Regeling langdurige zorg

Rlz

Huidige tekst

Artikel 4.4 Rlz

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Het bedrag in verband met de premie zorgverzekering, bedoeld in artikel 4.2, aanhef en onder b, bedraagt: a.voor de ongehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt: € 1.987 vermeerderd met 5,32% van het inkomen, met dien verstande dat ten minste € 3.029,45 en ten hoogste € 5.797,61 in mindering wordt gebracht; b.voor de ongehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt: € 1.987, vermeerderd met 5,32% van het bijdrage-inkomen, bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet, met dien verstande dat ten hoogste € 5.797,61 in mindering wordt gebracht; c.voor de gehuwde verzekerden die beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt: voor ieder van de gehuwde verzekerden € 1.987 vermeerderd met 5,32% van het inkomen van die gehuwde verzekerde, met dien verstande dat voor ieder van de gehuwde verzekerden ten minste € 2.697,37 en ten hoogste € 5.797,61 in mindering wordt gebracht; d.voor de gehuwde verzekerden die beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt wordt de aftrek voor ieder van de gehuwde verzekerden overeenkomstig onderdeel b berekend en geldt voor ieder van de gehuwde verzekerden het daarin genoemde maximumbedrag; e.voor de overige gehuwde verzekerden wordt de aftrek: 1°. voor de gehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, berekend overeenkomstig de in onderdeel b geregelde berekeningswijze en geldt het daarbij genoemde maximumbedrag; 2°. voor de gehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt berekend overeenkomstig de in onderdeel c geregelde berekeningswijze en geldt het daarbij genoemde maximum- en minimumbedrag.

  2. 2

    Indien de verzekerde op 1 januari van het peiljaar aanspraak had op een zorgtoeslag wordt op de aftrek, bedoeld in het eerste lid, in mindering gebracht: a.voor de verzekerde die ongehuwd is: een bedrag van € 1.483, met dien verstande dat als zijn inkomen € 26.820 of meer bedraagt dit bedrag wordt verminderd met 13,67% van het verschil tussen zijn inkomen en € 26.820; b.voor de verzekerden die gehuwd zijn: een bedrag van € 2.833 met dien verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen € 26.820 of meer bedraagt dit bedrag wordt verminderd met 13,67% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 26.820.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:1130Centrale Raad van Beroep, 22 maart 2017 (socialezekerheidsrecht)

    De rechtbank heeft dan ook met juistheid geoordeeld dat de regels van het Blz en de Rlz dwingendrechtelijk van aard en limitatief gesteld zijn. Dat deze regels geen hardheidsclausule of een…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.