Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten

Sbaow

Huidige tekst

Artikel 2 Sbaow

Geldt sinds 1 januari 2015

De arbeidsongeschiktheidsbeoordeling 1 De arbeidsongeschiktheidsbeoordeling, bedoeld in de WAO, de Waz en de hoofdstukken 2 en 3 van de Wajong, de beoordeling van duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben als bedoeld in de hoofdstukken 1a, 2 en 3, van de Wajong, de beoordeling van het percentage van het maatmaninkomen dat de verzekerde kan verdienen, bedoeld in de ZW en de beoordeling van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid of de mate van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, bedoeld in de Wet WIA, worden gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidsdeskundig onderzoek. 2 Van het arbeidsdeskundig onderzoek kan worden afgezien: a.gedurende de periode waarin uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden heeft; b.indien uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene benutbare mogelijkheden heeft maar dat hij die mogelijkheden naar verwachting binnen drie maanden zal verliezen, en dit verlies in een verzekeringsgeneeskundig onderzoek wordt vastgesteld; c.indien uit verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene benutbare mogelijkheden heeft maar dat hij wegens zijn terminale ziekte een zodanig slechte levensverwachting heeft dat hij die mogelijkheden naar verwachting binnen afzienbare termijn zal verliezen, en dit verlies in een verzekeringsgeneeskundig onderzoek wordt vastgesteld; d.indien uit verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene zodanig wisselend belastbaar is voor arbeid dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden heeft. 3 Indien uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden heeft maar betrokkene die mogelijkheden naar verwachting na verloop van een periode wel zal hebben, vindt na verloop van die periode opnieuw een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaats. 4 Het wisselend belastbaar zijn voor arbeid, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, wordt ten minste drie maal in een verzekeringsgeneeskundig onderzoek vastgesteld. 5 Benutbare mogelijkheden als bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid zijn alleen dan niet aanwezig indien: a.betrokkene is opgenomen in een ziekenhuis of in een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen die zorg verleent waarop aanspraak bestaat ingevolge de Wet langdurige zorg, met uitzondering van een inrichting waar geestelijk gestoorde delinquenten van overheidswege verpleegd worden; b.betrokkene bedlegerig is; c.betrokkene voor het uitvoeren van activiteiten van het dagelijks leven dermate afhankelijk is dat hij lichamelijk niet zelfredzaam is; of d.betrokkene als gevolg van een ernstige psychische stoornis in zijn zelfverzorging, in zijn directe samenlevingsverband alsook in zijn sociale contacten, waaronder zijn werkrelaties, niet of dermate minimaal functioneert dat hij psychisch niet zelfredzaam is. 6 Van het arbeidsdeskundig onderzoek kan worden afgezien indien de verzekeringsarts vaststelt dat betrokkene niet ongeschikt is tot het verrichten van zijn laatstelijk uitgeoefende arbeid. 7 Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2004:AO4595Parket bij de Hoge Raad, 23 april 2004 (civiel recht)

    23 april 2004 Eerste Kamer Nr. C02/336HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. W.G.H. van de Wetering, t e g…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26869Rechtbank Den Haag, 18 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Na benoeming van deskundigen blijft het bestreden besluit 2 (verhoging mate van arbeidsongeschiktheid in een WIA-zaak) in stand.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:5691Rechtbank Gelderland, 16 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Beëindiging eisers WIA-uitkering. Motiveringsgebrek ten aanzien van zorgvuldigheid onderzoek wordt gepasseerd op grond van artikel 6:22 van de Awb, omdat aannemelijk is dat eiser daardoor niet is…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:3540Rechtbank Oost-Brabant, 26 mei 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Loonsanctie. Bedrijfsarts is uitgegaan van een onjuiste belastbaarheid. Inschatting van de bedrijfsarts valt niet binnen zijn professionele marge. Er waren op zijn minst marginale mogelijkheden en de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:2417Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 april 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep gegrond. Het UWV heeft onvoldoende gemotiveerd dat sprake is van geen benutbare mogelijkheden.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:2161Rechtbank Noord-Holland, 3 maart 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Deze uitspraak gaat over de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser in het kader van zijn WIA-uitkering. De rechtbank komt tot het oordeel dat het Uwv het…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:1332Rechtbank Gelderland, 24 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Het UWV heeft het ziekengeld van eiser terecht beëindigd. Beroep ongegrond. Het onderzoek van de verzekeringsartsen is zorgvuldig geweest en de conclusies van de rapporten dat eiser geschikt wordt…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:723Rechtbank Oost-Brabant, 4 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Doorbetalingsverplichting ziektewetuitkering. Re-integratieactiviteiten onvoldoende. Ten onrechte door bedrijfsarts aangenomen dat er geen benutbare mogelijkheden waren.

284 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.