Telecommunicatiewet

Tw

Huidige tekst

Artikel 3.19 Tw

Geldt sinds 1 maart 2020

  1. 1

    Een vergunning wordt door Onze Minister ingetrokken indien: a.de houder van de vergunning hierom verzoekt, of b.de naleving van een bindend besluit van een instelling van de Europese Unie of de nakoming van Nederland bindende verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties dit vordert.

  2. 2

    Een vergunning kan door Onze Minister worden ingetrokken indien: a.de houder van de vergunning niet meer voldoet aan de aan hem gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een vergunning, b.de houder van de vergunning de bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de artikelen 6.10 of 6.23 van de Mediawet 2008 gestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet nakomt, c.een doelmatig gebruik van frequentieruimte dit vordert, d.de vrees gewettigd is dat het van kracht blijven van de vergunning ernstig gevaar zal opleveren voor de veiligheid van de staat of de openbare orde, e.de gronden waarop de vergunning is verleend zijn vervallen, f.de instandhouding van de vergunning de daadwerkelijke mededinging op de relevante markt in aanzienlijke mate zou beperken, g.de houder van de vergunning gedurende de periode, bedoeld in artikel 3.11 meer frequentieruimte verwerft dan de maximale hoeveelheid die met toepassing van artikel 3.11 voor die periode is vastgesteld, of h.de vrees is gewettigd dat door het gewenste signaal van de gebruikte radioapparaten ontoelaatbare belemmeringen worden veroorzaakt in andere radioapparaten, ontvanginrichtingen of elektrische of elektronische inrichtingen.

  3. 3

    Op de gronden, genoemd in het eerste en tweede lid, kan Onze Minister in plaats van de vergunning intrekken deze ook wijzigen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2022:10080Rechtbank Rotterdam, 24 november 2022 (europees bestuursrecht)

    De Minister heeft de verlengingsvergunning voor analoge niet-landelijke commerciële radio-omroep (kavel B19) gewijzigd. In beroep ligt voor procesbelang, bekendmaking besluit, de omvang van de…

  • ECLI:NL:RBROT:2021:6106Rechtbank Rotterdam, 30 juni 2021 (europees bestuursrecht)

    In het Nationaal Frequentieplan 2014 (NFP) is bepaald wat de bestemmingen zijn van bepaalde frequentiebanden. Bij het bestreden besluit heeft verweerder met ingang van 1 september 2022 een nieuwe…

  • ECLI:NL:RBROT:2021:3122Rechtbank Rotterdam, 15 april 2021 (bestuursrecht)

    Medio 2019 heeft verweerder op basis van de telecommunicatiewetgeving besloten kavels voor regionale commerciële radio op de FM-band te veilen. Het gaat om de vrijgekomen kavels B05, B28, B29 en B34.…

  • ECLI:NL:CBB:2019:353College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13 augustus 2019 (bestuursrecht)

    Telecommunicatiewet - niet-landelijke commerciële radio - frequentieruimte - netverbeteringsvoorstel - Gedragslijn

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.