Wet kinderopvang

Wko

Huidige tekst

Artikel 1.66 Wko

Geldt sinds 1 juli 2021

  1. 1

    Het college kan de houder verbieden de exploitatie van een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau voort te zetten, zolang hij een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is.

  2. 2

    Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62 of anderszins blijkt dat het kindercentrum, de voorziening voor gastouderopvang of het gastouderbureau naar verwachting niet dan wel niet langer aan de bij of krachtens de artikelen 1.48d, tweede en derde lid, 1.49 tot en met 1.59, 1.60a en 1.60c gegeven voorschriften zal voldoen, kan het college zolang die situatie zich voordoet, de houder verbieden dat kindercentrum, die voorziening voor gastouderopvang of dat gastouderbureau in exploitatie te nemen of te houden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:1826Raad van State, 1 april 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 8 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas aan [appellante] van 9 november 2020 tot 4 januari 2021 een tijdelijk verbod opgelegd tot het…

  • ECLI:NL:RBLIM:2024:7379Rechtbank Limburg, 21 oktober 2024 (bestuursrecht)

    Wet kinderopvang. Eiseres is exploitant van een gastouderopvang. Het college heeft een tijdelijk exploitatieverbod aan die gastouderopvang opgelegd omdat naar verwachting niet (langer) wordt voldaan…

  • ECLI:NL:RBOBR:2024:501Rechtbank Oost-Brabant, 13 februari 2024 (bestuursprocesrecht)

    Exploitatieverbod voor kinderopvang omdat niet zou zijn voldaan aan kwaliteitseis aanwezigheid van een vast gezicht. Het college is in beginsel bevoegd om op grond van artikel 1.66 van de Wko…

  • ECLI:NL:RVS:2023:426Raad van State, 1 februari 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 3 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland [persoon] met ingang van 5 september 2019 verboden de exploitatie van [naam kinderdagverblijf]…

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:15433Rechtbank Den Haag, 29 december 2017 (belastingrecht)

    De rechtbank is, in navolging van oordeel dat het voordeel uit de activiteiten van eiseres als gastouder in het onderhavige jaar als winst uit onderneming moet worden aangemerkt.

  • ECLI:NL:RBNHO:2017:9347Rechtbank Noord-Holland, 9 november 2017 (bestuursrecht)

    WKO: Besluit tot oplegging exploitatieverbod voor de voorziening voor gastouderopvang en verwijdering van die voorziening uit het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. GGZ-rapport…

  • ECLI:NL:RBNNE:2017:4405Rechtbank Noord-Nederland, 9 november 2017 (belastingrecht)

    De door een gastouder - eiseres - genoten inkomsten uit kinderopvang kwalificeren als winst uit onderneming. De vraagouders zijn eiseres' opdrachtgevers. De rechtbank acht het in het geval van…

  • ECLI:NL:GHDHA:2017:2123Gerechtshof Den Haag, 27 juni 2017 (belastingrecht)

    In geschil is of de door belanghebbende met haar werkzaamheden als gastouder behaalde voordelen moeten worden aangemerkt als winst uit onderneming.

13 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.