Huidige tekst
Artikel 3b.3 Regeling houders van dieren
Aangewezen ziekten verbod toepassen niet-levende entstof of serum 1 Als ziekten als bedoeld in artikel 1.61, derde lid, van het besluit worden aangewezen: a.de ziekte van Aujeszky; b.brucella melitensis, b. abortus en b. suis; c.mycobacterium tuberculosis complex; d.enzoötische boviene leukose; e.mond-en-klauwzeer; f.infectie met het runderpestvirus; g.infectie met het riftdalkoortsvirus (riftvalleykoortsvirus); h.infectie met het nodulaire-dermatosevirus; i.infectie met Mycoplasma mycoides subsp. mycoides SC (besmettelijke runderperipneumonie); j.schapenpokken en geitenpokken; k.infectie met het virus van de pest bij kleine herkauwers („peste des petits ruminants”); l.besmettelijke pleuropneumonie bij geiten; m.Afrikaanse paardenpest; n.infectie met Burkholderia mallei (kwade droes); o.klassieke varkenspest; p.Afrikaanse varkenspest; q.hoogpathogene aviaire influenza; r.epizoötische hematopoëtische necrose; s.virale hemorragische septikemie; t.infectieuze hematopoëtische necrose; u.een infectie met zalmanemievirus met HPR-deletie; v.koiherpesvirusziekte; w.een infectie met mikrocytis mackini; x.een infectie met perkinsus marinus; y.een infectie met bonamia exitiosa; z.een infectie met bonamia ostreae; aa. een infectie met marteilia refringens; bb. een infectie met het taurasyndroomvirus; cc. een infectie met het yellowheadvirus; dd. een infectie met het wittevlekkensyndroomvirus. 2 Het verbod, bedoeld in artikel 1.61, derde lid, van het besluit, is niet van toepassing op de toepassing van niet-levende entstoffen of sera tegen één van de ziekten, genoemd in het eerste lid, onderdelen r tot en met dd, bij aquacultuurdieren in het kader van wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van de ontwikkeling en het testen van vaccins tegen de ziekten, bedoeld in die onderdelen, indien: a.de ontwikkeling en het testen plaatsvinden onder gecontroleerde omstandigheden; en b.adequate maatregelen zijn en worden genomen ter bescherming van andere aquacultuurdieren tegen de schadelijke gevolgen van de in het kader van het onderzoek gebruikte niet-levende entstoffen of sera.