Toeslagenwet

TW

Huidige tekst

Artikel 1 TW

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b.Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; c.Toeslagenfonds: het fonds, bedoeld in artikel 31; d.loondervingsuitkering: een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen; e.toeslag: een op een loondervingsuitkering of naast het recht op loon, bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, bedoeld in artikel 76a van de Ziektewet, te verlenen toeslag ingevolge deze wet; f.minimumloon: 1°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, gedeeld door 21,75, en 2°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede en zevende lid, het op grond van de artikelen 7, derde lid, en 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, gedeeld door 21,75; g.vervolgdagloon: het vervolgdagloon, bedoeld in artikel 21b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; h.vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht; i.uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

  2. 2

    Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met: a.echtgenoot: geregistreerde partner; b.echtgenoten: geregistreerde partners; c.gehuwd: als partner geregistreerd; d.gehuwde: als partner geregistreerde.

  3. 3

    In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt: a.als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; b.als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

  4. 4

    Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

  5. 5

    Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a.zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld; b.uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c.zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d.zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid.

  6. 6

    Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d.

  7. 7

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid.

  8. 8

    Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.

  9. 9

    Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet, of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2025:1787Centrale Raad van Beroep, 5 december 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Intrekking en terugvordering toeslag. Appellante heeft niet doorgegeven dat haar ex-partner een Wajong-uitkering ontving. Het gezamenlijke inkomen was in de periode van 1 februari 2018 tot en met 30…

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:4160Rechtbank Midden-Nederland, 12 juli 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Deze zaak gaat over intrekking en afwijzing van een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Eiser vindt het onterecht dat hij geen toeslag krijgt omdat hij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft.…

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:2575Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 april 2023 (socialezekerheidsrecht)

    WAO

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:2242Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 april 2023 (socialezekerheidsrecht)

    TW

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:5920Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 oktober 2022 (bestuursrecht)

    WAO

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:3355Rechtbank Den Haag, 8 april 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Besluiten tot beëindiging, herziening en terugvordering WIA-uitkering en toeslag, omdat sprake is van een gezamenlijke huishouding en inkomsten worden genoten. De rechtbank is van oordeel dat er…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:881Centrale Raad van Beroep, 8 april 2021 (socialezekerheidsrecht)

    De ten onrechte verstrekte toeslag is in dit geval geen door artikel 1 van het Eerste Protocol beschermd eigendomsrecht omdat de inlichtingenverplichting is geschonden. Uit de rechtspraak van het…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:48Centrale Raad van Beroep, 12 januari 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag om een toeslag op een WIA-uitkering. Geen hoofdverblijf in een woning. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij hoofdverblijf in een woning had. Als gevolg van de…

35 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.