Woningwet

Ww

Huidige tekst

Artikel 56a Ww

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    Er is een Adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden toegelaten instellingen.

  2. 2

    De adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden heeft tot taak op verzoek van een toegelaten instelling aan haar advies uit te brengen over: a.de omvang van de werkzaamheden, genoemd en bedoeld in het bepaalde bij en krachtens artikel 47, eerste lid, onderdelen a tot en met g, van de toegelaten instelling die noodzakelijk zijn voor het in stand houden van voldoende woongelegenheden als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdelen b en c, in de gemeenten waar die toegelaten instelling feitelijk werkzaam is; b.de mogelijkheden voor andere toegelaten instellingen die feitelijk werkzaam zijn in hetzelfde gebied als bedoeld in artikel 41b, tweede lid, als de verzoekende toegelaten instelling om de in onderdeel a bedoelde noodzakelijke werkzaamheden binnen een redelijke termijn voort te zetten; en c.de doelmatigheid van het in stand houden van de in onderdeel a bedoelde woongelegenheden.

  3. 3

    De adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor het opstellen van het advies.

  4. 4

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven over de inrichting en werkwijze van de adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden, alsmede regels gegeven over de vergoeding van de leden van de adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:446Parket bij de Hoge Raad, 21 april 2023 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Onrechtmatig handelen door onjuiste standpunten bij voorbereiding besluit. Verjaring. Onzelfstandige voorbereidingshandeling? Toepasselijkheid van HR 28 oktober 1994…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1320Parket bij de Hoge Raad, 2 november 2018 (civiel recht)

    Onrechtmatige overheidsdaad. Besluitaansprakelijkheid. Bouwvergunning geweigerd. Miskenning dat reeds begunstigend besluit van rechtwege was verleend (art. 46 lid 4 Woningwet (oud)). Gronden voor en…

  • ECLI:NL:HR:2014:3442Hoge Raad, 28 november 2014 (belastingrecht)

    Art. 16 AWR. Primitieve aanslagen door fout heffingsambtenaar vernietigd. Conversie tweede primitieve aanslagen in navorderingsaanslagen niet mogelijk.

  • ECLI:NL:PHR:2014:305Parket bij de Hoge Raad, 27 maart 2014 (belastingrecht)

    Belanghebbende is voornemens op zijn perceel een woning te bouwen. In het onderhavige belastingjaar heeft belanghebbende nog enkel voorbereidingshandelingen verricht. Zo is een bouwvergunning eerste…

  • ECLI:NL:RVS:2024:1630Raad van State, 17 april 2024 (omgevingsrecht)

    Bij besluit van 20 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk de aan maatschap [naam appellant] verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een machineberging…

  • ECLI:NL:RBNHO:2021:2289Rechtbank Noord-Holland, 24 februari 2021 (omgevingsrecht)

    Het besluit om voor een project (bouwen/gebruiken) al dan niet vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan betreft een discretionaire bevoegdheid van verweerder. De rechtbank kan een dergelijk…

  • ECLI:NL:OGEAM:2020:24Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 29 april 2020 (omgevingsrecht)

    Oneigenlijke voorwaarden verbonden aan bouwvergunning voldoen niet aan de wettelijke eisen. Ook is de vergunning niet getoetst aan de eisen zoals gesteld in de regelgeving.

  • ECLI:NL:RBOBR:2019:4044Rechtbank Oost-Brabant, 8 juli 2019 (bestuursprocesrecht)

    Bestuursrecht

201 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.