Wet kinderopvang

Wko

Huidige tekst

Artikel 1.51 Wko

Geldt sinds 1 januari 2018

De houder van een gastouderbureau voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de door de gastouder op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder van het gastouderbureau legt, voor zover hierin niet wordt voorzien bij of krachtens andere wet- en regelgeving, in een risico-inventarisatie schriftelijk vast welke risico's de opvang van kinderen met zich brengt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2016:4074Rechtbank Amsterdam, 30 juni 2016 (bestuursrecht)

    Verweerder is bevoegd om handhavend op te treden, indien de overtreding voldoende duidelijk, voorzienbaar en kenbaar is. Een eventuele vaste gedragslijn mag geen (nadere) normstelling bevatten.…

  • ECLI:NL:RBAMS:2016:4075Rechtbank Amsterdam, 30 juni 2016 (bestuursrecht)

    Ten aanzien van overtreding 1 voldoet de last, in samenhang gelezen met de rapporten van de toezichthouder, niet aan de daaraan te stellen eisen. Ten aanzien van overtreding 2: Verweerder is bevoegd…

  • ECLI:NL:RBAMS:2016:2694Rechtbank Amsterdam, 1 maart 2016 (bestuursrecht)

    De rechtbank overweegt dat het opleggen van een bestuurlijke boete een bestraffende sanctie is. Dat betekent dat de overtreding een wettelijke grondslag dient te hebben en dat de overtreding…

  • ECLI:NL:RBSGR:2012:BX0802Rechtbank 's-Gravenhage, 16 mei 2012 (bestuursrecht)

    Boeteoplegging aan kinderdagverblijf; niet voldaan aan de voorschriften van de Wko (Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen).

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.