Woningwet

Ww

Huidige tekst

Artikel 25 Ww

Geldt sinds 1 januari 2022

  1. 1

    Bestuurders zijn natuurlijke personen. De benoeming van bestuurders geschiedt voor de eerste maal bij de akte van oprichting. Opvolgende bestuurders worden door de raad van commissarissen benoemd. Artikel 37 leden 1 tot en met 6 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.

  2. 2

    Alvorens de raad van commissarissen bestuurders benoemt, verzoekt deze Onze Minister om zijn zienswijze op de geschiktheid van die personen voor het lidmaatschap van het bestuur en de betrouwbaarheid van die personen aan haar kenbaar te maken. Aan de zienswijze kunnen voorwaarden worden verbonden. Onze Minister kan binnen vier weken zijn zienswijze aan de toegelaten instelling doen toekomen, welke termijn hij, onder schriftelijke kennisgeving daarvan aan de toegelaten instelling voor het verstrijken van die termijn, eenmalig met een door hem daarbij te bepalen termijn van ten hoogste vier weken kan verlengen. Een benoeming als bedoeld in de eerste volzin zonder dat Onze Minister daarover een positieve zienswijze heeft uitgebracht is, indien dat niet het gevolg is van zijn handelen of nalaten, strijdig met het belang van de volkshuisvesting. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven omtrent de toepassing van dit lid.

  3. 3

    Een bestuurder wordt benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar, en kan steeds voor een periode van ten hoogste vier jaar worden herbenoemd.

  4. 4

    Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met een lidmaatschap van een orgaan van een rechtspersoon of vennootschap, of enige andere functie, waarvan de uitoefening door de bestuurder nadelig kan zijn voor de belangen van de toegelaten instelling of waarvan de uitoefening kan leiden tot de schijn van belangenverstrengeling.

  5. 5

    Het bestuur is zodanig samengesteld dat geen verwevenheid ontstaat tussen het bestuur en een ander orgaan van de toegelaten instelling, of een orgaan van een andere rechtspersoon of vennootschap, die nadelig kan zijn voor de belangen van de toegelaten instelling.

  6. 6

    Het lidmaatschap van het bestuur kan worden verenigd met een functie die niet voldoet aan de eisen van het vierde lid, of het bestuur kan in afwijking van het vijfde lid worden samengesteld, indien daarmee het belang van de volkshuisvesting is gediend en door de toegelaten instelling afdoende maatregelen worden genomen om de risico’s van die vereniging of die samenstelling te beperken. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de toepassing van dit lid.

  7. 7

    Degene die voor benoeming in het bestuur, of in het bestuur van een dochtermaatschappij of een samenwerkingsvennootschap, in aanmerking wenst te komen, wordt niet daarin benoemd dan nadat hij aan de instantie die tot die benoeming bevoegd is een verklaring heeft overgelegd, die inhoudt dat hij niet eerder een bestuurlijke of toezichthoudende functie heeft bekleed bij enige rechtspersoon of vennootschap die op het maatschappelijke belang gerichte werkzaamheden verricht ten aanzien waarvan, als gevolg van zijn handelen of nalaten, een aanwijzing of maatregel is opgelegd en dat hij nooit voor een financieel-economisch delict is veroordeeld.

  8. 8

    Iedere bestuurder kan te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de raad van commissarissen.

  9. 9

    De statuten bevatten voorschriften omtrent de wijze waarop, in geval van ontstentenis of belet van de bestuurders, voorlopig in het bestuur wordt voorzien.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2016:562Parket bij de Hoge Raad, 23 juni 2016 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade tegen de uitspraak van gerechtshof…

  • ECLI:NL:PHR:2014:1808Parket bij de Hoge Raad, 26 september 2014 (civiel recht)

    Koop. Art. 7:15 BW. Publiekrechtelijke regelgeving (Beleidsregels grote rivieren); kunnen daaruit voortvloeiende lasten en beperkingen worden aangemerkt als ‘bijzondere lasten en beperkingen’ in de…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BW4812Parket bij de Hoge Raad, 4 mei 2012 (civiel recht)

    Verzet tegen dwangbevel. Appartementencomplex. Ver. v. Eigenaren heeft niet voldaan aan aanschrijving ex art. 14 lid 1 (oud) Woningwet. Gemeente past bestuursdwang toe. Invordering door gemeente van…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BQ4105Parket bij de Hoge Raad, 9 september 2011 (belastingrecht)

    Art. 229 Gemeentewet. Leges en legitimatieplicht. Algemeen belang versus individueel belang. Verstrekking Nederlandse identiteitskaart dienst in de zin van de Gemeentewet?

  • ECLI:NL:RBMNE:2016:5476Rechtbank Midden-Nederland, 11 oktober 2016 (arbeidsrecht)

    Tussenbeschikking. Bestuurder woningbouwvereniging gestart als vrijwilliger. Nadien is er een arbeidsovereenkomst ontstaan. Voor wat betreft de aanvangsdatum heeft de woningbouwvereniging het…

  • ECLI:NL:RBROT:2011:BU9591Rechtbank Rotterdam, 30 november 2011 (civiel recht)

    verzet dwangbevel in verband met toegepaste bestuursdwang woning. Stelplicht ten aanzien van de vraag of/welke kosten verschuldigd zijn.

  • ECLI:NL:RVS:2009:BK0120Raad van State, 14 oktober 2009 (bestuursrecht)

    Bij brieven van 7 juni 2005 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oud-Zuid (hierna: het dagelijks bestuur) [wederpartij] medegedeeld dat de beslissingen op haar aanvragen om…

  • ECLI:NL:RBAMS:2008:BG2171Rechtbank Amsterdam, 6 oktober 2008 (bestuursrecht)

    Splitsingsvergunning. De door verweerder gehanteerde uitvoeringspraktijk waarbij de vergunning in beginsel wordt geweigerd wanneer de gebreken niet binnen de aanhoudingstermijn van één jaar zijn…

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.