Regeling langdurige zorg

Rlz

Huidige tekst

Artikel 4.1 Rlz

Geldt sinds 21 mei 2026

  1. 1

    Van de vermogensgrondslag, bedoeld in artikel 3.3.1.2, tweede en derde lid, van het Besluit, wordt het volgende vermogensbestanddeel afgetrokken: a.het bedrag van een uitkering die een schadevergoeding vormt voor letselschade waarvan de hoogte is vastgelegd in een overeenkomst of rechterlijke uitspraak; b.het bedrag van een uitkering als bedoeld in de artikelen 9bis en 9quater van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; c.het bedrag van een uitkering als bedoeld in artikel 9ter van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; d.een uitkering van kindgebonden budget met betrekking tot de berekeningsjaren 2013 tot en met 2017 door de Dienst Toeslagen in het kader van de herstelactie kindgebonden budget.

  2. 2

    De termijn gedurende welke het bedrag van de uitkering, genoemd in het eerste lid, onderdeel d, wordt afgetrokken van de vermogensgrondslag, bedoeld in artikel 3.3.1.2, tweede en derde lid, van het Besluit, bedraagt een jaar, welke termijn aanvangt in het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de uitkering is verkregen.

  3. 3

    De termijn gedurende welke het bedrag van de uitkering, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, wordt afgetrokken van de vermogensgrondslag, bedoeld in artikel 3.3.1.2, tweede en derde lid, van het Besluit, bedraagt tien jaar, welke termijn aanvangt in het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de uitkering is verkregen.

  4. 4

    De termijn gedurende welke het bedrag van de uitkering, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, wordt afgetrokken van de vermogensgrondslag, bedoeld in artikel 3.3.1.2, tweede en derde lid, van het Besluit, bedraagt drie jaar, welke termijn aanvangt in het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de uitkering is verkregen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:1444Rechtbank Overijssel, 14 maart 2025 (bestuursrecht)

    Hoogte eigen bijdrage Wlz. Ongegrond beroep. De rechtbank volgt het CAK dat het aannemelijk is dat € 73.627,- is voortgekomen uit een letselschadevergoeding van wege een ernstig auto-ongeluk in 1981…

  • ECLI:NL:RBZWB:2019:383Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 februari 2019 (bestuursrecht)

    Berekening eigen bijdrage conform Blz en Rlz. Geen ruimte om rekening te houden met vervoerskosten voor woon-werkverkeer.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:1130Centrale Raad van Beroep, 22 maart 2017 (socialezekerheidsrecht)

    De rechtbank heeft dan ook met juistheid geoordeeld dat de regels van het Blz en de Rlz dwingendrechtelijk van aard en limitatief gesteld zijn. Dat deze regels geen hardheidsclausule of een…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.