Aanhef
De raad van de gemeente Texel;
Gelezen het voorstel van het college van 7 november 2023;
Gehoord de raadscommissie van 6 december 2023;
Gelet op artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154, 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, artikel 5:13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 10.23, eerste lid, en 10.25, eerste lid, van de Wet milieubeheer, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;
Gelet op het feit dat de verordening op onderdelen gewijzigd moet worden vanwege de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024;
Besluit
De Algemene Plaatselijke Verordening Texel 2016 als volgt te wijzigen:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Bebouwde kom
Het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994.
b.Beperkingengebiedactiviteit
Hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingwet.
c.Bevoegd gezag
Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld de Omgevingswet.
d.Bouwwerk
Hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet.
e.Bromfiets
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.
f.College
Het college van burgemeester en wethouders.
g.Gebouw
Hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage 1 bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
h.Handelsreclame
Iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.
i.Motorvoertuig
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
j.Openbaar water
Wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.
k.Openbare plaats
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de wet openbare manifestaties.
l.Parkeren
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
m.Rechthebbende
Degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht.
n.Voertuig
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen.
o.Weg
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet.
Artikel 1:2 Beslistermijn
1Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
2Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
3Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Artikel 1:3 Indiening aanvraag [vervallen] Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
1Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
2Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
3Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
1De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
2Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
1De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:
a.ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b.op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c.de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d.van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
e.de houder dit verzoekt.
2Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:7 Termijnen
1De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
2De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Artikel 1:8 Weigeringsgronden
1Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:
a.de openbare orde;
b.de openbare veiligheid;
c.de volksgezondheid;
d.de bescherming van het milieu;
e.de bescherming van de kernwaarden van Texel.
2Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
3Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het tweede lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste 25 weken.
Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
1Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
2Degene die op een openbare plaats
a.aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
b.aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
c.zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
3Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
4De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
5Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Artikel 2:2 Optochten [vervallen] Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
1Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
2De kennisgeving bevat:
a.naam en adres van degene die de betoging houdt;
b.het doel van de betoging;
c.de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
d.de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;
e.voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en
f.maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
3Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
4Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
5De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2:4 Afwijking termijn [vervallen] Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens [vervallen] Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen [vervallen] Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. [vervallen] Artikel 2:8 Dienstverlening [vervallen] Artikel 2:9 Straatartiest e.d. [vervallen]
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg
1Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
a.schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
b.niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
2[vervallen]
3Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor van terrassen, uitstallingen, reclameborden, parasols, vlaggen en andere soortgelijke losse objecten.
4Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
5Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
a.evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
b.standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en
c.overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
6Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
1Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
2Het verbod is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
3Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg
1Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als:
a.degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of
b.het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden.
2Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.
3Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als:
a.daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;
b.dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
c.het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
d.er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
4De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.
5Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid [vervallen] Artikel 2:14 Winkelwagentjes [vervallen] Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp [vervallen] Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. [vervallen] Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
1Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:
a.te roken gedurende een door het college aangewezen periode;
b.voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
2Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
3Het verbod in het eerste lid, onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en op aangrenzende erven.
Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp [vervallen] Artikel 2:20 Vallende voorwerpen [vervallen] Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
1De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn [vervallen] Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs [vervallen]
Afdeling 3. Evenementen
Artikel 2:24 Begripsbepaling
1In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
a.bioscoop- en theatervoorstellingen;
b.markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;
c.kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
d.het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
e.betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
2Onder evenement wordt mede verstaan:
a.een herdenkingsplechtigheid;
b.een braderie;
c.een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;
d.een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
e.een straatfeest of buurtbarbecue op 1 dag (klein evenement);
f.een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.
Artikel 2:25 Evenementenvergunning
1Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2De burgemeester kan categorieën van evenementen aanwijzen waarvoor geen vergunning is vereist en de burgemeester kan daarvoor nadere regels vaststellen.
3De burgemeester kan een evenement als bedoeld in het tweede lid verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
4Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
5Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisatie of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
6Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.
7Op een aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:26 Ordeverstoring
Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel 2:27 Begripsbepalingen
1In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
2Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
1Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
2De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
3In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
a.de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
b.de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
4Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
a.winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
b.zorginstelling;
c.museum;
d.bedrijfskantine of –restaurant; of
e.school.
5Een vergunning is ook niet vereist indien de inrichting wordt geëxploiteerd door een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet.
6In afwijking van artikel 4, sub a, geldt dat een vergunning wel nodig is als er een buitenruimte (terras) is als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid.
7Op een aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:29 Sluitingstijd
1Voor openbare inrichtingen waarvoor tevens een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet is vereist, geldt dat:
a.terrassen behorende bij die openbare inrichtingen gesloten zijn tussen 02:00 en 06:00 uur;
b.die openbare inrichtingen gesloten zijn tussen 03:00 en 06:00 uur.
2In afwijking van het eerste lid, onder b, geldt dat op zondagen (de nachten van zaterdag op zondag) die openbare inrichtingen gesloten zijn tussen 04:00 en 06:00 uur.
3Openbare inrichtingen waarop het eerste lid niet van toepassing is zijn gesloten tussen 00:00 en 06:00 uur.
4Het is verboden een terras of een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven in de tijd dat de openbare inrichting gesloten dient te zijn.
5De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
6Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
7Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
8Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
1De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
2Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:31 Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
a.de orde te verstoren;
b.zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.
Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2:34 [vervallen]
Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf [vervallen]
Artikel 2:35 – 2:38 [vervallen]
Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden [vervallen]
Artikel 2:39 – 2:40 [vervallen]
Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal
1Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
2Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
3Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:42 Plakken en kladden
1Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
2Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
a.een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
b.met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
3Het verbod, bedoeld in het tweede lid is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
4De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
5Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
6Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
7Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.
1Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
2Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen
1Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
2Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke
1Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op de bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken of buiten de daarin gelegen wegen of paden.
2Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. [vervallen] Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
1Het is verboden op een openbare plaats:
a.te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
b.zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
2Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik
1Het is voor personen die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
2Het verbod is niet van toepassing op:
a.een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Acoholwet;
b.een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen
1Het is verboden zonder redelijk doel:
a.zich in een portiek of poort op te houden;
b.in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
2Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:51 Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties [vervallen] Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.
Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of een bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Artikel 2:53 Gebruik lasers
1Het is verboden op een openbare plaats zodanig met laserlicht te schijnen dat daardoor de openbare orde wordt verstoord of overlast wordt veroorzaakt.
2Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, lasers, laserpennen of dergelijke apparatuur in bezit te hebben of met zich mee te voeren, anders dan voor professioneel gebruik.
Artikel 2:54 Verkoop en gebruik van lachgas [vervallen] Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren [vervallen] Artikel 2:56 Alarminstallaties [vervallen] Artikel 2:57 Loslopende honden
1Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
a.op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
b.binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;
c.buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; of
d.op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
2Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
3Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
1Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
2Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
3Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden
1Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
2De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
3De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
a.vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
b.door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
c.zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
4Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren [vervallen] Artikel 2:61 Wilde dieren [vervallen] Artikel 2:62 Loslopend vee [vervallen] Artikel 2:63 Duiven [vervallen] Artikel 2:64 Bijen [vervallen] Artikel 2:65 Bedelarij [vervallen] Artikel 2:66 Verbod op verblijf in voertuigen en kampeermiddelen
1Het is verboden op of aan een openbare plaats tussen 23:00 uur en 07:00 uur verblijf te houden in een voertuig, kampeerwagen, caravan of een ander vervoermiddel ten dienste van de recreatie.
2Het verbod is niet van toepassing op openbare plaatsen die in het bestemmingsplan zijn bestemd of mede zijn bestemd als kampeerterrein of waarvoor het college ontheffing heeft verleend op grond artikel 4:18, derde lid.
Artikel 2:67 Verbod op slapen in de open lucht
Het is verboden op of aan een openbare plaats, waaronder begrepen het strand, tussen 23:00 en 07:00 uur nachtrust te houden in de openlucht.
Artikel 2:68 Beschermende maatregel bouwwerken strand [vervallen] Artikel 2:69 Bestrijding overlastgevende planten [vervallen]
Afdeling 9. Carbid schieten
Artikel 2:70 Verbod carbid schieten
1Onder carbid schieten wordt verstaan: het in een bus, container, opslagvat of daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosieve wijze verbranden van acethyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gas(mengsels) met vergelijkbare eigenschappen.
2Het is verboden in de openlucht met carbid te schieten.
3Het verbod in het tweede lid geldt niet op 31 december tussen 10:00 en 24:00 uur en op 1 januari tussen 00:00 en 02:00 uur mits het carbid schieten plaatsvindt:
a.buiten de bebouwde kom op een afstand van ten minste 100 meter van gebouwen;
b.op minimaal 100 meter afstand van een natuurgebied;
c.met een vrijschootsveld van minimaal 75 meter en daarin geen openbare paden en/of wegen zijn gelegen en daarin geen publiek aanwezig is;
d.op een wijze waarvan degene die het carbid schieten verricht weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat daardoor geen gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving.
4Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Omgevingswet, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Afdeling 10. Consumentenvuurwerk
Artikel 2:71 Definitie
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen [vervallen] Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
1Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
2Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
3De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.
Afdeling 11. Drugsoverlast
Artikel 2:74 Drugshandel en -gebruik op straat
1Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
2Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te hebben.
Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:3, 2:10, 2:25, 2:26, 2:29, 2:41, 2:42, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:70, 2:73, 2:74 en 2:78, groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen
1De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
2De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van andere door de gemeenteraad bij afzonderlijk besluit aan te wijzen plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn.
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen
1De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
2Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
3Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.
4De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
1Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
2De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:
a.geluid- of geurhinder;
b.hinder van dieren;
c.hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
d.overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;
e.intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 3:1 Afbakening
De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
Artikel 3:2 Definities
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a.Advertentie
Elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt.
b.Beheerder
De natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf.
c.Bevoegd bestuursorgaan
Het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de gemeentewet, de burgemeester.
d.Escortbedrijf
De activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee.
e.Exploitant
De natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend.
f.Klant
Degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten.
g.Prostituee
Degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling.
h.Prostitutie
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling.
i.Prostitutiebedrijf
De activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie.
j .Seksbedrijf
De activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling.
k.Seksinrichting
Voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf.
l .Werkruimte
Als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.
Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf
Artikel 3:3 Vergunning
1Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan.
2Op een aanvraag om vergunning wordt binnen 12 weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste 12 weken worden verlengd.
3Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
4Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend.
5De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet overdraagbaar.
Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen [vervallen] Artikel 3:5 Maximum aantal vergunningen voor seksinrichtingen [vervallen] Artikel 3:6 Aanvraag
1Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:
a.de persoonsgegevens van de exploitant;
b.het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
c.of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;
d.het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;
e.het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting;
f.het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;
g.een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant;
h.voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant;
i.een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;
j.bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf;
k.voor zover van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding;
l.voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding.
2Als er een beheerder is aangesteld, is het eerste lid, onder a, b, c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de beheerder.
3Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.
Artikel 3:7 Weigeringsgronden
1Een vergunning wordt geweigerd als:
a.de exploitant of de beheerder onder curatele staat;
b.de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;
c.de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;
d.redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
e.redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;
f.er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;
g.de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden;
h.de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
1bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;
2de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht;
3artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
4de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
5de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of
6de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
i.de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.
2Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt gelijkgesteld:
a.een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;
b.betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt.
3De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.
4Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.
5Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd:
a.voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met g, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking;
b.als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen;
c.als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend;
d.als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd;
e.als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15, eerste en tweede lid;
f.als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven.
Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning
1De vergunning vermeldt in ieder geval:
a.de naam van de exploitant;
b.voor zover van toepassing, die van de beheerder;
c.voor welke activiteit de vergunning is verleend;
d.het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;
e.het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;
f.voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend;
g.de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden;
h.voor zover van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning;
i.het nummer van de vergunning.
2De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en dat tevens aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.
Artikel 3:9 Intrekkingsgronden
1De vergunning wordt ingetrokken als:
a.de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b.de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;
c.is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1;
d.zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;
e.zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h;
f.de vergunninghouder dat verzoekt;
g.de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan.
2De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:
a.is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
b.in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;
c.een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;
d.is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c;
e.is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen;
f.zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;
g.de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;
h.er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;
i.gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden
De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet.
Artikel 3:11 Verlenging vergunning
1Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de artikelen 3:3, 3:6, 3:7, 3:8 en 3:15, derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele gegevens en bescheiden waarover het bevoegde bestuursorgaan al beschikking heeft niet nogmaals overgelegd dienen te worden.
2Als ten minste 12 weken voorafgaand aan de vervaltermijn van de vergunning verlenging van de vergunning is aangevraagd, blijft de vergunning van kracht totdat op de aanvraag om verlenging is besloten.
Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven
Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang
1Artikel 2:29, eerste en tweed lid is van overeenkomstige toepassing op seksinrichtingen, tenzij bij vergunning anders is bepaald.
2Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers.
3Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting.
Artikel 3:13 Adverteren
Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf:
a.geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder e, van het nummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder i, en van de bedrijfsnaam;
b.vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a;
c.als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.
Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees
Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees
Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die:
a.nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;
b.in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.
Artikel 3:15 Bedrijfsplan
1Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft:
a.op het gebied van hygiëne;
b.ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees;
c.ter bescherming van de gezondheid van de klanten;
d.ter voorkoming van strafbare feiten.
2De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat:
a.de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is;
b.inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees;
c.in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;
d.in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is;
e.de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;
f.de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken;
g.de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken;
h.de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft;
i.de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft;
j.aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;
k.de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen;
l.de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;
m.de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt;
n.de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie;
o.de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt.
3Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning.
4De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld.
5De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant.
6In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.
Artikel 3:16 Minimale verhuurperiode werkruimte [vervallen] Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf
1De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend.
2De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat:
a.de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;
b.er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval;
1de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees;
2de verhuuradministratie;
3met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k;
4de werkroosters van de beheerders.
c.de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders;
d.medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;
e.onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting;
f.onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste 1 maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur;
g.gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.
Paragraaf 3 Raam- en straatprostitutie
Artikel 3:18 Raamprostitutie
Het is een prostituee verboden:
a.zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en
b.passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden.
Artikel 3:19 Straatprostitutie
Het is verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, op te houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op of aan de weg ontuchtige handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie.
Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie [vervallen]
Afdeling 4. Overige bepalingen
Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten
1Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.
2Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee.
3Het verbod, bedoeld in het tweede lid geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend.
Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
1Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt.
2Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
Artikel 4:1 Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
a.Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
b.Collectieve festiviteit
Festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden.
c.Gevoelige gebouwen
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
d.Gevoelige terreinen
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
e.Houder van een inrichting
Degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft.
f.Incidentele festiviteit
Festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen.
g.Inrichting
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer.
h.Onversterkte muziek
Muziek die niet elektronisch is versterkt.
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
1De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a, en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
2De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
3In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer dorpen van de gemeente.
4Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.
5Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.
6Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a, en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer uiterlijk één uur na het einde van de collectieve festiviteit beëindigd.
Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten
1Het is een inrichting toegestaan op maximaal twee dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a, en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
2Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal twee dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
3Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.
4De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
5De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
6Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a, en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 uiterlijk één uur na het einde festiviteit beëindigd.
7Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten [vervallen] Artikel 4:5 Onversterkte muziek [vervallen] Artikel 4:6 Overige geluidhinder
1Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
2Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3Het college kan voor het gebruik van knalapparatuur voor het verjagen van vogels en wild algemene regels vaststellen waarin wordt opgenomen in welke gevallen het verbod niet van toepassing is.
4Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.
Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Artikel 4:7 Straatvegen [vervallen] Artikel 4:8 Verbod op natuurlijke behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen [vervallen]
Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden
Artikel 4:10 Begripsbepalingen
1In deze afdeling wordt verstaan onder:
a.Houtopstand Hakhout, een houtwal of een of meer bomen.
b.Hakhout Een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.
2In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
1Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de lijst vermeld op bijlagen 1 en 2 (bomenlijsten).
2In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:
a.de natuurwaarde van de houtopstand;
b.de landschappelijke waarde van de houtopstand;
c.de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
d.de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
e.de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of
f.de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
3Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.
4Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege [vervallen]
Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. [vervallen] Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen [vervallen] Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
1Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
2Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.
Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame [vervallen]
Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen
Artikel 4:17 Definitie
In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden voor recreatief nachtverblijf.
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
1Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.
2Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.
3Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.
4Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van:
a.natuur en landschap; of
b.een stadsgezicht.
Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen
1Artikel 4:18, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
2Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:18, vierde lid.
Afdeling 6. Landschap
Artikel 4:20 Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
a.Constructie
Een bouwsel dat dient om een opschrift, aankondiging of afbeelding aan te bevestigen.
b.Zaak
Een perceel inclusief de onroerende zaken die zich daarop bevinden.
Artikel 4:21 Verbod en omgevingsvergunning
1Het is buiten de bebouwde kom verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een zaak te gebruiken voor het aanbrengen of doen aanbrengen van opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, reclameobjecten of constructies, in welke vorm dan ook.
2Het is buiten de bebouwde kom verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning als zakelijk gerechtigde of gebruiker van een zaak, het gebruik van die zaak toe te staan voor het aanbrengen of doen aanbrengen van opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, reclameobjecten of constructies, in welke vorm dan ook.
3Een omgevingsvergunning kan slechts in het belang van de landschappelijke of natuurwetenschappelijke waarden van het landschap worden geweigerd of ingetrokken.
4De voorschriften van een omgevingsvergunning kunnen worden gewijzigd in het belang van de landschappelijke of natuurwetenschappelijke waarden van het landschap.
Artikel 4:22 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning
De in artikel 7.6 van de Regeling omgevingsrecht opgenomen specifieke indieningsvereisten voor een aanvraag voor het maken of voeren van handelsreclame, zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag voor een activiteit als bedoeld in artikel 4:21, eerste en tweede lid, die niet het karakter van handelsreclame heeft.
Artikel 4:23 Toegestane opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, reclameobjecten en constructies
1Het verbod in artikel 4:21 is niet van toepassing op:
a.opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, reclameobjecten of constructies die niet zichtbaar zijn vanaf een openbare weg of openbaar water;
b.opschriften, aankondigingen, afbeeldingen of constructies in het belang van het openbaar verkeer;
c.abri’s ten behoeve van het openbaar vervoer.
2Het verbod in artikel 4:21 is voorts niet van toepassing op opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, reclameobjecten of constructies die:
a.zijn aangebracht ter voldoening aan een wettelijke verplichting of op grond van een bij of krachtens enige wet toegekende bevoegdheid;
b.betrekking hebben op de dienst die wordt verleend of het bedrijf of beroep dat wordt uitgeoefend op of in de zaak waaraan ze zijn bevestigd, mits niet meer dan één opschrift, aankondiging, afbeelding of object aan, op of in de zaak wordt aangebracht;
c.aanbracht zijn op, aan of in een zaak en inhouden dat die zaak te koop, te huur of in pacht wordt aangeboden, mits:
1het aantal niet groter is dan twee per zaak; of
2het aantal niet groter is dan één per vijf hectaren, indien het een zaak betreft die groter is dan tien hectaren en die als één geheel te koop, te huur of in pacht wordt aangeboden;
d.eigennamen weergegeven zonder verdere toevoeging, die zijn aanbracht op, aan of in de zaak waarop zij betrekking hebben en kennelijk geen commercieel belang dienen;
e.van tijdelijke aard zijn en betrekking hebben op een te houden openbare wedstrijd, manifestatie of evenement, mits hiervoor toestemming is verleend bij of krachtens de vergunning op grond van artikel 2:25.
3Tenzij een wettelijk voorschrift anders bepaalt, dienen de opschriften, aankondigingen, afbeeldingen en reclameobjecten bedoeld in het tweede lid:
a.een oppervlak te hebben van maximaal 0,5 vierkante meter;
b.een afmeting te hebben van maximaal 1,5 meter in één richting;
c.indien niet aangebracht aan een gebouw, inclusief constructie, zich met het hoogste punt niet hoger dan 1,5 meter boven het maaiveld te bevinden.
4Het verbod in artikel 4:21 is voorts niet van toepassing op opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, reclameobjecten of constructies die:
a.dienstaankondigingen bevatten van het openbaar vervoer, met inbegrip van daarop met uitdrukkelijke toestemming van het openbaar vervoerbedrijf aangebrachte reclame;
b.dienen voor de aanduiding van door of vanwege de overheid beheerde openbare voorzieningen;
c.dienen ter openbaring van gedachten of gevoelens in de zin van artikel 7 van de Grondwet, mits:
d.het oppervlak niet groter is dan 1 vierkante meter, en
e.het aantal niet meer dan twee per zaak bedraagt;
f.van tijdelijke aard zijn en betrekking hebben op een werk in uitvoering van of namens de overheid, mits onmiddellijk bij het werk geplaatst en niet langer aanwezig dan uitvoering van het werk vereist;
g.zich bevinden in het inwendige gedeelte van een gebouw, voor zover dit als winkel, toonzaal, hotel, café, restaurant, werkplaats of garage wordt gebruikt.
Afdeling 7. Flora en fauna
Artikel 4:24 Vervoersverbod bijen
1Het is verboden om zonder vergunning van het college bijen naar Texel te vervoeren.
2Het is tevens verboden om zonder vergunning van het college bijen te houden.
3Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning in ieder geval geweigerd als het voortbestaan van de Texelse zwarte honingbij (Apis mellifera mellifera) in gevaar komt of dreigt te komen.
4Op een aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 4:25 Bestrijding overlastgevende en gevaarlijke planten
1De rechthebbende op gronden is verplicht deze te zuiveren van Akkerdistel (Cirsium arvense), Akkermelkdistel (Sonchus arvensis var. arvensis) en Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea) voordat deze tot bloei komen en hinder en/of een gevaar kunnen vormen voor flora, fauna, de landbouw en/of vee op naastgelegen gronden.
2De rechthebbende op gronden is verplicht deze te zuiveren van Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) en Japanse Duizendknoop (Fallopia japonica), Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis), bastaard duizendknoop (Fallopia x bohemica), Afghaanse duizendknoop (Persicaria wallichii) en kruisingen hiervan als deze hinder en/of een gevaar kunnen vormen voor personen of hinder en/of een gevaar kunnen vormen voor flora, fauna, de landbouw en/of vee op naastgelegen gronden.
3Het eerste en tweede lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien ingevolge de Omgevingswet.
4Het college kan nadere regels vaststellen over de wijze waarop uitvoering moet worden gegeven aan de verplichtingen die zijn opgenomen in het eerste en tweede lid, waaronder mede wordt begrepen de wijze waarop de planten(resten) moeten worden afgevoerd.
Artikel 4:26 Beheer en onderhoud gemeentelijke gronden
1Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden om beheer- en onderhoudswerkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren aan bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, grasperken, wegbermen of waterlopen.
2Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien ingevolge de Wet Natuurbescherming.
Artikel 4:27 Storten stoffen op gemeentelijke gronden
1Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden om slootruigte, slootbagger en andere stoffen en voorwerpen die voortkomen uit beheer- en onderhoudswerkzaamheden te storten of op te slaan in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, grasperken of wegbermen.
2Het verbod is niet van toepassing als de in het eerste lid bedoelde stoffen onmiddellijk na de beheer- en onderhoudswerkzaamheden worden verwijderd.
3Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien ingevolge de Wet Natuurbescherming.
Afdeling 8. Ballonnen
Artikel 4:28 Ballonverbod
1Onder een ballon wordt verstaan elke onbemande ballon, niet zijnde een luchtvaartuig, die door middel van helium of andere gassen in de lucht wordt gebracht en mede door de wind door de lucht wordt verplaatst, waarbij de richting en/of hoogte van de ballon niet door menselijk ingrijpen kan worden bepaald.
2Het is verboden een ballon op te laten of in de lucht te brengen.
Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod
Artikel 5:1 Begripsbepalingen [vervallen] Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
1Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:
a.het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of
b.het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
2Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:
a.voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of
b.voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.
3Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:
a.drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;
b.de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
4Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.
5Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
1Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
2Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:4 Defecte voertuigen
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 5:5 Voertuigwrakken
1Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
2Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 5:6 Kampeermiddelen, aanhangwagens, e.a.
1Het is verboden een aanhangwagen en een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
a.langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;
b.op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.
3Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.
4Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen
1Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
2Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen
1Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.
3Het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
4De verboden in het eerste en tweede lid zijn voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan 3 achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
5Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.
6Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
1Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
2Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
Artikel 5:10 [vervallen] Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
1Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.
2Dit verbod is niet van toepassing op:
a.de weg;
b.voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;
c.voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.
3Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
Afdeling 2. Collecteren
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen
1Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
2Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
3Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden:
a.in besloten kring; of
b.door een instelling met een CBF keurmerk.
4Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 3. Venten
Artikel 5:14 Definitie
1In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.
2Onder venten wordt niet verstaan:
a.het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
b.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22;
c.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.
Artikel 5:15 Ventverbod
1Het is verboden te venten:
a.op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, dagen en uren;
b.op het strand.
2Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
4Het verbod is niet van toepassing op:
a.situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;
b.het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.
5In afwijking van het bepaalde in het eerste en vierde lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken verboden op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren.
Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting [vervallen]
Afdeling 4. Standplaatsen
Artikel 5:17 Definitie
1In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
2Onder standplaats wordt niet verstaan:
a.een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
b.een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
1Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
2Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
a.wegens strijd met het omgevingsplan; of
b.als de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of
c.als een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.
3Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen
1Artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachten de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
2De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht [vervallen]
Afdeling 5. Snuffelmarkten
Artikel 5:22 Definitie
1In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen.
2Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:
a.een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
b.een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt
1Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren.
2Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.
3De burgemeester kan de vergunning weigeren wegens strijd met het omgevingsplan.
Afdeling 6. Veiligheid op openbaar water en langs de kust en bescherming van flora en fauna op en aan de kust
Artikel 5:24 Definities en uitzonderingen
1In deze afdeling wordt verstaan onder:
a.de kust:
•het strand;
•de duinen, de dijken en andere gronden, voor zover deze direct grenzen aan openbaar water;
waaronder begrepen het eiland Noorderhaaks of Razende Bol.
b.drijvend voorwerp: een luchtbed, een luchtkussen, een opblaasbare band of enig ander voorwerp dat als drijfmiddel kan worden gebruikt, uitgezonderd drijfmiddelen die aan het lichaam van een persoon zijn aangebracht voor de veiligheid van die persoon.
c.vaartuig: alle schepen en vaartuigen, inclusief vaartuigen van geringe afmetingen en zeer lichte constructie zoals catamarans, zeil- of surfplanken, kleine rubberboten en dergelijke;
2De bepalingen in deze afdeling zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Scheepvaartverkeerswet, de Binnenschepenwet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Wetboek van Strafrecht, de Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet, de Havenverordening en alle op voornoemde wetten gebaseerde verordeningen en besluiten.
Artikel 5:25 Vaartuigen en watersport
1Het is verboden om een vaartuig vanaf land of vanuit openbaar water op de kust te brengen of te hebben.
2Het verbod is niet van toepassing op vaartuigen in gebruik bij de politie, land-, lucht- of zeemacht, de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, de reddingsbrigade(s) en de strandvonderij.
3Het college kan gebieden aanwijzen waarop het verbod niet van toepassing is en het college kan daarvoor nadere regels vaststellen.
4Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel 5:26 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
1Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
2Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.
3De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.
4Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.
5Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 5:27 Beschadigen van waterstaatswerken
1Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
2Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 5:28 Reddingsmiddelen
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Artikel 5:29 Veiligheid op het water
1Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
2Het is verboden zich met een drijvend voorwerp in openbaar water te begeven of te bevinden.
3Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 5:30 Overlast aan vaartuigen
1Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.
2Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
Artikel 5:31 Kitesurfen, vliegeren en strandzeilen
1Het is verboden op openbaar water of aan de kust te varen met een door een vlieger voortbewogen (zeil)plank (kitesurfen).
2Het is verboden op of aan de kust vliegers op te laten die bestuurbaar zijn door twee of meer stuurlijnen, hieronder wordt mede begrepen het oplaten van vliegers waarmee een (klein) voertuig of een (kleine) wagen kan worden voortbewogen.
3Het is verboden op de kust te komen met een voertuig of een wagen die is voorzien van een zeil of een doek om daarmee het voertuig of de wagen voort te (laten) bewegen (strandzeilen).
4Het college kan gebieden aanwijzen waar de verboden bedoeld in het eerste, tweede en derde lid niet van toepassing zijn en het college kan daarvoor nadere regels vaststellen.
5Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.
Artikel 5:31a Rijden op het strand
1Het is een bestuurder van een voertuig, niet zijnde een fiets, verboden om met dit voertuig op het strand te rijden of dit voertuig op het strand te parkeren.
2Het is verboden om in de periode van 1 mei tot 1 oktober op het strand paard te rijden.
3Het college kan ontheffing verlenen van de verboden in het eerste en tweede lid.
4Het college kan gebieden aanwijzen waar het verbod in het tweede lid niet van toepassing is en het college kan daarvoor nadere regels vaststellen.
Artikel 5:31b Staand want vissen
1In dit artikel wordt onder vistuig van het type staand want verstaan hetgeen in artikel 1 van de Uitvoeringsregeling Visserij daaronder wordt verstaan.
2Het gebruik van het vistuig van het type staand want is verboden op en aan de kust:
a.tussen de raaipalen met 17.60 en 19, aangeduid als sportief strand;
b.in de periode tussen 1 april en 1 november op de gedeelten waar bebouwing in de vorm van strandpaviljoens, strandhuisjes en watersportaccommodaties zijn geplaatst;
c.tussen de raaipalen 24,80 en 26 (monding De Slufter);
d.in de gebieden die ingevolge artikel 2.44 van de Omgevingswet zijn aangewezen;
e.bij de ingangen van de haven van Oudeschild en de veerhaven.
3Het verbod in het tweede lid, onder b, geldt alleen tussen 09:00 en 21:00 uur.
Afdeling 7. Crossterreinen en verkeer in natuurgebieden
Artikel 5:32 Crossterreinen
1Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
2Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang:
a.van het voorkomen of beperken van overlast;
b.van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;
c.in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
3Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Artikel 5:33 Beperking verkeer en voetgangers in natuurgebieden
1Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard, anders dan op de door de terreinbeheerder aangegeven wijze.
2Binnen de voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen is het personen verboden om zich te begeven buiten de wegen, paden, speelplaatsen, recreatieterreinen en de voor het publiek opengestelde gebieden van de Slufter en de Hors.
3Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
a.het voorkomen van overlast;
b.de bescherming van natuur- of milieuwaarden;
c.de veiligheid van het publiek.
4Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:
a.ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;
b.die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
c.die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
d.van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
e.voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
5Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing:
a.op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;
b.binnen de bij of krachtens provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
6Het college kan ontheffing verlenen van het in het verbod.
Afdeling 8. Vuurverbod
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
1Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
a.verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
b.sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;
c.vuur voor koken, bakken en braden.
3Het tweede lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op het strand, de duinen, bossen en aangewezen natuurgebieden, uitgezonderd erven bij (recreatie)woningen.
4Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
5Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
6Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 5:34a Verbod op het gebruik van wensballonnen
1In dit artikel wordt onder een wensballon verstaan een ballon die door middel van hete lucht afkomstig van vuur in de lucht wordt gebracht en mede door de wind door de lucht wordt verplaatst. Hieronder wordt mede verstaan: ufoballon, herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon, geluksballon of een andere daarmee vergelijkbare ballon.
2Het is verboden een wensballon op te laten of in de lucht te brengen.
Afdeling 9. Asverstrooiing
Artikel 5:35 Definitie
In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Artikel 5:36 Verboden plaatsen
1Incidentele asverstrooiing is verboden op:
a.verharde delen van de weg;
b.gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
2Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.
3Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a.
4Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:37 Hinder of overlast
Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Afdeling 10. Naaktrecreatie
Artikel 5:38 Verbod op naaktrecreatie
1Onverminderd het bepaalde in artikel 430a Wetboek van Strafrecht is het verboden ongekleed te recreëren op een openbare plaats.
2Het verbod geldt niet op de stranden gelegen tussen de raaipalen:
•8 en 10.13, en
•26.4 en 27.45.
Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 6:1 Strafbepaling
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie:
•artikel 2:1, eerste, tweede en derde lid, artikel 2:3, eerste lid, artikel 2:10, eerste lid, artikel 2:11, eerste lid, artikel 2:12, eerste lid, artikel 2:16, artikel 2:18, eerste lid, artikel 2:25, eerste lid, artikel 2:26, eerste lid, artikel 2:28, eerste lid, artikel 2:29, eerste, tweede, derde en vierde lid, artikel 2:31, artikel 2:32, tweede lid, artikel 2:41, eerste en tweede lid, artikel 2:42, eerste, tweede lid en zesde lid, artikel 2:43, eerste lid, artikel 2:44, eerste lid, artikel 2:45, eerste lid, artikel 2:47, eerste lid, artikel 2:48, eerste lid, artikel 2:49, eerste en tweede lid, artikel 2:50, artikel 2:52, artikel 2:53, eerste en tweede lid, artikel 2:57, eerste lid, artikel 2:58, eerste lid, artikel 2:59, eerste, tweede lid en derde lid, artikel 2:66, artikel 2:67, artikel 2:70, tweede lid, artikel 2:73, eerste en tweede lid, artikel 2:74, eerste en tweede lid, artikel 2:78, eerste en tweede lid,
•artikel 3:3, eerste lid, artikel 3:12, tweede en derde lid, artikel 3:13, artikel 3:14, artikel 3:17, eerste en tweede lid, artikel 3:18, artikel 3:19, artikel 3:21, eerste en tweede lid, artikel 3:22, eerste lid;
•artikel 4:6, eerste lid, artikel 4:8, artikel 4:11, tweede lid, artikel 4:15, eerste lid, artikel 4:18, eerste lid, artikel 4:21, eerste en tweede lid, artikel 4:24, eerste en tweede lid, artikel 4:26, eerste lid, artikel 4:27, eerste lid, artikel 4.28;
•artikel 5:2, derde lid, artikel 5:3, eerste lid, artikel 5:4, artikel 5:6, eerste lid, artikel 5:7, eerste lid, artikel 5:8, eerste en tweede lid, artikel 5:9, eerste lid, artikel 5:10, eerste lid, artikel 5:11, eerste lid, artikel 5:12, 5:13, eerste lid, artikel 5:15, eerste lid, artikel 5:18, eerste lid, artikel 5:19, artikel 5:23, eerste lid, artikel 5:25, eerste lid, artikel 5:26, eerste lid, artikel 5:27, artikel 5:28, artikel 5:29, eerste en tweede lid, artikel 5:30, eerste en tweede lid, artikel 5:31, eerste, tweede en derde lid, artikel 5:31a, eerste en derde lid, artikel 5:31b, tweede lid, artikel 5:32, eerste lid, artikel 5:33, eerste lid, artikel 5:34, eerste lid, artikel 5:34a, tweede lid, artikel 5:36, eerste lid, artikel 5:37, artikel 5:38, eerste lid.
Artikel 6:2 Toezichthouders
1Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast:
•de medewerkers van het team Vergunningen, Toezicht en Handhaving en de afdeling Gemeentewerken belast met toezichthoudende en handhavingstaken;
•de hulpstrandvonders als bedoeld in de Wet op de Strandvonderij, voor wat betreft de artikelen: 2:25, 2:57, 2:58, 2:66, 2:67, 2:70, 2:73, 4:6, 4:18, 4:21, 4:28, 5:15, 5:18, 5:25, 5:26, 5:27, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:31a, 5:31b, 5:32, 5:33, 5:34, 5:34a, 5:36 en 5:38.
•de medewerkers van Staatsbosbeheer, Vereniging Natuurmonumenten en Stichting Landschap Noord-Holland voor zover zij zijn belast met het toezicht in de gebieden die bij Staatbosbeheer, Vereniging Natuurmonumenten en Stichting Landschap Noord-Holland in beheer zijn of in andere gebieden waarvoor zij als toezichthouder zijn aangewezen, en uitsluitend ten aanzien van die gebieden.
2Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met dit toezicht.
3Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening
1De Algemene Plaatselijke Verordening Texel, vastgesteld op 14 april en 2 juni 2009, wordt ingetrokken.
2De Landschapsverordening Texel 2015, vastgesteld op 18 februari 2015, wordt ingetrokken.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling
Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Artikel 6:6 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
Artikel 6:7 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Texel 2016.
Bijlage 1 Bomenlijst gemeentelijke bomen
Deel 1
Bomenlijst op grond van artikel 4:11, eerste lid
Gemeentelijke bomen
A
Gemeentelijke bomen in de buitendorpen
Oosterend:
Nr
Adres
Soort Latijns
Soort Nederlands
Ankerstraat tegenover nr 21
Ulmus
iep
Ankerstraat tegenover nr 15
Ulmus Hollandica 'Belgica'
iep
*
Kotterstraat 1 School de Akker
Tilia europaea
linde
*
Oranjestraat naast nr 2
Fraxines exselsior
es
*
Oranjestraat naast nr 1b
Crataeagus monogyna
meidoorn
*
Oranjestraat naast nr 1b
Crataeagus monogyna
meidoorn
*
Oranjestraat naast nr 1b
Crataeagus monogyna
meidoorn
Oranjestraat voor nr 1b
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
Koppesbosje, ingang Achtertune
Tilia europaea
linde
*
Leilindes rond kerk Oosterend
Tilia europaea
linde
*
t Hof tegenover nr 9
Betula pendula
berk
Sportterrein jeu de boules baan
Malus
appel
Sportterrein grasveldje
Pyrus
peer
Botterstraat achter Vliestraat nr 20
Popules canadensis
*
Botterstraat naast nr 5-7
Tilia europaea
linde
Botterstraat achter nr 5-7
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
06.005
Muzieknis
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
06.006
Muzieknis
Quercus cerris
moseik
06.007
Muzieknis
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
Tussen Oosterend en Oost:
Oosterweg entree pad nr 31 (6 stuks)
Popules canadensis
populier
Oosterweg tussen nr 17 en 19 (5 stuks)
Salix alba (1e gezien vanf nr 17)
wilg
de andere zijn niet zo beeldbepalend
Salix alba (2e gezien vanf nr 17)
wilg
De Waal:
*
Hogerend voor nr 21
Tilia europaea
linde
*
Hogerend voor nr 21
Tilia europaea
linde
*
Langwaal naast nr 9 school
Fagus sylvatica
beuk
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
Langwaal voor nr 9 dorpshuis
Popules canadensis
populier
Vermaningspad achter nr 9
Quercus palustris
moeraseik
Sommeltjesweg grote bomen in 2 singeltjes
Bomendiek voor nr 4 (hoogheemraadschap)
Fraxines exselsior
es
De Cocksdorp:
*
bosje van Reuvers achter Klimpstraat
nr 37 t/m 59
Postweg 211b brandweerkazerne
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
Postweg 211b brandweerkazerne
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
Postweg 211b brandweerkazerne
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
De Koog:
Dorpstraat naast nr 168
Salix alba
wilg
Pontweg 133 tot en met 141 singel met Quercus robur
Kamerstraat voor nr 66
in singel
groep van 3 eiken
Den Hoorn:
HemmerKooi nr 16 bosje
De Naal naast Herenstraat nr 1
Tilia europaea
linde
Stolpweg parkeerterrein ter hoogte van ingang volkstuinen
Gleditsia?
Naalrand tegenover de school
Salix alba
wilg
Lage Achterom achter Naalrand nr 25
Quercus robur in singel
eik
Oudeschild:
Houtmanstraat hoek Trompstraat naast nr 39
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
Houtmanstraat naast Trompstraat 1A andere kant
Acer pseudoplatanus
esdoorn
Houtmanstr. naast loodssingel 47
Ulmus glabra 'Exoniensis'
iep
andere kant weg
Houtmanstraat tegenover bejaardenflat
Acer pseudoplatanus
esdoorn
Houtmanstraat naast bejaardenflat 'de rede'
Ulmus glabra 'Exoniensis'
iep
Ulmus glabra 'Exoniensis'
iep
*
Barendszstraat nr 19
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
*
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
*
Ulmus hollandica 'Belgica'
Iep
B
Gemeentelijke bomen in Den Burg
Nr.
Adres
Soort Latijns
Soort Nederlands
*
Wilhelminalaan voor nr 2
Quercus Robur
zomereik
*
Bernardlaan naast Wilhelminalaan 2
Acer pseudoplatanus
esdoorn
*
Bernardlaan naast Wilhelminalaan 2
Prunus avium
zoete kers
*
Bernardlaan naast Wilhelminalaan 2
Prunus avium
zoete kers
*
Wilhelminalaan parkeerterrein
Tilia europaea
linde
Wilhelminalaan naast de ULO
Popules canadensis
populier
Popules canadensis
populier
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
Tilia europaea
linde
Schilderend voor nr 42
Tilia europaea
linde
Schilderend voor nr 40
Tilia europaea
linde
*
Schilderend voor nr 38
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
Schilderend voor nr 34
Tilia europaea
linde
Schilderend voor nr 32
Tilia europaea
linde
Schilderend tussen nr 30 - 28
Tilia europaea
linde
Schilderend naast ULO
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Schilderend tegenover nr 23
Tilia europaea
linde
Schilderend voor nr 13
Platanus acerifolia
plataan
Platanus acerifolia
plataan
Platanus acerifolia
plataan
*
Keesomlaan voor nr 5
Prunus serrula
kers
*
Schilderend voor nr 10
Acer platanoides
noorse esdoorn
*
Acer platanoides
noorse esdoorn
*
Warmoestraat tussen nr 68 en 70
Fraxines exelsior
es
*
Warmoestraat naast nr 72
Tilia europaea
linde
*
Schilderend t.o. nr 99
Tilia europaea
linde
*
Schilderend t.o. nr 101
Tilia europaea
linde
*
Schilderend naast nr 104
Tilia europaea
linde
01.017
Notaristuin Den Burg
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
01.018
Notaristuin Den Burg
Acer pseudoplatanus
esdoorn
01.019
Notaristuin Den Burg
Acer pseudoplatanus
esdoorn
01.021
Notaristuin Den Burg
Acer pseudoplatanus
esdoorn
01.022
Notaristuin Den Burg
Acer pseudoplatanus
esdoorn
01.023
Notaristuin Den Burg
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
bruine beuk
01.024
Notaristuin Den Burg
Fagus sylvatica
beuk
01.025
Notaristuin Den Burg
Fagus sylvatica
beuk
01.026
Notaristuin Den Burg
Tilia x europaea
linde
01.027
Notaristuin Den Burg
Fagus sylvatica
beuk
01.028
Notaristuin Den Burg
Fagus sylvatica
beuk
01.029
Notaristuin Den Burg
Fagus sylvatica
beuk
01.030
Notaristuin Den Burg
Acer pseudoplatanus
esdoorn
01.031
Notaristuin Den Burg
Tilia x europaea
linde
01.032
Notaristuin Den Burg
Fraxinus excelsior
es
01.033
Notaristuin Den Burg
Tilia x europaea
linde
01.034
Notaristuin Den Burg
Fraxinus excelsior
es
01.023
Notaristuin Den Burg
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
bruine beuk
01.024
Notaristuin Den Burg
Fagus sylvatica
beuk
01.025
Notaristuin Den Burg
Fagus sylvatica
beuk
01.026
Notaristuin Den Burg
Tilia x europaea
linde
01.027
Notaristuin Den Burg
Fagus sylvatica
beuk
01.028
Notaristuin Den Burg
Fagus sylvatica
beuk
01.029
Notaristuin Den Burg
Fagus sylvatica
beuk
01.030
Notaristuin Den Burg
Acer pseudoplatanus
esdoorn
01.031
Notaristuin Den Burg
Tilia x europaea
linde
01.032
Notaristuin Den Burg
Fraxinus excelsior
es
01.033
Notaristuin Den Burg
Tilia x europaea
linde
01.034
Notaristuin Den Burg
Fraxinus excelsior
es
Achterom achter Weverstraat nr 55A
Tilia x europaea
linde
*
Haffelderweg voor nr 7
Crataeagus monogyna
meidoorn
*
Crataeagus monogyna
meidoorn
*
Haffelderweg voor nr 15
Crataeagus monogyna
meidoorn
Keesomlaan veldje voor dierenartsen praktijk
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
Tilia europaea
linde
*
Keesomlaan nr 15 voor de woelige hoek
Tilia europaea
linde
*
Keesomlaan nr 15 achter de school
Quercus Robur
zomereik
Acer pseudoplatanus
esdoorn
*
Elemert voor nr 14
Tilia europaea
linde
*
Elemert voor nr 12
Tilia europaea
linde
*
Elemert naast Warmoestraat nr 26
Tilia europaea
linde
*
Tilia europaea
linde
*
Emmalaan aan het einde van de
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
singel van de ijsbaan
Emmalaan hoek Haffelderwg naast
Tilia europaea
linde
fietsenstalling OSG
Tilia europaea
linde
Emmalaan doorsteek Thijsseschool
Quercus Robur
zomereik
staan 8 x mooie wel behouden
Emmalaan tegenover nr 55 op parkeerterrein
Quercus Robur
zomereik
Emmalaan tegenover nr 55 bij monument in het gras
Pinus heldreichii
den
Pinus heldreichii
den
Emmalaan tegenover nr 55 in het gras
Pinus heldreichii
den
Pinus heldreichii
den
Pinus heldreichii
den
*
Gravenstraat 8
Tilia
linde - kandelaar
*
Pater Witteplein tegenover nr 18
Aesculus hippocastanum
paardekastanje
Pater Witteplein tegenover nr 2
Corylus Colurna
boomhazelaar
Pater Witteplein tegenover nr 2
Corylus Colurna
boomhazelaar
Hollewal tegenover nr 33
Corylus Colurna
boomhazelaar
Hollewal tegenover nr 33
Corylus Colurna
boomhazelaar
*
Hollewal voor nr 14
Tilia europaea
linde
Hollewal naast verpleeghuis
Tilia europaea
linde
Hollewal naast verpleeghuis
Tilia europaea
linde
Hollewal naast verpleeghuis
Tilia europaea
linde
Hollewal naast verpleeghuis
Tilia europaea
linde
Hollewal naast verpleeghuis
Tilia europaea
linde
Hollewal naast verpleeghuis
Tilia europaea
linde
Hollewal tegenover nr 19
Popules canadensis
populier
Gasthuisstraat tegenover nr 18
Tilia europaea
linde
01.038
Passage Vogelzang Den Burg
Juglans regia
Noot
Wittekruislaan voor nr 24 A
Alnus glutinosa
els
01.046
Gravestraat voor nr 31
Tilia europaea
linde
Hogerstraat voor nr 14
Tilia europaea kandelaar
linde
Hogerstraat voor nr 12
Tilia europaea kandelaar
linde
Hogerstraat voor nr 10
Tilia europaea kandelaar
linde
Hogerstraat voor nr 2
Tilia europaea kandelaar
linde
01.044
Stenenplaats Den Burg
Aesculus flava
gele paardenkastanje
*
Burgerhoutstraat naast Waalderstraat 45
Fagus sylvatica
beuk
Binnenburg voor nr 8
Tilia europaea kandelaar
linde
Binnenburg voor nr 6
Tilia europaea kandelaar
linde
*
Binnenburg tussen nr 4 en kerk(nr 2)
Tilia europaea
linde
Binnenburg voor nr 2
Tilia europaea
linde
*
Binnenburg tegenover nr 1
Tilia europaea
linde
*
Groeneplaats naast nr 14
Tilia europaea
linde
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 3
Fagus sylvatica
beuk
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 5
Fagus sylvatica
beuk
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 6
Tilia europaea
linde
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 9
Tilia europaea
linde
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 10
Fagus sylvatica
beuk
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 11
Tilia europaea
linde
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 16
Acer pseudoplatanus
esdoorn
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 17
Tilia europaea
linde
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 18
Tilia europaea
linde
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 20
Platanus acerifolia
plataan
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 21
Platanus acerifolia
plataan
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 22
Acer pseudoplatanus
esdoorn
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 29
Platanus acerifolia
plataan
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 30
Platanus acerifolia
plataan
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 31
Acer pseudoplatanus
esdoorn
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 32
Acer pseudoplatanus
esdoorn
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 33
Tilia europaea
esdoorn
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 34
Tilia europaea
linde
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 37
Aesculus hippocastanum
kastanje
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 38
Quercus Robur
eik
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 39
Acer pseudoplatanus
esdoorn
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 40
Aesculus hippocastanum
kastanje
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 45
Tilia europaea
linde
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 46
Tilia europaea
linde
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 47
Tilia europaea
linde
*
Park Wezentuin zie tekening MB boom nr 49
Tilia europaea
linde
Warmoestraat voor nr 7
Tilia europaea
linde
Warmoestraat voor nr 9
Tilia europaea
linde
Warmoestraat links voor nr 11
Ulmus glabra 'Exoniensis'
iep
Waalderstraat voor nr 1
Tilia europaea kandelaar
linde
Waalderstraat voor nr 25
Tilia europaea kandelaar
linde
*
Thijsselaan voor nr 77
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
Wagemakersstraat tegenover nr 16
Tilia europaea
linde
Wagemakersstraat tegenover nr 18
Tilia europaea
linde
Wagemakersstraat tegenover nr 20
Tilia europaea
linde
Wagemakersstraat tegenover nr 22
Tilia europaea
linde
Wagemakersstraat tegenover nr 24
Tilia europaea
linde
Wagemakersstraat tegenover nr 26
Tilia europaea
linde
Wagemakersstraat tegenover nr 13
Tilia europaea
linde
Wagemakersstraat tegenover nr 7A
Tilia europaea
linde
Wagemakersstraat tegenover. nr 7A
Tilia europaea
linde
Wagemakersstraat tegenover. nr 7
Tilia europaea
linde
Wagemakersstraat naast nr 5
Tilia europaea
linde
*
Bernardlaan hoek Waalderstraat naast
Quercus Robur
eik
Parkeerterrein P4
Maricoweg - 28 eiken, beeldbepalend door grootte en vorm
*
Maricoweg voor nr 2
Quercus Robur
eik
*
Maricoweg tegenover nr 2
Quercus Robur
eik
*
Maricoweg tegenover nr 2A
Quercus Robur
eik
*
Maricoweg voor nr 4, rechts als je tegen het huis aankijkt
Quercus Robur
eik
*
Maricoweg naast Stolk (nr 172) midden in plantsoen
Quercus Robur
eik
*
Maricoweg links naast ingang oude Fixet tussen nr 4 en 6
Quercus Robur
eik
*
Maricoweg voor nr 5A
Quercus Robur
eik
Buytengors naast nr 25 op veld
juglans nigra
*
Buytengors voor nr 21
Prunus serrula
kers
*
Buytengors voor nr 23
Quercus Robur
eik
*
Sluyscoog naast nr 2
Salix sepulcralis'Chrysocoma'
treurwilg
Sluyscoog naast nr 46
Cedrus libani 'Glauca'
blauwe ceder
Sluyscoog naast nr 77
Salix caprea
wilg
Sluyscoog naast nr 79
Juglans regia
noot
Sluyscoog voor PEN gebouwtje
*
Bernardlaan voor nr 24
Betula pendula
berk
*
Bernardlaan naast Drijverstraat nr 20
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
*
Bernardlaan naast Drijverstraat nr 20
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
*
Bernardlaan naast Wilsterstraat nr 2
Popules canadensis
populier
Parkstraat voor nr 9
Platanus acerifolia
plataan
01.039
Parkstraat tegenover nr 32
Tilia europaea
linde
01.045
Burgwal Den Burg 37
Tilia x europaea
Linde
Parkstraat voor nr 7
Platanus acerifolia
plataan
Parkstraat voor nr 7
Platanus acerifolia
plataan
Parkstraat voor nr28
Platanus acerifolia
plataan
Parkstraat voor nr 5
Platanus acerifolia
plataan
Parkstraat voor nr 5
Platanus acerifolia
plataan
Parkstraat voor nr 3
Platanus acerifolia
plataan
Parkstraat voor nr 3
Platanus acerifolia
plataan
Parkstraat voor nr 3
Platanus acerifolia
plataan
Parkstraat voor nr 10
Platanus acerifolia
plataan
Parkstraat voor nr 8
Platanus acerifolia
plataan
Parkstraat voor nr 6
Platanus acerifolia
plataan
01.004
Hoek Kogerstraat en De Zes Den Burg
Pterocaria fraxinifolia
vleugelnoot
01.080
Kogerstraat, in Groenstrook, 1791EP Den Burg
Fagus sylvatica
beuk
01.081
Kogerstraat, in Groenstrook, 1791EP Den Burg
Tilia x europaea
linde
01.082
Kogerstraat, in Groenstrook, 1791EP Den Burg
Fraxinus excelsior 'Jaspidea'
gele es
01.083
Kogerstraat, in Groenstrook, 1791EP Den Burg
Fraxinus excelsior 'Jaspidea'
gele es
*
Jonkerstraat tegenover nr 5
Robinia pseudoacacia
valse acacia
Jan Dirksoord voor nr 1
Tilia tomentosa
linde
Jan Dirksoord voor nr 1
Tilia tomentosa
linde
Jan Dirksoord voor nr 59
Tilia tomentosa
linde
Jan Dirksoord bij parkeerhaventjes tussen nr 59 en 50
Tilia tomentosa
linde
*
Jan Dirksoord voor nr 50
Tilia tomentosa
linde
*
Jonkerstraat naast nr 13 bij glasbak
Fagus sylvatica
beuk
Jonkerstraat naast Willem v. Beierenstraat nr 1
Fagus sylvatica
beuk
*
Jonkerstraat naast Willem v. Beierenstraat nr 1
Tilia tomentosa
linde
Jonkerstraat naast Willem v. Beierenstraat nr 1
Tilia tomentosa
linde
Jonkerstraat naast Willem v. Beierenstraat nr 1
Tilia tomentosa
linde
*
Jonkerstraat naast Willem v. Beierenstraat nr 1
Tilia tomentosa
linde
Jonkerstraat naast Beatrixlaan nr 84
Fagus sylvatica
beuk
Vaargeul achter centrum voor fysiotherapie
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
Vaargeul achter centrum voor fysiotherapie
Ulmus hollandica 'Belgica'
Willem v. Beierenstraat, speelveldje op hoek met Boogerd
Tilia tomentosa
linde
Tilia tomentosa
linde
Tilia tomentosa
linde
Tilia tomentosa
linde
*
Kogerstraat entree begraafplaats links naast monument
Fagus sylvatica purpurea
beuk
*
Kogerstraat recht naast de poort begraafplaats achter monument begraafplaats op de hoek 2e pad rechts
Fagus sylvatica purpurea
beuk
Prunus serrulata
kers
'Kiku-shidare-zakura'
*
Kogerstraat voor nr 59
Liriodendron tulpifera
tulpenboom
*
Kogerstraat voor nr 59
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
*
Kogerstraat naast nr 95
Tilia tomentosa
linde
Beatrixlaan tegenover nr 111
Platanus acerifolia
plataan
Beatrixlaan tegenover nr 115
Platanus acerifolia
plataan
Noordwester naast Beatrixlaan nr 57
Popules canadensis
populier
Noordwester naast Beatrixlaan nr 57
Popules canadensis
populier
Zeebries naast nr 4
Alnus glutinosa 'Laciniata'
els
Zeebries naast nr 4
Alnus glutinosa 'Laciniata'
els
Zeebries naast nr 4
Alnus glutinosa 'Laciniata'
els
*
Schilderweg voor nr 169
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
*
Schilderweg voor nr 169
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
*
Schilderweg voor nr 171A
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
*
Schilderweg voor nr 171
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
*
Schilderweg voor nr 171
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
*
Schilderweg voor nr 173A
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
*
Schilderweg voor nr 173
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
*
Schilderweg voor nr 173
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
*
Schilderweg voor nr 173
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
Bijlage 2 Bomenlijst particulieren bomen
Deel 2
Bomenlijst op grond van artikel 4:11, eerste lid, deel 2
Particuliere bomen
Den Burg
Julianastraat 3
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
bruine beuk
Julianastraat 9
Fraxinus excelsior
es
Julianastraat 9
Quercus petrea
wintereik
Keesomlaan 18
Fraxinus excelsior
es
Keesomlaan 18
Fraxinus excelsior
es
Keesomlaan 18
Fraxinus excelsior
es
Kogerstraat 31
Cedrus atlantica clauca
atlasceder
Kogerstraat 84
Pinus nigra
den
Molenstraat 34
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
Westergeest 4
Fagus sylvatica
beuk
Westergeest 4
Quercus robur
zomereik
Westergeest 4
Quercus robur
zomereik
Weverstraat 85
Taxus baccata
venijnboom
Weverstraat 85
Taxus baccata
venijnboom
Weverstraat 85
Ilex aquifolium
hulst
Weverstraat 85
Ilex aquifolium
hulst
Zuid Haffel 31
Robinia pseudoacacia
robinia
Burgerdijk 10
Malus 'Bramley Seedling'
Appel
Kadijksweg 10
Fraxinus excelsior
es
Warmoesstraat 10
Morus nigra
moerbei
Molendwarsstraat 4
Quercus robur
zomereik
Molendwarsstraat 8
Castanea sativa
tamme kastanje
Bernhardlaan 148
Alnus glutinosa
els
Bernhardlaan 134
Castanea sativa
tamme kastanje
Bernhardlaan 134
Castanea sativa
tamme kastanje
Bernhardlaan 52
Betula pendula
berk
Ada van Hollandstraat
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
Keesomlaan
Fagus sylvatica
beuk
Keesomlaan
Acer
esdoorn
Keesomlaan
Betula pendula
berk
Haffelderweg 1A
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
Haffelderweg 1A
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
Slingerweg
Quercus robur
eik
Slingerweg
Fagus sylvatica
beuk
Wilhelminalaan 41
Betula pendula 'Youngii'
prieelberk
Burdetstraat 5
Populus canadescens
populier
Burdetstraat 2
Castanea sativa
tamme kastanje
Drijverstraat 10
Alnus glutinosa
els
Witte Kruislaan 35
Pinus nigra nigra
den
Witte Kruislaan 17
Prunus avium
kers
Jan Reijstraat
Juglans nigra
walnoot
Burgerhoutstraat 4
Fagus sylvatica
beuk
Schilderend 140
Quercus robur
eik
Schilderend 140
Fagus sylv. 'Atropurpurea'
beuk
Schilderend 140
Fagus sylvatica
beuk
Wilsterstraat 4
Fagus sylvatica
Beuk
Molenstraat 89
Betula utilis
berk
Molenstraat 89
Pinus nigra nigra
den
Schoorwal
Fraxines excelsior
es
DE COCKSDORP
Slufterweg 380
Morus alba
moerbei
Langeveldstraat 45 A
Fraxines excelsior
es
Langeveldstraat 45 A
Fraxines excelsior
es
Langeveldstraat 15
Alnus glutinosa
els
Kikkertstraat 61
3xKandelaren
lindes
Kikkertstraat 59
4xKandelaren
lindes
Langeveldstraat 63
4xPinus nigra nigra
Dennen
Molenlaan 32
Quercus robur
eik
Molenlaan 36
Quercus robur
eik
Vuurtorenweg 5
Pinus nigra
den
DEN HOORN
Hemmerkooi 16
Morus alba
moerbei
Herenstraat 37
Fagus sylvatica
beuk
Herenstraat 60
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
OUDESCHILD
Trompstraat
Fraxines excelsior
es
Trompstraat
vruchtboom
Ruyterstraat 135
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
Doolhof
Diverse
bos
Vak ernaast
Div.
bos met zandgat
DE KOOG
Epelaan 34
Ulmus hollandica 'Belgica'
iep
Orchismient 49
Fraxinus excelsior
es
Orchismient 23
Castanea sativa
tamme kastanje
Plevierstraat 2
Prunus serrulata 'Kazan'
sierkers
Plevierstraat 2
Betula pendula
ruwe berk
Ruijslaan 35
Acer pseudoplatanus
esdoorn
OOSTEREND
Bijenkorfweg 4
Fraxinus excelsior
Es
Oost 66
Fraxinus excelsior
es
Loswal 26
Fraxinus excelsior
es
Oost 99
Fraxinus excelsior
es
Oranjestraat 31
Fraxinus excelsior
Es
Oranjestraat 31
Fraxinus excelsior
es
Oranjestraat 31
Fraxinus excelsior
es
Schoolstraat 8
Araucaria araucana
slangen den
Peperstraat 22
zware bomen
Wierstraat 3
Fraxinus excelsior
es
Wierstraat 3
Fraxinus excelsior
es
Peperstraat 35
Fraxinus excelsior
es
Peperstraat 42
Tilia x europaea
linde
Kerkstraat 5
Fagus sylvatica
beuk
Kerkstraat 9
Pyrus
peer
Kerkstraat 9
Malus
appel
Kerkstraat 9
Morus
moerbei
Kerkstraat 19
Tilia
linde
Oosterweg 4
Acer pseudoplatanus
esdoorn
Oosterweg 4
Acer pseudoplatanus
esdoorn
Zevenhuizen 46
Fraxines excelsior
es
Botterstraat gezien vanaf parkeerterrein
Fraxines excelsior
es
Achtertune 3A
Fraxines excelsior
essen
Nesweg, weiland naast nummer 2
Alnus glutinosa
elzen
Kotterstraat 29
Quercus robur
eik
DE WAAL
Langwaal 2
Fraxines excelsior
Es
Langwaal 2
Fraxines excelsior
es
Hogereind 33/33B
Fagus sylvatica
beuk
Hogereind 33/33B
Quercus robur
eik
Hogereind 33A
Fraxines excelsior
es
Hogereind31
Quercus robur
eik
Vermaningspad 2
Quercus robur
eik
Hogereind 20
Quercus robur
eik
Bomendiek 1
Fraxines excelsior
Es
Spangerweg 22
Morus nigra
zwarte moerbei