Regeling houders van dieren

Huidige tekst

Artikel 8.3 Regeling houders van dieren

Geldt sinds 1 januari 2023

Inenting hond 1 Voor zover een hond in een inrichting verblijft, laat de beheerder een hond inenten tegen de volgende ziekten: a.Parvovirusinfectie; b.de ziekte van Carré en c.Hepatitis Contagiosia Canis. 2 Een hond wordt binnen 7 weken na de geboorte tegen de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde ziekten ingeënt, met dien verstande dat, in het geval van verkoop of aflevering, de hond uiterlijk 7 dagen vóór het moment van verkoop of aflevering wordt ingeënt. 3 Voor zover een hond in een inrichting verblijft, laat de beheerder de inenting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en de benodigde herhalingsentingen tegen de in het eerste lid bedoelde ziekten plaatsvinden. 4 Indien bij binnenkomst van een hond de vaccinatiestatus onvolledig of onbekend is, laat de beheerder de hond binnen 5 werkdagen tegen de in het eerste lid bedoelde ziekten inenten. 5 Indien inenting binnen de termijnen, genoemd in het tweede en vierde lid, niet overeenstemt met de bijsluiter van het vaccin, wordt de inenting gedaan binnen de termijn die in de bijsluiter is genoemd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:882Gerechtshof Amsterdam, 31 maart 2026 (strafrecht)

    Onthouden van nodige zorg aan dieren en bedijfsmatig fokken van honden.

  • ECLI:NL:RBOVE:2024:2829Rechtbank Overijssel, 30 mei 2024 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van € 75.000,00, met een proeftijd van 5 jaren en een bijzondere voorwaarde dat de verdachte geen dieren onderhoudt tijdens de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.