behandeling.
2.5.3 Verval van recht
Het recht op ondersteuning vervalt als u niet binnen zes maanden na het besluit begint met het gebruiken van de ondersteuning. Dit gebeurt niet als u dit op tijd meldt en als het u niet te verwijten valt. Woningaanpassingen moeten binnen twee jaar na het besluit uitgevoerd worden.
2.5.4 Spoedeisende gevallen
[Wmo]
1Bij een spoedeisend geval krijgt u de (tijdelijke) ondersteuning die nodig is, zonder de normale procedure te volgen.
2Het is een spoedeisende situatie als wij vinden dat de uitkomst van de normale procedure niet afgewacht kan worden.
2.7 Melding hulpvraag
2.7.1. Indienen hulpvraag bij het CJG
[Jeugdwet]
Wanneer een jeugdige en/of ouders/verzorgers hulp nodig hebben, kunnen zij zich melden bij het CJG.
2.7.2 Gegevens
[Jeugdwet]
Wij verzamelen alle gegevens over uw situatie, die nodig zijn voor het gesprek. Wanneer gegevens ontbreken, dan vragen wij u om die binnen een redelijke termijn te geven.
2.8 Aanvraag en gesprek na aanvraag
2.8.1 Eerste brede uitvraag
[Jeugdwet]
Zodra u zich heeft gemeld dan bellen we u om een goed beeld te krijgen van de situatie. Wat is het effect dat u wilt bereiken en wat is uw persoonlijke situatie? Daarna kunnen we een intakegesprek plannen.
2.8.2 Uitnodiging voor (intake)gesprek
[Jeugdwet]
Na melding bij het CJG kunt u een uitnodiging krijgen voor een gesprek met een professional.
In die uitnodiging staat waar en wanneer het gesprek is, wie hierbij mag aansluiten en waarover het gesprek gaat. U kunt gratis hulp van een onafhankelijk cliëntondersteuner krijgen, als u dat wilt.
2.8.3 Aanvraag
[Jeugdwet]
Na de melding en het eerste telefonisch gesprek met de professional, kunt u een aanvraag doen. Dat kan schriftelijk door het aanvraagformulier in te vullen, te ondertekenen en terug te sturen naar het CJG. Of door dit samen in te vullen tijdens het intakegesprek met de professional.
2.8.4 Inhoud gesprek en onderzoek
[Jeugdwet]
1De professional bespreekt welk effect u wil bereiken. We bespreken:
a.uw ondersteuningsvraag: wat is er nodig? Welke behoefte heeft u?
b.uw persoonlijke situatie: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect?
c.uw eigen mogelijkheden (eigen kracht): wat kunt u zelf bijdragen aan de oplossing van uw hulpvraag?
d.uw omgeving: wie willen meedenken of helpen mee bij de ondersteuningsvraag? Hoe kunnen zij bijdragen aan het effect?
e.andere partijen of organisaties die kunnen bijdragen aan het bereiken van het effect?
2De professional informeert u over de mogelijkheden om uw ondersteuningsvraag te beantwoorden. U krijgt informatie over mogelijkheden van een persoonsgebonden budget (pgb). De professional betrekt dit bij het onderzoek naar uw vraag.
3We vragen u om een identificatiedocument van de jeugdige (artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht).
4U geeft aan het CJG alle gegevens en informatie die nodig zijn voor het onderzoek.
2.8.5 Eigen kracht
[Jeugdwet]
1U komt pas in aanmerking voor een individuele voorziening als u zelf geen oplossing kunt vinden voor uw ondersteuningsvraag binnen uw eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder verstaan wij:
-gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders;
-bovengebruikelijke hulp van ouders, voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, als dit geen (dreigende) overbelasting geeft en als hierdoor geen grote problemen in het gezin ontstaan;
-ondersteuning vanuit het sociale netwerk.
2Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht om minderjarige jeugdigen behorende tot hun gezin, te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of ander problematiek heeft. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. We houden ook rekening met gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.
3Om vast te stellen of er sprake van gebruikelijke hulp is, beoordelen wij of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Wij houden daarbij rekening met:
a.de leeftijd van de jeugdige;
b.de mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft;
c.de aard en de duur van de hulp en de nodige ondersteuning van de jeugdige;
d.de mate van planbaarheid van de hulp;
e.de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige.
4Als er sprake is van gebruikelijke hulp, geven wij geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Een (tijdelijke) uitzondering kan er zijn als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen geven. Er moet een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
5Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Wij beoordelen of we van ouders mogen verwachten dat ze deze hulp geven (lid 1).
6Bij de beoordeling bij bovengebruikelijke hulp houden wij rekening met:
a.de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige;
b.de mate van planbaarheid van de hulp;
c.zijn ouders in staat om zelf hulp te bieden;
d.hoe gaan ouders om met de problemen van de jongere;
e.welke verplichtingen hebben de ouders;
f.het belang van ouders om inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen;
g.de woonsituatie;
h.de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden;
i.is er een sociaal netwerk? Wat zijn mogelijkheden en bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of de ouders te ondersteunen;
j.andere persoonlijke omstandigheden van de jeugdige en ouders.
Als a t/m j niet tot problemen leiden bij het verlenen van hulp door de ouders, krijgen zij geen Individuele voorziening tot jeugdhulp.
8Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor ondersteuning bij de nodige hulp aan de jeugdige dan verwachten wij van hen dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning van het sociale netwerk valt onder eigen kracht. Wij verstrekken hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
9Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die de hulp (deels) vergoedt, dan verwachten wij van ouders dat zij deze aanspreken. Wij verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het deel dat niet vergoed wordt.
10We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
2.8.9 Ondersteuningsplan
[Jeugdwet]
1Na het onderzoek maakt de professional een ondersteuningsplan. In het plan staat de onderbouwing van het onderzoek, of ondersteuning-op-maat wel of niet nodig is, om welke ondersteuning-op-maat het gaat en wat de gewenste effecten zijn.
2Tegen een ondersteuningsplan is het niet mogelijk om bezwaar te maken. Bent u het niet eens met het ondersteuningsplan? Geef dit dan bij ons aan. Eventuele opmerkingen komen als bijlage bij het ondersteuningsplan.
2.8.10 Deskundig onderzoek, deskundige toeleiding en beoordeling
[Jeugdwet]
1Bij een aanvraag voor jeugdhulp zetten we voor het onderzoek de benodigde specifieke deskundigheid in. We zorgen ervoor dat de deskundigheid bekend is bij de aanvrager. Het onderzoek vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van SKJ- of BIG-geregistreerde professionals. Als dat nodig is, vragen we extern (medisch) advies.
3De uitvoeringstaken in het kader van de Jeugdwet zijn extern belegd. De besluiten op aanvragen voor jeugdhulp zijn gemandateerd. In deze gevallen zorgen we ervoor dat er geen rolvermenging is bij advisering, gemandateerde besluitvorming en levering van individuele voorzieningen door deze partijen.
4Wat hierboven staat geldt ook voor heronderzoek (artikel 8.1.3 van de Jeugdwet).
2.8.11 Beslistermijn
[Awb, Jeugdwet]
1Wij beslissen zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen acht weken nadat we de aanvraag ontvangen.
2De beslistermijn schorten we schriftelijk op als u onvoldoende gegevens heeft verstrekt. Wij vragen u dan om die ontbrekende gegevens binnen een redelijke termijn te verstrekken.
3De beslistermijn kan verlengd worden als wij meer tijd nodig hebben voor het onderzoek naar uw ondersteuningsvraag.
4Besluiten we niet binnen de vastgestelde termijn? Dan stellen wij een nieuwe redelijke termijn vast waarbinnen we een besluit nemen.
2.9 Beslissing
2.9.1 Inhoud besluit
[Jeugdwet]
1U krijgt een brief met ons besluit. Zo weet u of er wel of geen ondersteuning-op-maat wordt toegekend. Krijgt u ondersteuning-op-maat? Dan staat in de brief of de ondersteuning in natura of in de vorm van een pgb wordt gegeven.
2Krijgt u ondersteuning in natura? Dan staat in het besluit in ieder geval:
a.wat de ondersteuning inhoudt en waarvoor deze bedoeld is (gewenst effect en doelen);
b.wanneer de ondersteuning ingaat en hoelang deze duurt;
c.hoe (en eventueel door wie) de ondersteuning wordt gegeven;
d.welke voorwaarden en verplichtingen gelden voor ondersteuning.
3Krijgt u een pgb? Dan staat in het besluit in ieder geval:
a.waarvoor het pgb bedoeld is (gewenst effect en doelen);
b.welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
c.hoe hoog het pgb is en waarom het deze hoogte heeft;
d.wanneer het pgb ingaat en eindigt;
e.hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt;
f.welke voorwaarden en verplichtingen gelden voor het pgb.
5Krijgt u geen ondersteuning-op-maat? Dan staat in het besluit een toelichting waarom dit zo is.
6In het besluit staat wat u kunt doen in het geval dat u het niet eens bent met het besluit.
2.9.2 Buiten behandeling stellen
[Awb]
Wij kunnen een aanvraag buiten behandeling stellen wanneer de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden en u de hersteltermijn niet benut heeft (artikel 4:5, eerste lid, onder a, van de Awb).
2.9.3 Uitzonderingen
[Jeugdwet]
Jeugdhulp via huisarts, medisch specialist of jeugdarts
1Wij zorgen dat u ook ondersteuning-op-maat krijgt bij doorverwijzing naar een aanbieder door huisarts, jeugdarts, medisch specialist of Gecertificeerde Instelling (GI).
2Wij maken afspraken met huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, GI’s en zorgverzekeraars over deze doorverwijzingen.
2.9.4 Spoedeisende gevallen
[Jeugdwet]
1In spoedeisende gevallen zorgen wij ervoor dat u de nodige ondersteuning-op-maat krijgt die nodig is, zonder de normale procedure te volgen. Het kan dan gaan om de volgende ondersteuning:
a.het bieden van ondersteuning en zorg aan ouders en hun kinderen;
b.het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp
2Een geval is spoedeisend als de normale procedure voor een aanvraag om ondersteuning niet afgewacht kan worden.
Hoofdstuk 3. Werk en Participatie
3.4 Voorzieningen – werk
3.4.1 Detachering
[PW, IOAW, IOAZ]
1U kunt via een andere organisatie werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering staat in een overeenkomst tussen u, ons, de werkgever en de andere organisatie.
2Het doel van detachering is om u na afloop betaald werk aan te bieden onder dezelfde voorwaarden als aan een werknemer die in dienst is van de werkgever.
3We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
3.4.2 Proefplaats
[PW, IOAW, IOAZ]
1U kunt op proef tijdelijk en met behoud van uitkering werken bij een werkgever om werkervaring op te doen.
2Een voorwaarde is dat de proefplaats leidt tot een dienstverband van minimaal zes maanden, als u geschikt bent voor het werk. Bij bijzondere omstandigheden wijken we hier soms van af.
3De proefplaatsing is zo kort mogelijk en niet langer dan nodig is. Dit kan voor twee maanden, met een mogelijke verlenging van maximaal vier maanden.
4We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
3.4.3 Werkstage
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen u een werkstage aanbieden. Een werkstage leggen we vast in een overeenkomst tussen u, ons en de werkgever.
2Het werk is vooral gericht op uw ontwikkeling en minder op productieve arbeid.
3Tijdens de werkstage moet de werkgever u goed begeleiden. De werkgever zorgt ervoor dat u meer vaardigheden of kennis opdoet van het vakgebied.
4We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
3.4.4 Sociale activering
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen u, als u nog niet toe bent aan werken, activiteiten aanbieden die u dichter bij betaald werk brengen.
2Wij houden rekening met uw mogelijkheden en capaciteiten.
3Sociale activering is er om u te helpen problemen te overwinnen, op weg naar betaald werk.
4Het doel van sociale activering is uw sociaal isolement te doorbreken, het (verder) ontwikkelen van sociale vaardigheden en/of ervaring op te doen met werkritme.
5We kunnen uitvoeringsregels opstellen.
3.4.5 Participatieplaats
[PW, IOAW, IOAZ]
1Als u een uitkering heeft, u 27 jaar of ouder bent en u weinig kans op betaald werk hebt, dan is een participatieplaats misschien iets voor u. Een participatieplaats is te combineren met scholing, opleiding en/of andere activiteiten voor uitstroom naar betaald werk. De participatieplaats staat in een overeenkomst tussen u, de gemeente en de werkgever.
2Het doel van een participatieplaats is om uw kans op betaald werk te vergroten. U werkt met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek. Zo doet u werkervaring op. Het werk moet passend zijn. Scholing of opleiding krijgt u als u dit werk minimaal zes maanden doet en als u geen startkwalificatie heeft. Scholing of opleiding vergroot uw kans op werk.
3Na elke zes maanden kunt u een premie krijgen van € 100. Een voorwaarde voor de premie is dat u voldoende meewerkt aan uw grotere kans op werk. Uw inzet moet meer zijn dan vier uur per week.
3.4.6 Beschut werk
[PW]
1Wij kunnen u een beschutte werkplek aanbieden, als het UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken als het werk en de omgeving zijn aangepast aan uw mogelijkheden. Hierbij gelden de voorwaarden van de Participatiewet.
2Wij hebben voorzieningen zodat u beschut kan werken:
a.Aanpassing van de werkplek of de werkomgeving;
b.uitsplitsing van taken; of
aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding.
5Als u in aanmerking komt voor beschut werk, dan kunnen wij u voorafgaand, een voorziening bieden, zoals sociale activering. Dit maakt de stap naar beschut werk makkelijker.
6Wij zetten ons in om iedereen die voor beschut werk in aanmerking komt te plaatsen. We streven er naar om in ieder geval het door het rijk opgelegde minimum aantal beschutte werkplaatsen per jaar te realiseren.
7Wij bieden niet meer plaatsen beschut werk aan dan het aantal waarvoor de gemeente middelen ontvangt van het Rijk en zoals dit wordt vastgesteld bij ministeriële regeling als genoemd in artikel 10b, lid 4, van de wet.
8Wij maken een wachtlijst als het verplicht aantal beschutte werkplekken voor dat jaar vol is. De eerst geplaatste van de wachtlijst krijgt voorrang.
9Van lid 8 kan worden afgeweken indien er voor de persoon die het langst op de wachtlijst staat geen beschut werkplaats meer beschikbaar is die past binnen de arbeidsmogelijkheden van deze persoon.
10We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
3.4.7 Persoonlijke ondersteuning bij werk
[PW, IOAW, IOAZ]
U kunt, binnen de gestelde kaders, persoonlijke ondersteuning krijgen om u te helpen uw werk goed te doen.
3.4.8 Incidentele loonkostensubsidie
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1Als uw werkgever u in dienst neemt, dan kan deze een eenmalige loonkostencompensatie/subsidie ontvangen.
2Zo stimuleren wij werkgevers om inwoners in dienst te nemen. De subsidie is voor extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van inwoners.
3De incidentiele loonkostensubsidie wordt alleen dan verstrekt als er voor dezelfde werknemer geen structurele loonkostensubsidie wordt verstrekt.
4Een incidentele loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkoming in verband met de indiensttreding van de werknemer.
5We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
3.4.9 Scholing
[PW, IOAW, IOAZ]
1U kunt, binnen de gestelde kaders, zo nodig scholing krijgen om de stap naar duurzaam en passend werk te maken. U bent dan niet jonger dan 27 jaar en kunt geen studiefinanciering krijgen.
2We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
3.4.10 Verdringing en concurrentie
[PW, IOAW, IOAZ]
Een voorwaarde voor elke ondersteuning-op-maat is dat werk geen andere werknemers bij dezelfde werkgever verdringt en ook geen oneerlijke concurrentie betekent voor andere organisaties. Dit geldt bij de proefplaats, werkstage, incidentele loonkostensubsidie en sociale activering.
3.4.13a Structurele loonkostensubsidie
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1Wij kunnen de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toekennen als u bij de werkgever in dienst komt, maar niet het wettelijk minimum loon kan verdienen (overeenkomstig artikel 10d, van de Participatiewet).
2Zowel u als uw werkgever kunnen hiervoor een aanvraag doen. Uw werkgever krijgt altijd een schriftelijke bevestiging hiervan en u ook als u zelf de aanvraag heeft gedaan.
3Het doel van deze subsidie is werkgevers te stimuleren inwoners met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en productverlies te vergoeden.
4De loonkostensubsidie aan de werkgever hangt af van de loonwaarde.
5De hoogte van de loonkostensubsidie hangt af van de loonwaarde en is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon, inclusief wettelijke vakantietoeslag en vergoeding voor werkgeverslasten.
6Tot dat de loonwaarde is gemeten, kunnen wij de werkgever maximaal zes maanden een vaste maandelijkse loonkostensubsidie toekennen. Dit is 50% van het wettelijk minimumloon, inclusief vakantietoeslag en vergoeding werkgeverslasten.
7Bij het bepalen van de loonkostensubsidie volgen wij het preferent werkproces.
8We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen..
3.4.13b Voorwaarden persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk en overige ondersteuning verstrekken als u een arbeidsbeperking heeft. U moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden:
a.U bent minimaal achttien jaar oud of u komt van het VSO/PRO-onderwijs;
b.u kunt niet werken zonder deze ondersteuning;
c.de werkgever geeft u werk voor minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van twaalf uur per week;
d.het is geen Arbo-taak, waarvoor de werkgever verantwoordelijk is. Het gaat niet om een meeneembare voorziening in de standaarduitrusting van de werkgever of algemeen gebruikelijk in een organisatie;
e.het gaat niet om een werkplekaanpassing die we van de werkgever kunnen vragen;
f.de investering/ kosten van de voorziening wegen op tegen de (maatschappelijke) opbrengsten van uitstroom naar werk.
3.4.13d Persoonlijke ondersteuning bij werk
(PW, IOAW,IOAZ)
1Wij kunnen u persoonlijke ondersteuning bij werk in natura geven. Bijvoorbeeld door een jobcoach. Deze is in dienst bij de gemeente of doet dit in opdracht van ons.
2Uw werkgever kan een vergoeding krijgen voor:
a.jobcoaching door een interne of externe jobcoach;
b.begeleiding door een interne werkbegeleider.
3Persoonlijke ondersteuning bij werk kan ook bij het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats.
4De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen zes maanden na de ingangsdatum van de dienstbetrekking binnen zijn. Behalve als vooraf of bij start van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning nog niet bekend was.
3.4.13e Interne jobcoaching
[PW, IOAW, IOAZ]
1Een interne jobcoach moet voldoen aan kwaliteitseisen:
-een hbo-opleiding of hbo werk- en denkniveau;
-een afgeronde opleidingsmodule voor jobcoaching
2Bij de interne jobcoach zijn er twee begeleidingsniveaus: licht en midden. Wij sluiten voor de termen licht en midden aan bij de definitie van het UWV.
3Wij gebruiken een maximum bedrag bij een arbeidsovereenkomst van 24 uur of meer. Bij een arbeidsovereenkomst van minder dan 24 uur stellen we het bedrag vast naar rato. Dit staat in de uitvoeringsregels.
4Wij zetten een interne jobcoach in:
a.tijdens de proefplaats;
b.gedurende de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst.
5Wij kunnen, voor zover noodzakelijk, de inzet van een jobcoach met zes maanden tot maximaal twee jaar verlengen. Wij kunnen dan opnieuw het begeleidingsniveau toetsen. In individuele omstandigheden zetten we jobcoaching langer in.
6We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen..
3.4.13f Externe jobcoaching
[PW, IOAW, IOAZ]
1Een externe jobcoach moet voldoen aan de kwaliteitseis:
-erkenning door het UWV op grond van het actuele ‘Erkenningskader uitvoering persoonlijke ondersteuning UWV’.
2Bij inzet van de externe jobcoach zijn er standaard twee begeleidingsniveaus: licht en midden. Wij sluiten voor de termen licht en midden aan bij de definitie van het UWV. We kunnen uitvoeringsregels opstellen voor de hanteren tarieven.
3Wij zetten een externe jobcoach in:
a.tijdens de proefplaats;
b.gedurende de eerste zes maanden van de arbiedsovereenkomst.
4Wij kunnen, voor zover noodzakelijk, de inzet van een jobcoach met zes maanden tot maximaal twee jaar verlengen. Wij kunnen dan opnieuw het begeleidingsniveau toetsen. In individuele omstandigheden zetten we jobcoaching langer in.
3.4.13g Vergoeding voor jobcoaching
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen ambtshalve, of op aanvraag jobcoaching in natura aanbieden.
2Wij kunnen een vergoeding geven aan de werkgever voor het organiseren van jobcoaching. Dit kan als wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:
a.er een coachingsplan is, met een trainings- of inwerkingprogramma en systematische begeleiding bij het uitvoeren van uw taken;
b.de omvang en kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is;
c.de continuïteit van de jobcoaching geborgd is;
d.de persoon voor wie de subsidie is weet ervan en stemt schriftelijk in met het organiseren van jobcoaching door de werkgever.
3In de uitvoeringsregels kunnen we het volgende vastleggen:
a.aan welke eisen het coachingsplan moet voldoen;
b.welke activiteiten een jobcoach moet doen;
c.hoe de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; of
d.hoe de evaluatie van de jobcoaching plaats vindt.
3.4.13h Interne werkbegeleiding
[PW, IOAW, IOAZ]
1Als u voor werk bent aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, dan kunnen wij een vergoeding geven aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten van interne werkbegeleiding.
2Wij kunnen de werkgever een training bieden voor een of meer medewerkers. Dit stelt hen in staat om aan personen behorende tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden.
3We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
3.4.13i Specifieke voorwaarden bij vervoer
[PW, IOAW, IOAZ]
1Als u door uw beperking niet zelfstandig naar uw werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen, dan ondersteunen wij u, binnen de gestelde kaders, bij het vervoer. Dit kan in natura of in een vergoeding in geld.
2Hiervoor gelden voorwaarden:
a.U kunt door uw beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en
b.het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer.
3De hoogte van de vergoeding hangt af van het aantal werkdagen. Wij kijken of ondersteuning bij vervoer noodzakelijk is en of de kosten in verhouding staan tot het effect.
4Als u een bijdrage van uw werkgever ontvangt, dan brengen wij deze in mindering op onze ondersteuning bij vervoer.
5We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
3.4.13j Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire voorzieningen
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen een voorziening toekennen voor vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende lichaamsfunctie.
2We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
3.4.13K Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen een meeneembare voorziening toekennen, als dit voor u noodzakelijk is om te werken en het een meerwaarde creëert in de werksfeer.
2U krijgt deze voorziening in bruikleen. In bijzondere gevallen krijgt u deze in eigendom.
3We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
3.4.14 Werkplekaanpassing
[PW, IOAW, IOAZ]
1Er is een vergoeding voor de werkgever voor eenmalige noodzakelijke kosten van de aanpassing. Dit zijn kosten die hij moet maken zodat u uw werk kunt doen. Uw werkgever moet u dan een arbeidsovereenkomst aanbieden voor minimaal zes maanden.
2We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
3.4.15 Overige vergoedingen
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen een vergoeding verstrekken voor noodzakelijke kosten die gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling.
2Geen aanspraak op de in het eerste lid genoemde vergoeding bestaat indien een beroep gedaan kan worden op een voorliggende voorziening die gezien haar aard en doel wordt geacht voor u toereikend en passend te zijn.
3We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
3.4.16 Combinatie van vergoedingen
[PW, IOAW, IOAZ]
Wij kunnen zo nodig meerdere voorzieningen tegelijk voor u inzetten. Hierbij wegen wij af of deze combinatie van voorzieningen noodzakelijk is en of de totale kosten hiervan voldoende opwegen ten het te verwachten effect.
3.4.17 Weigering en beëindigen van een voorziening
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen een voorziening weigeren als u niet voldoet aan één van onderstaande situaties:
a.u niet tot de doelgroep behoort;
b.u onvoldoende meewerkt aan het onderzoek dat nodig is;
c.u een voorziening kunt gebruiken op basis van een andere wettelijke regeling (voorliggende voorziening);
d.wij vinden dat de voorziening onvoldoende bijdraagt aan het gewenste effect;
e.u niet in aanmerking komt voor de voorziening omdat u niet voldoet aan de voorwaarden.
2Wij kunnen een voorziening beëindigen als:
a.u uw verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de Participatiewet, de artikelen 13 en 37 van de IOAW of de artikelen 13 en 37 van de IOAZ niet nakomt;
b.u niet meer tot de doelgroep behoort;
c.u gaat werken waarvoor u de voorziening niet meer nodig hebt, tenzij u behoort tot de doelgroep van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2◦, van de wet;
d.wij van mening zijn dat de voorziening onvoldoende bijdraagt aan het gewenste effect;
e.wij van mening zijn dat de voorziening niet meer geschikt is voor u;
f.u niet meer naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of
g.u niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
3.5 Maatschappelijke participatie
3.5.1. Doel van de maatschappelijke participatie
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen u een plicht tot maatschappelijke participatie opleggen als u een uitkering krijgt.
2Het doel van maatschappelijke participatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kans op werk.
3.5.2 Duur en omvang
[PW, IOAW, IOAZ]
De tegenprestatie die wij van u verwachten duurt maximaal 12 dagen per jaar en maximaal 16 uur per week. Dit is om de volgende redenen:
a.De tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten.
b.de tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en oneerlijke concurrentie.
c.Het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn, maar waarvoor u geen beloning kunt vragen.
3.5.3 Voorwaarden tegenprestatie
[PW,IOAW,IOAZ]
1Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met uw persoonlijke omstandigheden, zoals gezinssituatie, duur van de werkloosheid, eventuele beperkingen en sociale activering.
2We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
3.5.4 Geen tegenprestatie
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij leggen geen tegenprestatie op bij een grote kans op betaalde arbeid. De reden is dat de focus gericht is en blijft op betaalde arbeid.
2Wij leggen geen tegenprestatie op als u mantelzorg geeft die hiermee niet te combineren is.
3Wij leggen geen tegenprestatie op, als u een re-integratievoorziening gebruikt. De reden is dat de focus gericht is en blijft op re-integratie en betaald werk.
3.7 Meedoen in samenleving
3.7.1 Dagbesteding
[Wmo]
Wij zorgen ervoor dat inwoners die vanwege een beperking onvoldoende in staat zijn om de dag goed in te vullen, ondersteuning-op-maat kunnen krijgen. De activiteiten variëren van arbeidsmatige tot recreatieve activiteiten en andere groepsactiviteiten voor één of meer dagdelen per week. Ze dragen bij aan uw zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving. De activiteiten sluiten aan op wat u (nog) kunt leren/ontwikkelen en/of bijdragen in de samenleving.
3.7.2 Begeleiding
[Wmo}
Wij zorgen ervoor dat inwoners die hulp nodig hebben bij de dagelijkse activiteiten, ondersteuning-op-maat in de vorm van begeleiding kunnen krijgen. De begeleiding kan een-op-een of in een groep plaatsvinden. Het betekent, dat de begeleider helpt bij de dagelijkse gang van zaken en u helpt om op een goede manier met uw omgeving om te gaan.
Voor zover mogelijk is de individuele begeleiding bedoeld om toe te werken naar een situatie waarin deze niet meer nodig is. U maakt dan voor het meedoen in de samenleving en zelfredzaamheid gebruik van andere voorzieningen en organisaties. De focus ligt op trainen en coachen.
3.7.3. Contact met anderen (vervoer)
[Wmo]
De gemeente zorgt ervoor dat dat inwoners die zich vanwege een beperking niet voldoende kunnen verplaatsen in en om de woning, ondersteuning-op-maat kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden in artikel 2.2.1.
3.7.4 Rolstoel
[Wmo]
Als u door een beperking niet in staat bent om u voldoende te verplaatsen in en om uw woning, dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. De ondersteuning-op-maat is een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik.
3.7.5 Verplaatsen over korte afstand
[Wmo]
1Als u door een beperking niet in staat bent om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. Dit betekent hulp bij het vervoer dichtbij huis zodat u bijvoorbeeld mee kunt doen aan recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf dagelijkse boodschappen kunt doen.
2De ondersteuning op maat kan bestaan uit reizen met het collectief vervoer of een vervoermiddel.
3Het moet gaan om:
a.het verplaatsen rondom de woning;
b.het verplaatsen over een langere afstand dichtbij huis, binnen een straal van maximaal 25 kilometer rond uw woning.
c.het vervoer naar de plek waar u meedoet aan een activiteit van de gemeente om de dag in te vullen.
4De gemeente wil het collectief taxivervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar houden. Daarom kijk de gemeente eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met collectief taxivervoer, voordat andere ondersteuning-op-maat voorzieningen aan de orde kunnen komen. Het collectief taxivervoer is gericht op het verplaatsen in de directe woon- en leefomgeving. We gaan er daarom vanuit dat maximaal 1.500 kilometer per jaar voldoende is om te kunnen meedoen.
5Bij de (elektrisch aangedreven) individuele vervoersvoorziening geldt voor een stallingsplek:
Er moet een brandveilige stallingsplek beschikbaar zijn.
U moet meewerken aan het realiseren van een geschikte individuele of gezamenlijke stalling.
6Wij kunnen een aanvraag voor een individuele vervoersvoorziening weigeren als er geen geschikte stalling in of rond de woning mogelijk is.
3.7.6 Vervanging vervoersvoorziening over korte afstand en rolstoel
[Wmo]
Wilt u ondersteuning-op-maat en gaat het gaat om vervanging van een eerder verstrekte rolstoel of vervoersvoorziening over korte afstand? Wij doen dit alleen als deze:
•technisch is afgeschreven;
•verloren is gegaan buiten uw schuld;
•u geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;
•geen oplossing meer is voor uw problemen bij het verplaatsen in en om de woning of bij het vervoer dichtbij huis.
Hoofdstuk 5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving
5.2 Zelfstandig en veilig wonen
5.2.1 Geschikte woning
[Wmo]
1Als het normale gebruik van uw woning niet meer mogelijk is door een beperking en u voldoet aan de voorwaarden in artikel 2.4.5 dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen.
2De ondersteuning-op-maat houdt in dat we uw woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar maken.
3Soms kunnen wij uw woning niet of slechts tegen zeer hoge kosten aan laten passen. Dan verwachten wij van u dat u verhuist naar een geschikte(re) woning, als deze beschikbaar is. Uw huidige woning passen wij dan niet aan.
4We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
5.2.2 Afschrijvingsregeling woningaanpassing
[Wmo]
1Als u uw koopwoning verkoopt en u kreeg hiervoor eerder een (vaste) bouwkundige woningaanpassing en u verkoopt de woning binnen vijf jaren na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden, dan moet u dit schriftelijk melden bij de gemeente. Dit moet u doen binnen één week na het passeren van de akte.
2Als de afschrijvingsregeling voor u geldt, dan staat in de beschikking dat u de Wmo-middelen voor de voorziening gedeeltelijk moet terugbetalen bij verkoop van de woning, zoals bedoeld in het eerste lid. We stellen in uitvoeringsregels vast boven welk bedrag de afschrijvingsregeling van toepassing is.
3De terugbetaling als bedoeld in het tweede lid is:
a.bij verkoop in eerste jaar 70% van de uitbetaalde verbouwingskosten;
b.bij verkoop in tweede jaar 60% van de uitbetaalde verbouwingskosten;
c.bij verkoop in derde jaar 50% van de uitbetaalde verbouwingskosten;
d.bij verkoop in vierde jaar 40% van de uitbetaalde verbouwingskosten;
e.bij verkoop in vijfde jaar 30% van de uitbetaalde verbouwingskosten.
In alle gevallen min het bedrag dat u al aan eigen bijdragen via het CAK betaalde.
5.2.3 Een schone en leefbare woning
[Wmo}
1U kunt ondersteuning-op-maat krijgen als u als gevolg van een beperking uw woning niet schoon een leefbaar kan houden en u voldoet aan de voorwaarden in artikel 2.4.5.
2De ondersteuning-op-maat betekent dat u mogelijk de voorziening ‘huishoudelijke ondersteuning’ krijgt. De hulp bij het huishouden maakt, waar mogelijk samen met u, het huis schoon. Als er in uw huishouden minderjarige kinderen zijn, dan is ondersteuning-op-maat soms ook het overnemen van de gebruikelijke zorg voor de kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode te overbruggen tot er andere hulp is.
3We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
5.2.4 Beschermd wonen
[Wmo]
Als u ondersteuning-op-maat in de vorm van beschermd wonen nodig heeft, gelden de regels die zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Breda. Dit gaat om inwoners met psychische of psychosociale problemen die problemen hebben met zelfstandig wonen.
5.2.5 Maatschappelijke opvang
[Wmo]
Wij zorgen voor ondersteuning-op-maat in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Dit doen wij als u de thuissituatie heeft verlaten als gevolg van psychische of psychosociale problemen of dreiging van huiselijk geweld en u zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving. Voor maatschappelijke opvang gelden de regeling in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda en de daarop gebaseerde Uitvoeringsregels.
5.3 Mantelzorg
5.3.1 Ondersteuning mantelzorg
[Wmo]
1Als u mantelzorg verleent en u niet meer in staat bent om dit vol te houden of om te voorkomen dat u overbelast raakt, dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen.
2Ondersteuning-op-maat betekent meestal dagbesteding of logeerzorg.
Hoofdstuk 6. De vorm van ondersteuning
6.3 Persoonsgebonden budget
6.3.1 Voorwaarden
[Jeugdwet, Wmo]
1In plaats van ondersteuning in natura kunt u een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen. U moet wel voldoen aan de voorwaarden uit de Wmo, de Jeugdwet, deze verordening en de uitvoeringsregels.
2U kunt pas een pgb krijgen als u motiveert dat het aanbod ondersteuning in natura niet passend is.
3U maakt een plan voor de besteding van het pgb. In het pgb-plan schrijft u onder andere welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en wie de ondersteuning gaat geven en welke effect ermee bereikt gaat worden.
4U moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. Daarom kunt u pas een pgb krijgen als wij vinden dat u (of uw wettelijk- of pgb-vertegenwoordiger) in staat bent uw belangen voldoende te behartigen. Wij toetsen dit met een 10-puntenlijst “Pgb-vaardigheid” van het Ministerie van VWS.
5U of uw wettelijk vertegenwoordiger kan een pgb-vertegenwoordiger aanstellen. Deze persoon beheert het pgb namens u. Wij toetsen of de pgb-vertegenwoordiger voldoet aan de eisen als bedoeld in het eerste lid. Als deze voldoet, registreren wij de pgb-vertegenwoordiger en we kunnen deze aanmelden bij de SVB
6U kunt pas een pgb krijgen als wij vinden dat de ondersteuning-op-maat die wordt ingekocht veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Ook moet deze bijdragen aan het bereiken van het beoogde effect dat in het Pgb-plan is opgenomen. Voor de Jeugdwet beoordelen we ook nog of u voldoet aan alle genoemde voorwaarden in artikel 8.1.1 Jeugdwet.
7U kunt pas een pgb krijgen als er op geen enkele manier door een aanbieder of persoon druk op u is uitgeoefend om de ondersteuning-op-maat, in welke vorm dan ook, van deze aanbieder of persoon in te kopen.
8Het pgb is bedoeld voor ondersteuning, maar kunt u niet voor alle kosten die daarmee te maken hebben gebruiken. Het pgb is er niet voor:
a.kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;
b.het voeren van een pgb-administratie;
c.ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie;
d.kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s);
e.reiskosten van de zorgverlener.
9Wij kunnen een pgb niet verstrekken als u niet voldoet aan één van onderstaande voorwaarden:
a.De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer is na te gaan of die ondersteuning nodig was.
b.Het gaat om kosten voor vervoer, maar u kunt het collectief taxivervoer gebruiken.
c.Uit het door u ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de ondersteuning voldoende gewaarborgd is. Voor jeugdhulp geldt bij een weigeringsgrond artikel 8.1.1, het vierde lid, van de Jeugdwet.
d.U kunt het pgb niet zelf beheren en er is geen geschikte pgb-vertegenwoordiger.
e.De beoogde pgb-vertegenwoordiger is dezelfde persoon is als de beoogde hulpverlener.
f.Voor pleegzorg.
6.3.2 Professionele hulp of niet-professionele hulp
[Jeugdwet, Wmo]
1Bij het vaststellen van de hoogte van een pgb, maken we onderscheid tussen professionele en niet-professionele hulp.
2Sociaal netwerk is niet-professionele hulp. Ondersteuning door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als ondersteuning door iemand uit het sociale netwerk gezien.
3Bij de beoordeling van inzet vanuit het sociale netwerk moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
a.De ondersteuning is veilig, doeltreffend en cliëntgericht;
b.de ondersteuning leidt niet tot overbelasting van de persoon/personen die de ondersteuning biedt/bieden.
4De inzet van het sociaal netwerk met een pgb vanuit de Jeugdwet is passend, bij één of meerdere van de volgende omstandigheden:
a.de ondersteuning is vooraf niet goed te plannen;
b.de ondersteuning is nodig op ongebruikelijke tijden;
c.de ondersteuning is nodig op veel korte momenten per dag;
d.de ondersteuning is nodig op verschillende locaties;
e.de ondersteuning moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn (Jeugdwet);
f.de ondersteuning moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de jeugdige/ inwoner vertrouwd is en goed contact heeft.
5Voor de beoordeling van de gemiddelde tijd en frequentie van persoonlijke verzorging bij Jeugdhulp gebruiken we de tabel Gemiddelde tijd en frequentie persoonlijke verzorgings-activiteiten van het CIZ.
6Van professionele hulp voor jeugdhulp is sprake als deze voldoet aan de kwaliteitseisen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. Om in aanmerking te komen voor een maximum van het gecontracteerde tarief van ZIN, moet de aanbieder een SKJ- of BIG-registratie hebben. Is dit niet het geval? Dan moet er minimaal voldaan worden aan alle volgende eisen:
a.De aanbieder heeft een VOG;
b.er is sprake van e en andere beroepsregistratie binnen de jeugdzorg;
c.de aanbieder is aangesloten bij een klachtenprocedure;
d.de aanbieder is aangesloten bij een erkende beroepsvereniging;
e.de aanbieder gebruikt (bij-)scholing;
f.de aanbieder gebruikt de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling;
g.de aanbieder gebruikt een privacyverklaring;
h.de aanbieder heeft een passende opleiding.
7Bij een professionele aanbieder vanuit de Jeugdwet, verwachten wij een dossier per jeugdige voor verlening van jeugdhulp (artikel 7.3.8 van de Jeugdwet). Verder verwachten wij een evaluatieverslag met doelen van de jeugdhulp.
8Een professionele aanbieder vanuit de Wmo moet voldoen aan de voor de functie vereiste deskundigheid, vaardigheden en wettelijke eisen.
9De met het pgb ingekochte professionele ondersteuning vanuit de Wmo voldoet minimaal aan de kwaliteitseisen voor gecontracteerde aanbieders van vergelijkbare ondersteuning.
6.3.3 Hoogte en tarief pgb Wmo
[Wmo]
1De hoogte van een pgb:
a.wordt vastgesteld aan de hand van een door u opgesteld plan waarin in ieder geval is beschreven:
◦1. welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen
◦2. indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk;
b.wordt berekend op basis van een prijs of tarief:
◦1. waarmee het pgb hoog genoeg is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning, van derden te ontvangen;
◦2. waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie u ondersteuning wil inzetten;
◦3. wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering;
c.bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare ondersteuning in natura
2De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor:
a.Taxi- en rolstoeltaxivervoer: dit wordt vergoed volgens het tarief dat in de regio gebruikelijk is. U ontvangt een vergoeding voor maximaal 1500 kilometer per jaar. Volgens de Wmo 2015 ontvangt u geen vergoeding voor het gewone gebruik van eigen auto of (rolstoel)taxi;
b.een autoaanpassing: als u dit nodig hebt, ontvangt u een vergoeding voor de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor wordt gebruikt door een door ons goedgekeurde leverancier, of op basis van een kostenraming door een onafhankelijk adviesbureau;
c.aanschaf en onderhoud van andere voorzieningen zoals een sportrolstoel: u ontvangt een vergoeding op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor wordt gehanteerd door een door ons gecontracteerde leverancier, of op basis van een kostenraming door een onafhankelijk adviesbureau, of op basis van de kosten voor de voorziening als deze op andere wijze (in overleg met de gemeente) ontvangen kan worden;
d.het bezoekbaar maken van een woning: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor wordt gebruikt door een ons goedgekeurde aannemer, of op basis van een kostenraming door een onafhankelijk adviesbureau.
3Een inwoner aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, binnen de gestelde kaders, onder de volgende voorwaarden ontvangen van een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de cliënt of een andere niet-professionele ondersteuner als:
a.deze persoon de werkzaamheden niet onbetaald wil verrichten;
b.deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat maximaal 60% bedraagt van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder, en
c.het tarief of de prijs, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, onder 1°, minimaal het wettelijke minimumloon bedraagt of zoveel meer, tot ten hoogste 60% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate maatwerkvoorziening in natura, als noodzakelijk is om:
◦1. te verzekeren dat het budget de inwoner in staat stelt tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief ondersteuning, van derden te betrekken, en
◦2. op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon;
d.tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald.
6.3.4 Hoogte en tarief pgb Jeugdwet
[Jeugdwet]
1U maakt een pgb-plan voor de besteding van het pgb. Hierin staat welke ondersteuning u met het pgb betaalt en wie de ondersteuning geeft. Nadat we het plan goedgekeurd hebben, stellen we het pgb vast. Wij baseren de hoogte van het pgb bij een professionele aanbieder op de tarieven van de contracten bij zorg in natura (ZIN). Een pgb mag maximaal de kosten van ZIN bedragen. De pgb tarieven voor jeugdhulp zijn gebaseerd op de tariefstelling van deze aanbieder met een maximum van het gecontracteerde tarief van ZIN (100%).
2Bij jeugdhulp door een niet-professionele aanbieder, bijvoorbeeld iemand uit het sociaal netwerk, is het tarief maximaal € 20 per uur. Voor logeerzorg door een niet-professionele aanbieder is er een onkostenvergoeding van maximaal € 30 per etmaal.
6.3.5 Verantwoording en uitbetaling pgb
[Jeugdwet, Wmo]
1Wij kunnen u op elk moment vragen om duidelijk te maken hoe u het pgb heeft besteed en welke effecten de ondersteuning heeft. De budgetbeheerder zal daarom een duidelijke en volledige administratie moeten bijhouden. Voor dat verslag kunnen we een formulier verplicht stellen.
2U mag uit het pgb alleen de ondersteuning betalen die de hulpverlener ook daadwerkelijk heeft geleverd.
3Een pgb voor ondersteuning-op-maat moet u binnen zes maanden na toekenning besteden om de ondersteuning te bekostigen. Bij woningaanpassing is dat 24 maanden.
4We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
6.3.6 Opschorten pgb
[Jeugdwet, Wmo]
Wij kunnen aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb geheel of gedeeltelijk stop te zetten, totdat er een besluit is om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kunnen we doen als er sprake is van één van de volgende situaties:
a.u gaf onjuiste of onvolledige informatie, terwijl het geven van juiste of volledige informatie zou leiden tot een andere beslissing;
b.u voldoet niet aan de voorwaarden voor een pgb;
c.u gebruikte het pgb niet of voor een ander doel.
Hoofdstuk 7. Inkomen en schulden
7.4 Individuele inkomenstoeslag
7.4.1 Doelgroep
[PW]
1U krijgt de individuele inkomenstoeslag als u:
-23 jaar of ouder bent en jonger dan de AOW-leeftijd
-geen vermogen hebt (artikel 34 PW)
-in een ononderbroken periode van 60 maanden een inkomen had, lager dan 101% van de bijstandsnorm.
2Wij stellen de hoogte van uw inkomen en vermogen vast.
3In afwijking van het tweede lid verstaan we onder inkomen niet:
a.het bedrag dat tijdens een WSNP-traject (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen) gereserveerd is voor de aflossing van schulden;
b.het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden is gereserveerd;
c.het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op juiste wijze en op grond van uw gegevens is vastgesteld.
7.4.2 Hoogte van de toeslag
[PW]
1De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar:
a.voor gehuwden 39% van de gehuwdennorm;
b.voor een alleenstaand ouder 35% van de gehuwdennorm;
c.voor een alleenstaande 27% van de gehuwdennorm;
d.voor een persoon in een inrichting wordt de toeslag onder a t/m c gehalveerd.
2De hoogte van de individuele inkomenstoeslag bepalen we jaarlijks in januari. Dit doen we op grond van de bijstandsnormen die gelden op 1 januari van dat jaar. Afgerond op hele euro's naar boven. Dit geldt het gehele kalenderjaar.
3Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft de ander het bedrag krijgt voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. Als één van de partners niet voldoet aan de voorwaarden bestaat er geen recht voor beide partners.
4Bij co-ouderschap wordt het bedrag onder lid 1 sub b aangepast op het aantal dagen dat in de verzorging van de kinderen wordt voorzien.
5De gezinssituatie op de aanvraagdatum bepaalt de hoogte van de toeslag.
7.4.3 Uitsluiting
[PW]
U heeft geen recht op de individuele inkomenstoeslag als:
a.u voltijds studeert;
b.u voltijds gestudeerd hebt en binnen vijf jaar na beëindiging van uw studie een aanvraag indient voor de toeslag.
7.5 Overige regelingen
7.5.1 Tegemoetkoming meer kosten Chronisch zieken en personen met een beperking
[Gemeentewet]
1Als u een beperking of langdurig psychische of psychosociale problemen heeft, daardoor extra kosten maakt en een inkomen heeft lager is dan 110% of 130% van het sociaal minimum. Dan kunt u een bijdrage aanvragen. Deze bijdrage is bedoeld om uw zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving te ondersteunen.
2De hoogte van de tegemoetkoming kunnen we jaarlijks bepalen.
3We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
Hoofdstuk 8. Afspraken tussen inwoner en gemeente
8.1 Afspraken en verplichtingen
8.1.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1Als u zich niet aan bepaalde afspraken of verplichtingen uit de wet en deze verordening houdt, dan verlagen wij uw uitkering. Dit kan ook als uw houding of gedrag hier aanleiding toe geven.
2Bij een besluit om een uitkering te verlagen houden wij rekening met:
a.De ernst van het gedrag;
b.de mate waarin het gedrag aan u te verwijten is;
c.uw persoonlijke situatie.
3Voordat we een uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om uw reactie te geven.
4Wij kunnen besluiten om u niet de gelegenheid te geven een reactie te geven zoals bedoeld in lid 5.
5Dit doen wij als:
a.Er sprake is van spoed en er dus geen tijd voor is;
b.u al eerder uw reactie heeft kunnen geven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd;
c.u dit niet wilt;
d.wij voldoende informatie hebben.
8.1.2 Geen schuld en verjaring
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1Wij verlagen uw uitkering niet als:
a.elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;
b.als uw gedrag meer dan twaalf maanden geleden plaatsvond.
2Wij zien af van een verlaging als daarvoor dringende redenen zijn.
8.1.3 Ingangsdatum en periode verlaging
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1U krijgt een brief over het besluit tot verlaging. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. Soms gaat de verlaging al in dezelfde maand in of geldt deze over eerdere maanden. Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is betaald.
2Soms verlagen wij de uitkering niet of maar voor een deel, omdat we deze beëindigen. Dan leggen wij het overgebleven deel van de verlaging alsnog op als u binnen zes maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering krijgt.
3Als wij uw uitkering voor meer dan drie maanden verlagen, dan beoordelen wij uiterlijk binnen drie maanden na de datum van de brief of de omstandigheden en uw gedrag reden zijn om de beslissing te herzien.
8.1.4 Berekening verlaging
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1De verlaging is een percentage van uw uitkeringsnorm of een vast bedrag.
2We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
8.1.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen (geüniformeerde verplichtingen voor arbeidsinschakeling)
[PW, Awb]
1Wij verlagen de uitkering voor één maand als u een arbeidsverplichting niet nakomt (artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet). Die verlaging is 100% van de uitkeringsnorm.
2De verlaging verdelen we in gelijke stukken over maximaal twee maanden bij bijzondere omstandigheden.
8.1.6A Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen Participatiewet (niet- geüniformeerde verplichtingen voor de arbeidsinschakeling)
Gedragingen Participatiewet
[PW, Awb]
1We onderscheiden categorieën gedragingen, waardoor u geen algemeen geaccepteerde arbeid krijgt of een verplichting niet of onvoldoende nakomt (artikelen 9, 9a, 55 en 56a van de Participatiewet):
a.eerste categorie:
1°. U laat zich niet tijdig registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of u verlengt de registratie niet op tijd;
2°. U komt uw verplichtingen niet na (artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet) om zes maanden lang mee te werken aan betalingen uit de bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering, gerekend vanaf de dag waarop u recht heeft op bijstand.
b.tweede categorie:
1°. U werkt niet of onvoldoende mee aan opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak (artikel 44a van de Participatiewet);
2°. U verricht geen of onvoldoende tegenprestatie naar vermogen (artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet);
3°. U voldoet onvoldoende aan de verplichtingen (artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet), voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding (artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet), voor zover deze verplichtingen niet staan in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet;
4°. Met uw houding en gedrag laat u duidelijk merken dat u de verplichtingen niet wilt nakomen (artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet). Dat leidde tot intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder (artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet);
5°. U komt niet opdagen op de taaltoets of stopte er voortijdig mee. De toets is daardoor niet afgenomen;
6°. U levert geen bewijsstukken aan voor de taaleis, terwijl we mogen aannemen dat u dit wel kunt;
c.derde categorie: u probeert onvoldoende om werk te krijgen of te behouden, voor zover dit niet voortvloeit uit gedrag als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.
2Wij verlagen de bijstandsuitkering met:
a.5% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de eerste categorie;
b.20% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de tweede categorie;
c.100% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de derde categorie.
3In afwijking van het tweede lid kunt u een waarschuwing krijgen bij gedrag van de eerste of tweede categorie.
8.1.6B Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen (niet- geüniformeerde verplichtingen voor arbeidsinschakeling)
Gedragingen IOAW en IOAZ
[IOAW, IOAZ, Awb]
1Er zijn categorieën van gedrag, waardoor u geen werk krijgt of een verplichting niet of niet genoeg nakomt (artikelen 37 en 38 van de IOAW of de IOAZ):
a.eerste categorie:
1°. U laat zich niet tijdig registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of u verlengt niet tijdig de registratie;
b.tweede categorie:
1°. U werkt niet of onvoldoende mee aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
2°. U gebruikt niet of onvoldoende de aangeboden voorziening (artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of IOAZ), als dit leidt tot niet doorgaan of tot voortijdige beëindiging van die voorziening;
3°. Met uw houding en gedrag laat u duidelijk merken dat u de verplichtingen niet wilt nakomen (artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of de IOAZ). Dat leidde tot intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder (artikel 38, eerste lid, van de IOAW of de IOAZ);
4°. U voldoet niet of onvoldoende aan de tegenprestatie (artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW of de IOAZ).
c.derde categorie:
1°. U probeert onvoldoende om werk te krijgen;
2°. U accepteert geen werk;
3°. door uw schuld raakt u uw werk kwijt;
4°. U gebruikt niet of onvoldoende de voorziening om werk te krijgen (artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of de IOAZ), voor zover dit leidde tot niet doorgaan of voortijdige beëindiging van die voorziening.
2Wij verlagen de IOAW- of IOAZ-uitkering met:
a.5% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de eerste categorie;
b.20% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de tweede categorie;
c.100% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de derde categorie;
d.in afwijking van het tweede lid kunt u een waarschuwing krijgen bij gedraging van de eerste of tweede categorie.
8.1.7 Te weinig besef van verantwoordelijkheid
[PW, Awb]
1Volgens de wet bent u zelf verantwoordelijk voor de kosten van uw leven. U moet zorgen dat u zo weinig mogelijk bijstand nodig heeft. Heeft u bijstand nodig, terwijl u dat kon voorkomen? Dan heeft u te weinig besef van verantwoordelijkheid voor uw levensonderhoud. Dat geldt bijvoorbeeld als u:
a.eigenlijk recht had op een andere regeling of uitkering, maar door uw schuld deze regeling of uitkering niet (meer) krijgt;
b.vermogen te snel opmaakte of er iets van heeft betaald dat niet echt nodig was.
2De gemeente verlaagt uw uitkering als u te weinig inzet of verantwoordelijkheid laat zien voor uw levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit is het benadelingsbedrag.
3De verlaging duurt een maand en is:
a.30% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag tot € 4.000;
b.100% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000;
c.30% van de uitkeringsnorm, als het benadelingsbedrag niet vast te stellen is.
4De gemeente verlaagt de uitkering met 100% voor een maand als u een uitkering aanvraagt, omdat u door eigen toedoen betaald werk niet behield.
5De gemeente kan bijstand in de vorm van een lening verstrekken, op het moment dat u door toepassing van lid 2 en 4 van dit artikel geen of te weinig geld heeft voor de noodzakelijke kosten van levensonderhoud.
8.1.8 Onacceptabel gedrag
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1De gemeente verlaagt uw uitkering als u zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren.
2Wij verstaan onder onacceptabel gedrag:
a.Categorie A:
-belediging of schelden (mondeling en schriftelijk);
-discriminatie.
b.Categorie B:
-intimidatie (psychische druk uitoefenen);
-fysiek geweld tegen spullen (vernielingen)
c.Categorie C:
-fysiek geweld tegen medewerkers of dreigen met geweld.
3Wij verlagen de uitkering (PW) met:
a.25% van de uitkeringsnorm bij gedrag uit categorie A;
b.50% van de uitkeringsnorm bij gedrag uit categorie B;
c.100% van de uitkering voor een maand bij gedrag uit categorie C.
4Wij verlagen de uitkering (IOAW en IOAZ) met:
a.25% van de uitkeringsnorm bij gedrag uit categorie A;
b.50% van de uitkeringsnorm bij gedrag uit categorie B;
c.100% van de uitkering voor een maand bij gedrag uit categorie C.
8.1.9 Niet nakomen van de medewerkeringsverplichting (rechtmatigheid)
[PW, Awb]
1Als u de medewerkingsverplichting niet of onvoldoende nakomt (artikel 17 lid 2 van de Participatiewet), verlagen wij uw bijstandsuitkering. De verlaging is: 20% van de uitkeringsnorm voor één maand.
2In afwijking van het eerste lid kunt u een waarschuwing krijgen.
8.1.10 Niet nakomen van andere verplichtingen
[PW, Awb]
Als u een verplichting niet of onvoldoende nakomt zoals bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet, verlagen wij uw bijstandsuitkering. De verlaging is:
a.10% van de uitkeringsnorm voor één maand, als u de verplichtingen om werk te vinden niet of onvoldoende nakomt;
b.20% van de uitkeringsnorm voor één maand als u uw verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, die horen bij een bepaalde vorm van bijstand;
c.40% van de uitkeringsnorm voor één maand, als u niet of onvoldoende uw verplichtingen nakomt, waardoor u minder bijstand nodig heeft;
d.100% van de uitkeringsnorm voor één maand, als u niet of onvoldoende uw verplichtingen nakomt, waardoor u geen bijstand meer nodig heeft.
8.1.11 Samenloop van gedrag
[PW, IOAW, IOAZ, Wi2021, Awb]
1Gedrag waardoor u meerdere verplichtingen uit dit hoofdstuk of artikel 18 lid 4 Participatiewet niet nakomt, leidt tot één verlaging. Wij leggen u de hoogste verlaging op, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort.
2Leiden meerdere gedragingen ertoe dat u één of meer verplichtingen niet nakomt? Dan krijgt u een afzonderlijke verlaging voor iedere gedraging. Deze verlagingen krijgt u gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar.
3Als er voor één gedraging een verlaging en een bestuurlijke boete gelden, dan krijgt u de boete en verlagen wij uw uitkering niet.
4Als voor hetzelfde gedrag zowel uw uitkering kan worden verlaagd (artikel 18 of 18b Participatiewet) en u een boete kan worden opgelegd (Wet inburgering 2021), dan verlagen wij uw uitkering en krijgt u geen boete.
8.1.12 Herhaling (recidive)
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
De duur van de verlaging wordt verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd, voor dezelfde gedraging, opnieuw wordt verlaagd. Als u daarna binnen twaalf maanden nogmaals dezelfde gedraging vertoont, volgen wij voor de volgende verlaging van uw uitkering de wet.
8.2 Terugvorderen uitkering
8.2.1 Terugvordering en incasso
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij vorderen uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven. We doen dat volgens de regels van de wet, de uitvoeringsregels en de beleidsregels. Wij vorderen niet terug als dit voor u onaanvaardbare gevolgen heeft.
2Bij de incasso zorgen wij dat u een inkomen blijft houden, dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet.
8.3 Beëindigen en terugvorderen voorziening
8.3.1 Herzien en intrekken voorziening
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ,]
1Wij kunnen een voorziening herzien of intrekken als:
a.U de voorziening kreeg op basis van onjuiste of onvolledige gegevens;
b.de voorziening niet langer passend of nodig is;
c.u zich niet houdt aan de voorwaarden en verplichtingen die we aan de voorziening hebben verbonden;
d.als u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening. En we hierdoor niet langer kunnen vaststellen of we een voorziening kunnen voortzetten;
e.u de voorziening voor een ander doel gebruikt dan bedoeld;
f.u de voorziening niet gebruikt binnen de afgesproken termijn, tenzij dat u niet te verwijten is.
g.u niet meer bij de doelgroep hoort.
2Wij kunnen de voorziening achteraf herzien of intrekken.
8.3.2 Terugvordering voorziening
[Wmo, Jeugdwet, PW, IOAW, IOAZ]
Wij kunnen de voorziening of de waarde daarvan van u of uw wettelijk vertegenwoordiger terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop u voldoet aan één of meer van de redenen voor beëindiging 8.4.1. Dit kunnen wij regelen in uitvoeringsregels.
8.4 Hoe controleert de gemeente of u de afspraken nakomt?
8.4.1 Controle
[Wmo, PW, IOAW, IOAZ]
1Wij controleren regelmatig of u recht hebt op een uitkering of voorziening en of u het juiste heeft aangevraagd of ontvangt. Wij controleren dit onder andere door:
a.Huisbezoeken;
b.waarnemingen;
c.buurtonderzoek;
d.gegevens te vergelijken met andere organisaties;
e.signalen en tips van organisaties of particulieren.
f.andere passende onderzoeksmethoden.
2Wij doen de controles van de voorzieningen ook om de kwaliteit te beoordelen en te kijken of u de voorziening op de juiste manier gebruikt.
3Bij controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen we ervoor dat we de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten naleven.
4Bij stopzetten van de uitkering of voorziening op uw verzoek, onderzoeken wij de reden van beëindiging. Daarnaast controleren wij of we de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht hebben verstrekt.
5We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.
8.4.2 Voorkomen van misbruik
[Jeugdwet, Wmo, Wi2021, PW, IOAW, IOAZ]
Wij proberen misbruik te voorkomen (preventie). Daarom informeren wij u duidelijk en volledig over uw rechten en plichten. Ook over de gevolgen van misbruik en onterecht gebruik van uitkeringen en voorzieningen.
8.4.3 Privacy
[Algemene Verordening Gegevensbescherming, Jeugdwet, Wet inburgering 2021, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz]
1Wij verwerken uw gegevens volgens de regels van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
2Bij het uitvoeren van onderzoek zorgen wij ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten niet verder gaan dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.
8.4.4 Toezichthouders
[Jeugdwet, Wmo, Wi2021; PW, IOAW, IOAZ, Awb]
Wij wijzen één of meer ambtenaren of instanties aan als toezichthouder. Zij zien erop toe dat de wetten en regels worden nageleefd. Het toezicht richt zich op de kwaliteit en rechtmatigheid bij ondersteuning-op-maat en persoonsgebonden budget. De toezichthouder mag handhaven. Wij kunnen uitvoeringsregels opstellen over de bevoegdheden van de toezichthouder.