Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg

Wkkgz

Huidige tekst

Artikel 24 Wkkgz

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    De ambtenaren van de inspectie zijn belast met het toezicht op de naleving van hetgeen bij of krachtens de artikelen 2, 2a, eerste en tweede lid, 3 tot en met 11 en 13 tot en met 23, dan wel in een aanwijzing of bevel als bedoeld in artikel 27 of artikel 28 is bepaald. Zij rapporteren daaromtrent aan Onze Minister.

  2. 2

    Het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2 en 3, eerste lid, is mede gericht op het bevorderen van het gebruik van standaarden door zorgaanbieders en zorgverleners.

  3. 3

    De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, voor zover de woning deel uitmaakt van een bouwkundige voorziening voor het verlenen van zorg.

  4. 4

    De aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaren toekomende bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:16 en 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht, hebben mede betrekking op dossiers.

  5. 5

    Voor zover de betrokken zorgverlener uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift tot geheimhouding van het dossier verplicht is, kan de zorgverlener deze verplichting, in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet inroepen tegenover de in het eerste lid bedoelde ambtenaren. Op deze ambtenaren rust dezelfde geheimhoudingsplicht als op de betrokken zorgverlener.

  6. 6

    De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd het niet naleven door een zorgaanbieder van een verplichting die voor hem uit het bepaalde bij of krachtens deze wet voortvloeit, buiten behandeling te laten, tenzij sprake is van een situatie die voor de veiligheid van cliënten of de zorg een ernstige bedreiging kan betekenen, of het belang van goede zorg anderszins daaraan redelijkerwijs in de weg staat.

  7. 7

    De in het eerste lid bedoelde ambtenaren volgen de eenduidige uitleg van het Zorginstituut, bedoeld in artikel 2a, derde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2024:1171Raad van State, 20 maart 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 28 januari 2020 heeft de minister beslist op het verzoek van [appellante] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur om informatie over een melding bij de Inspectie Gezondheidszorg…

  • ECLI:NL:RBLIM:2023:4573Rechtbank Limburg, 2 augustus 2023 (bestuursprocesrecht)

    Voorzieningenrechter schorst aanwijzingsbesluit Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. In besluit is onvoldoende rekening gehouden met de complexe problematiek waarmee de huisartsenorganisatie Co-Med…

  • ECLI:NL:RVS:2021:1674Raad van State, 28 juli 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 23 augustus 2019 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de curatoren gelast te voldoen aan de verplichting tot medewerking als bedoeld in artikel 5:20, eerste lid…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:6182Rechtbank Den Haag, 18 juni 2021 (bestuursrecht)

    Wob verzoek, openbaarmaking documenten geweigerd op grond van Wkkgz en Wob, beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:347Rechtbank Amsterdam, 21 januari 2020 (bestuursrecht)

    Verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Wkkgz lex specialis. Weigeringsgronden persoonlijke levenssfeer, belang van inspectie en onevenredige benadeling

  • ECLI:NL:RVS:2019:2718Raad van State, 7 augustus 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 6 april 2016 heeft de minister van VWS het verzoek van [appellante A] en [appellant B] om documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur te openbaren gedeeltelijk toegewezen.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.