Huidige tekst
Artikel 3.5 Regeling houders van dieren
Gevallen waarin een bedrijfsgezondheidsplan en een bedrijfsbehandelplan vereist zijn 1 Een bedrijfsgezondheidsplan en een bedrijfsbehandelplan als bedoeld in artikel 1.28, eerste lid, van het besluit, worden opgesteld wanneer een houder van dieren: a.250 of meer hoenderachtigen, eenden of ganzen houdt ten behoeve van de productie van vlees, consumptie-eieren of broedeieren; b.5 of meer runderen houdt ten behoeve van de productie van melk of vlees; c.5 of meer kalveren houdt ten behoeve van de productie van vlees; d.5 of meer varkens houdt ten behoeve van de productie van vlees; e.250 of meer konijnen houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van vlees; f.25 of meer geiten houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van melk of vlees. 2 Een houder van dieren als bedoeld in het eerste lid, laat per diersoort één bedrijfsgezondheidsplan en één bedrijfsbehandelplan opstellen. 3 In afwijking van het eerste lid laat een houder van eenden, ganzen of andere hoenderachtigen dan kippen of kalkoenen enkel een bedrijfsgezondheidsplan opstellen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.