Woningwet

Ww

Huidige tekst

Artikel 19 Ww

Geldt sinds 1 januari 2022

  1. 1

    Onze Minister kan verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en stichtingen die zich ten doel stellen uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn en beogen hun financiële middelen uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting in te zetten, toelaten als instellingen, uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting werkzaam. In het daartoe strekkende verzoek vermeldt de vereniging of de stichting in elk geval de gronden voor dat verzoek, de gemeente waar zij voornemens is woonplaats te houden en de gemeenten waar zij voornemens is feitelijk werkzaam te zijn.

  2. 2

    Voordat Onze Minister op het verzoek, bedoeld in het eerste lid, beslist, stelt hij de colleges van burgemeester en wethouders van de in dat lid bedoelde gemeenten, en de in het belang van de huurders van de woongelegenheden van de betrokken vereniging of stichting werkzame huurdersorganisaties en bewonerscommissies in de gelegenheid hun zienswijzen daarop aan hem kenbaar te maken. Die colleges, organisaties en commissies kunnen binnen vier weken nadien hun zienswijzen aan hem doen toekomen.

  3. 3

    Onze Minister kan de toelating weigeren, indien: a.de vereniging of de stichting niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens het eerste lid; b.de vereniging of de stichting naar zijn oordeel niet voldoende financieel draagkrachtig is of haar financiële continuïteit niet voldoende is gewaarborgd; c.sprake is van gebreken in de akte van oprichting van de vereniging of de stichting; d.personen die ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 25, tweede lid, vierde of zesde lid, of zevende lid, of 30, derde, zesde of achtste lid, geen lid zouden moeten respectievelijk kunnen zijn van het bestuur respectievelijk de raad van commissarissen van een toegelaten instelling aan de statuten van de vereniging of de stichting het recht kunnen ontlenen om personen in dat bestuur of die raad te benoemen of personen voor een zodanige benoeming voor te dragen; e.aan de statuten van de vereniging of de stichting het recht kan worden ontleend tot het verkrijgen van de eigendom van de onroerende zaken of hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden van de vereniging of de stichting op een wijze die met het bepaalde bij en krachtens deze wet in strijd is of f.die toelating naar zijn oordeel anderszins niet in het belang van de volkshuisvesting is te achten.

  4. 4

    Onze Minister kan de toelating intrekken, indien: a.de toegelaten instelling niet langer uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam is of haar financiële middelen niet uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting inzet, of b.de toegelaten instelling naar zijn oordeel het belang van de volkshuisvesting zodanige schade berokkent of bij handhaving van de toelating op korte termijn zal berokkenen, dat haar toelating niet langer in dat belang is te achten.

  5. 5

    Van een besluit tot toelating of tot intrekking van de toelating wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

  6. 6

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, te verstrekken gegevens en de behandeling van dat verzoek.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1134Parket bij de Hoge Raad, 17 oktober 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Huurrecht. Verplicht overeenkomst huur sociale woning tot zelfbewoning? Uitleg contra proferentem?

  • ECLI:NL:PHR:2025:728Parket bij de Hoge Raad, 27 juni 2025 (civiel recht)

    Huurrecht. Prejudiciële vragen Rb. Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2024:10288). Invulling ‘belang van het kind’ uit art. 3 lid 1 IVRK bij ontruimingszaken van huurwoningen waar minderjarige kinderen bij…

  • ECLI:NL:PHR:2023:848Parket bij de Hoge Raad, 29 september 2023 (belastingrecht)

    Sprongcassatie; woningcorporatie verkoopt deel belang in dochter-NV. Art. 20a Wet Vpb beperkt dan voorwaartse verliesverrekening; lid 4 biedt escape als niet wordt belegd, maar lid 8(a) merkt verhuur…

  • ECLI:NL:HR:2023:931Hoge Raad, 16 juni 2023 (civiel recht)

    Huurrecht. Woonruimte. Vordering verhuurder tot beëindiging huur wegens dringend eigen gebruik. Art. 7:274 lid 1, onder c, BW. Sloop en nieuwbouw met oog op stedenbouwkundige, sociaaleconomische of…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:10941Rechtbank Rotterdam, 4 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Huur, oneerlijk huurprijswijzigingsbeding. Kantonrechter oordeelt in afwijking van Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2026:872) dat sprake is van een oneerlijk beding. Wettelijke beperking verhoging…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:9371Rechtbank Limburg, 3 september 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Huur- en begeleidingsovereenkomst. Gedaagde / huurder stelt zich niet begeleidbaar op en veroorzaakt overlast. Door de rechtsgeldige opzegging van de begeleidingsovereenkomst is ook de…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2347Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2 september 2026 (belastingrecht)

    Belanghebbende is een woningcorporatie en heeft een woningcomplex verkregen van een andere woningcorporatie. Het hof is van oordeel dat de vrijstelling bij taakoverdracht (artikel 15, lid 1 aanhef en…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2494Gerechtshof Amsterdam, 26 augustus 2026 (civiel recht)

    Sociale huurwoning,. De kantonrechter heeft in kort geding de ontruiming uitgesproken vanwege ernstige structurele overlast. Het hof bekrachtigt het vonnis.

352 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.