Regeling langdurige zorg

Rlz

Huidige tekst

Artikel 5.22 Rlz

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Het uit het persoonsgebonden budget te betalen bruto loon of de te betalen vergoeding aan een zorgaanbieder bedraagt ten hoogste € 26,98 per uur, tenzij de verzekerde kan aantonen dat de zorg is verleend door: a.een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d of e, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg als bedoeld in artikel 3.3.3 van de wet; b.een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg als bedoeld in artikel 3.3.3 van de wet, en die toebehoort aan een zelfstandige zonder personeel; c.een persoon die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van zorg als bedoeld in artikel 3.3.3 van de wet.

  2. 2

    In afwijking van het eerste lid wordt een bruto uurloon dan wel vergoeding van ten hoogste € 84,99 per uur of € 78,24 per dagdeel gehanteerd of een bruto loon dan wel vergoeding van ten hoogste het door de zorgautoriteit op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg voor de desbetreffende zorg vastgestelde hoger tarief, indien: a.de verzekerde kan aantonen dat de zorg is verleend door een onderneming als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, of een persoon als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c; of b.een verzekerde voor 1 januari 2014 een persoonsgebonden budget ontving als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en onafgebroken een persoonsgebonden budget als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of de wet heeft ontvangen.

  3. 3

    Het eerste lid, onder b en c, is niet van toepassing indien de zorgverlener een echtgenoot of een bloed- of aanverwante in de eerste of tweede graad is van de verzekerde.

  4. 4

    In het te betalen bruto loon of de vergoeding per uur of per dagdeel, bedoeld in het eerste en tweede lid, is, indien van toepassing krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, vakantiebijslag verdisconteerd als bedoeld in die wet.

  5. 5

    Het aantal door de zorgverlener voor de verzekerde gewerkte en betaalde uren mag niet afwijken van het Arbeidstijdenbesluit en mag indien het Arbeidstijdenbesluit niet van toepassing is, niet meer bedragen dan veertig uur per week.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7005Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Intrekking pgb. Nu schending van pgb-verplichtingen vaststaat, was het Zorgkantoor in beginsel bevoegd de verleningsbeschikking vanaf 1 januari 2025 in te trekken. Geen onevenredige belangenafweging.…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2103Rechtbank Noord-Nederland, 22 mei 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Deze uitspraak gaat over de toekenning van meerzorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het zorgkantoor heeft geen toetsbare vergelijking gemaakt tussen de zorgbehoefte en de zorg die ten…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:388Centrale Raad van Beroep, 26 maart 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Verplichting 40-urennorm voor zorgverlener. Dit betreft een dwingendrechtelijke bepaling waarvan in dit geval niet wordt afgeweken. Herziening van het pgb-verleningsbesluit over 2023 terecht…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:963Centrale Raad van Beroep, 26 juni 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Afkeuring zorgovereenkomst terecht in stand gelaten. Terecht geoordeeld dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 5.22, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rlz en dat voor hem…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:964Centrale Raad van Beroep, 26 juni 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Aanvraag pgb op grond van de Wlz. Appellant is een zogenaamde "nieuwe instromer" en voor hem geldt het niet-professionele tarief en niet de hogere vergoeding.

  • ECLI:NL:CRVB:2025:922Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Omvang van het pgb onjuist berekent. De Raad stelt vast dat de rechtbank buiten de omvang van het geding is getreden. Het bestreden besluit gaat alleen over meerzorg. Ten onrechte heeft de rechtbank…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:923Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Het zorgkantoor heeft de omvang van het pgb niet juist berekend en dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Het uurtarief waarop de echtgenoot van appellante zorg verleent is ten onrechte…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:780Centrale Raad van Beroep, 8 mei 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Het zorgkantoor is bij de berekening van het persoonsgebonden budget van appellant over de jaren 2023 en 2024 is uitgegaan van een onredelijk uurtarief. Met appellant is de Raad van mening dat het…

18 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.