Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

WAZ

Huidige tekst

Artikel 1 WAZ

Geldt sinds 1 oktober 2023

Algemene begrippen 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.Onze Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b.Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; c.verzekerde: de persoon, bedoeld in artikel 3; d.arbeidsongeschiktheidsuitkering: een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet; e.dienstbetrekking: een dienstbetrekking in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; f.winst uit onderneming: de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in paragraaf 3.2.4 van die wet en de MKB-winstvrijstelling bedoeld in paragraaf 3.2.5 van die wet; g.winst uit Nederlandse onderneming: de belastbare winst uit Nederlandse onderneming, bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in paragraaf 3.2.4 van die wet en de MKB-winstvrijstelling bedoeld in paragraaf 3.2.5 van die wet; h.aanmerkelijk belang: aanmerkelijk belang als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001; i.inkomsten uit tegenwoordige arbeid: het gezamenlijke bedrag van: 1°. het belastbaar loon uit tegenwoordige arbeid, bedoeld in afdeling 3.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001; 2°. het belastbaar loon ter zake van het in Nederland verrichten van arbeid, bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001; 3°. het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in afdeling 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoudens voorzover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b, en 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en 4°. het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland, bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoudens voorzover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b, en 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001. j. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000; k. rechtens zijn vrijheid is ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de gevallen, bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en in artikel 2.3 van de Wet forensische zorg; l. justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting, een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen; m. reïntegratiebedrijf: een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert; n. resterende verdiencapaciteit: datgene dat de persoon, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet nog met arbeid kan verdienen en dat bij of krachtens artikel 2 is vastgesteld; o. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht; p. uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met: a.echtgenoot: geregistreerde partner; b.echtgenoten: geregistreerde partners; c.gehuwd: als partner geregistreerd. 3 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt: a.als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; b.als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4 Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 5 Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a.zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld; b.uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c.zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d.zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid. 6 Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d. 7 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid. 8 Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige. 9 Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet, of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2006:AV0417Hoge Raad, 27 januari 2006 (belastingrecht)

    Herstel misslag Hof. Incidenteel beroep doorgezet na intrekking principaal beroep.

  • ECLI:NL:PHR:2003:AF1006Parket bij de Hoge Raad, 14 februari 2003 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:CRVB:2016:3058Centrale Raad van Beroep, 5 augustus 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Anticumulatie. Terugvordering WAZ-uitkering. Het Uwv heeft terecht de stakingswinst van € 65.328,- als inkomsten uit arbeid aangemerkt. Appellant heeft met de overdracht van het aandeel in het…

  • ECLI:NL:CRVB:2015:2452Centrale Raad van Beroep, 24 juli 2015 (socialezekerheidsrecht)

    Anticumulatie. Fictieve arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De fiscaal verantwoorde en vastgestelde (netto)winst van een zelfstandige wordt aangemerkt als inkomsten uit arbeid in de zin van…

  • ECLI:NL:CRVB:2013:1053Centrale Raad van Beroep, 5 juli 2013 (socialezekerheidsrecht)

    Herziening en terugvordering WAO-uitkering. Niet kan worden geoordeeld dat het in 5.3 bedoelde beleid niet consistent is toegepast. Het kon appellante, zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld…

  • ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7689Centrale Raad van Beroep, 8 juni 2011 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling WAO-uitkering. Het Uwv heeft voor de bepaling van de winst uit onderneming bij de toepassing van artikel 44 van de WAO aansluiting gezocht bij het winstbegrip van artikel 1, eerste lid…

  • ECLI:NL:CRVB:2010:BO6013Centrale Raad van Beroep, 1 december 2010 (socialezekerheidsrecht)

    Anticumulatie. Onder de winst uit onderneming wordt verstaan de fiscale winst vermeerderd met de ondernemersaftrek. Een berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid waarbij rekening wordt…

  • ECLI:NL:CRVB:2010:BM5955Centrale Raad van Beroep, 27 mei 2010 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling grondslag uitkering. Als de totaalsom van de door een verzekerde als zodanig verworven winst en inkomsten in enig boekjaar of kalenderjaar tot een negatief bedrag leidt, zal de winst en…

23 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.