Wet op belastingen van rechtsverkeer

WBRV

Huidige tekst

Artikel 11 WBRV

Geldt sinds 1 januari 2016

  1. 1

    Bij verkrijging van een erfdienstbaarheid of van een recht van erfpacht, opstal of beklemming wordt de waarde vermeerderd met die van de canon, de retributie of de huur, met dien verstande dat de som van beide waarden niet hoger wordt gesteld dan de waarde van de zaak waarop het recht betrekking heeft.

  2. 2

    Bij verkrijging van eigendom, bezwaard met een erfdienstbaarheid of met een recht van erfpacht, opstal of beklemming, wordt de waarde verminderd met die van de canon, de retributie of de huur.

  3. 3

    De waarde van de canon, de retributie of de huur wordt bepaald volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

  4. 4

    Het tweede lid is niet van toepassing indien: a.eigendom wordt verkregen door een levering onder voorbehoud van een erfdienstbaarheid, een recht van erfpacht of een recht van opstal ten behoeve van diegene die de eigendom vervreemdt; of b.eigendom wordt verkregen, welke is bezwaard met een erfdienstbaarheid, een recht van erfpacht of een recht van opstal, indien het desbetreffende beperkte recht was gevestigd tegelijk met of binnen drie jaar voorafgaand aan de verkrijging en ter zake van de vestiging van het beperkte recht of een daarmee samenhangende verkrijging van bloot eigendom de vrijstelling, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van toepassing was.

  5. 5

    Wanneer een verkrijging als bedoeld in het vierde lid wordt gevolgd door een verkrijging als bedoeld in het eerste lid, door dezelfde verkrijger of een rechtsopvolger onder algemene titel en met betrekking tot dezelfde onroerende zaak, wordt de maatstaf van heffing bij de opvolgende verkrijging verminderd met het bedrag waarover bij de vorige verkrijging: a.overdrachtsbelasting was verschuldigd welke niet in mindering heeft gestrekt van schenk- of erfbelasting; of b.omzetbelasting was verschuldigd welke op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 in het geheel niet in aftrek kon worden gebracht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:790Parket bij de Hoge Raad, 20 augustus 2013 (belastingrecht)

    Overdracht, door BV, van recht op waardeverandering van grond; BV ‘wordt geacht’ een ‘recht van erfpacht’ voor te behouden waarvoor zij een jaarlijkse ‘canon’ betaalt. Primair: Belaste verkrijging…

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:3012Gerechtshof Amsterdam, 26 september 2023 (belastingrecht)

    Overdrachtsbelasting. In geschil is of sprake is van een belaste verkrijging in de zin van artikel 2, tweede lid, Wet BRV. Het Hof oordeelt dat belanghebbende bij akte een samenstel van rechten en…

  • ECLI:NL:RBGEL:2022:1297Rechtbank Gelderland, 11 maart 2022 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslag overdrachtsbelasting. Splitsingsvrijstelling. Eiseres heeft na diverse rechtshandelingen, waaronder een juridische splitsing, een aantal zendmasten verkregen. Verweerder heeft een…

  • ECLI:NL:RBNHO:2020:10110Rechtbank Noord-Holland, 3 december 2020 (belastingrecht)

    De rechtbank is van oordeel dat de afkoopsom van het tercht van erfpacht als heffingsgrondslag heeft te gelden. Het economische resultaat van een en ander komt in casu overeen met de situatie dat een…

  • ECLI:NL:RBNHO:2020:10111Rechtbank Noord-Holland, 3 december 2020 (belastingrecht)

    Het bedrag van de afkoopsom van het recht van erfpacht heeft als heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 9 WBR te gelden.

  • ECLI:NL:RBZWB:2015:1782Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 april 2015 (belastingrecht)

    Overdrachtsbelasting. Artikel 11, eerste lid, en artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. In 2013 heeft belanghebbende een voortdurend recht van…

  • ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5804Gerechtshof Amsterdam, 29 november 2012 (belastingrecht)

    Het Hof oordeelt, evenals de rechtbank, dat belanghebbende de economische eigendom heeft verkregen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, WBR. Er is geen sprake van de vestiging van een recht van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.