Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

WAZ

Huidige tekst

Artikel 2 WAZ

Geldt sinds 1 januari 2021

Begrip arbeidsongeschiktheid 1 Arbeidsongeschikt, geheel of gedeeltelijk, is de persoon die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen, hetgeen gezonde personen, met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen. 2 De verzekerde die op en sedert het tijdstip dat zijn verzekering een aanvang neemt, reeds gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de zin van het eerste lid, wordt voor wat de door hem aan deze wet te ontlenen aanspraken betreft als geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt aangemerkt, indien hij als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen, hetgeen soortgelijke personen, die in dezelfde mate arbeidsongeschikt zijn in de zin van het eerste lid, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen. 3 Indien de bij de aanvang van de verzekering aanwezige arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid naderhand is afgenomen vindt het tweede lid vervolgens overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de aanvang van de verzekering in de plaats treedt het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid is afgenomen. 4 Onder de in het eerste en tweede lid eerstgenoemde arbeid wordt verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is. 5 Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt buiten beschouwing gelaten of de verzekerde de arbeid feitelijk kan verkrijgen. 6 Bij de toepassing van dit artikel wordt buiten beschouwing gelaten, hetgeen wordt of kan worden ontvangen voor arbeid verricht bij wijze van sociale werkvoorziening. 7 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste tot en met zesde lid nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld. 8 De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 9 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent een afwijkende wijze van vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid in gevallen waarin recht bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en een uitkering inzake arbeidsongeschiktheid op grond van een andere wettelijke regeling ter verzekering tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid. 10 Bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in deze wet maakt de verzekeringsarts zo veel mogelijk gebruik van wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van arbeidsongeschiktheid kunnen ondersteunen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2009:BH5410Parket bij de Hoge Raad, 5 juni 2009 (civiel recht)

    WAM-verzekering. Schadeomvang; vervolg op HR 20 januari 2006, nr. C04/280, RvdW 2006, 115, geding na verwijzing; schadebegroting ex art. 6:97 BW, stelplicht- en bewijslastverdeling, vrijheid rechter…

  • ECLI:NL:HR:2005:AT3137Hoge Raad, 3 juni 2005 (personen- en familierecht)

    3 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/084HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. G. Sertkaya-Aydin, t e g…

  • ECLI:NL:PHR:2005:AT3137Parket bij de Hoge Raad, 3 juni 2005 (personen- en familierecht)

    3 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/084HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. G. Sertkaya-Aydin, t e g…

  • ECLI:NL:CRVB:2022:2463Centrale Raad van Beroep, 16 november 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Anticumulatie moet op 23 mei 2016 – vier weken na het intreden van de ongeschiktheid tot werken – op grond van artikel 4, eerste lid, van de Beleidsregels worden beëindigd. Het Uwv heeft geen…

  • ECLI:NL:CRVB:2020:3177Centrale Raad van Beroep, 16 december 2020 (socialezekerheidsrecht)

    De door appellant verrichte werkzaamheden zijn met ingang van 1 maart 2013 terecht als algemeen geaccepteerde werkzaamheden aangemerkt en de daarmee verworven inkomsten leiden tot een mate van…

  • ECLI:NL:RBNHO:2020:5350Rechtbank Noord-Holland, 1 juli 2020 (socialezekerheidsrecht)

    WAZ.

  • ECLI:NL:CRVB:2019:4311Centrale Raad van Beroep, 18 december 2019 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering WAZ-uitkering toe te kennen.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:869Centrale Raad van Beroep, 3 maart 2017 (socialezekerheidsrecht)

    De Raad komt tot de conclusie dat het Uwv met het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 4 april 2016 de in de tussenuitspraak vastgestelde gebreken heeft hersteld. Het Uwv heeft…

77 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.