Woningwet

Ww

Huidige tekst

Artikel 105 Ww

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    Onze Minister kan een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen aan een toegelaten instelling of een dochtermaatschappij: a.ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk IIIA of IV; b.ter handhaving van een aanwijzing als bedoeld in artikel 61d of van een maatregel als bedoeld in artikel 48, achtste lid, 61g, eerste, tweede of derde lid, of 104a, eerste lid, of c.naar aanleiding van een plan als bedoeld in artikel 29, tweede lid, tweede volzin, of 57, eerste lid, onderdeel a, dan wel indien de toegelaten instelling een zodanig plan niet verstrekt.

  2. 2

    Artikel 61d, eerste lid, tweede volzin, is ten aanzien van een samenwerkingsvennootschap als bedoeld in die volzin van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBLIM:2014:4299Rechtbank Limburg, 12 mei 2014 (bestuursprocesrecht)

    Bij besluit van 1 november 2012 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties de woningstichting de aanwijzing gegeven om de gerechtelijke procedure tegen het voormalig bestuur en de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.