Regeling houders van dieren

Huidige tekst

Artikel 3.2 Regeling houders van dieren

Geldt sinds 28 januari 2022

Gevallen waarin melding wordt gedaan De melding, bedoeld in artikel 1.27, eerste lid van het besluit wordt gedaan van de ontvangst van antimicrobiële diergeneesmiddelen ten behoeve van toepassing bij: a.kippen of kalkoenen indien de houder van deze dieren 250 of meer kippen of kalkoenen houdt ten behoeve van de productie van vlees, consumptie-eieren of broedeieren; b.runderen, indien de houder van deze dieren 5 of meer runderen houdt ten behoeve van de productie van melk of vlees; c.kalveren, indien de houder van deze dieren 5 of meer kalveren houdt ten behoeve van de productie van vlees; d.varkens, indien de houder van deze dieren 5 of meer varkens houdt ten behoeve van de productie van vlees; e.konijnen, indien de houder van deze dieren 250 of meer konijnen houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van vlees; f.geiten, indien de houder van deze dieren 25 of meer geiten houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van melk of vlees.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.