Wet op belastingen van rechtsverkeer

WBRV

Huidige tekst

Artikel 3 WBRV

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Als verkrijging wordt niet aangemerkt die krachtens: a.boedelmenging, erfrecht of verjaring; b.verdeling van een huwelijksgemeenschap of nalatenschap, waarin de verkrijger was gerechtigd als rechtverkrijgende onder algemene titel; c.natrekking van een zaak op het tijdstip waarop die zaak wordt aangebracht op, aan of in een onroerende zaak, tenzij van die zaak omzetbelasting wordt geheven ter zake van de levering en de vergoeding, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, tezamen met de verschuldigde omzetbelasting, lager is dan de waarde, bedoeld in artikel 9, en de verkrijger die omzetbelasting op grond van artikel 15 van die wet niet of niet nagenoeg geheel in aftrek kan brengen. Voor de toepassing van deze bepaling wordt de waarde ten minste gesteld op de kostprijs van de zaak, met inbegrip van de omzetbelasting, zoals die zou ontstaan bij de voortbrenging door een onafhankelijke derde op het tijdstip van de natrekking.

  2. 2

    Als verkrijging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt niet aangemerkt hetgeen wordt verkregen krachtens de uitoefening van een wilsrecht als bedoeld in de artikelen 19, 20, 21 en 22 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2010:BO3644Parket bij de Hoge Raad, 24 december 2010 (belastingrecht)

    Art. 2, lid 1, en 9, lid 4, Wet BRV. Havenkranen onroerend? Verkrijging kranen door gerechtigde tot reeds gevestigd recht van opstal is geen (nadere) verkrijging in de zin van de Wet BRV.

  • ECLI:NL:HR:2005:AU2781Hoge Raad, 16 september 2005 (belastingrecht)

    Overdrachtsbelasting. Art. 3, letter b, WBR. Opvolgende verdeling van een nalatenschap?

  • ECLI:NL:HR:1998:AA2457Hoge Raad, 11 maart 1998 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:1996:AA1805Parket bij de Hoge Raad, 17 januari 1996 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4317Rechtbank Noord-Nederland, 10 september 2026 (belastingrecht)

    Overdrachtsbelasting, verkrijging onroerende zaak na echtscheiding. De rechtbank is van oordeel dat artikel 3, lid 1, onderdeel b van de WBR niet van toepassing is omdat belanghebbende was gehuwd…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:1787Rechtbank Noord-Nederland, 7 mei 2026 (belastingrecht)

    Eiseres heeft in 2014 een appartement gekocht. Over deze verkrijging is overdrachtsbelasting geheven. In 2018 heeft eiseres 49/100 onverdeeld aandeel in het appartement overgedragen aan haar partner.…

  • ECLI:NL:GHARL:2021:9560Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 oktober 2021 (belastingrecht)

    Overdrachtsbelasting. Verdeling tot ontbonden huwelijksgemeenschap en nalatenschap behorende woning.

  • ECLI:NL:RBZWB:2019:5854Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 december 2019 (belastingrecht)

    Artikel 15 eerste lid, onderdeel g van de WBR. Verkrijging van woning niet vrijgesteld omdat geen sprake is van een gezamenlijke verkrijging dus geen gemeenschap in de zin van titel 7 van Boek 3 van…

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.