Huidige tekst
Artikel 7b.49 Regeling houders van dieren
Registratie uitslag onderzoek 1 De houder bewaart de uitslag van het onderzoek dat krachtens verordening (EG) nr. 2160/2003 of op grond van deze paragraaf namens de houder is uitgevoerd gedurende twee jaar en registreert die uitslag: a.in een register dat op grond van artikel 1.4 Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren is aangewezen als register voor de registratie van die gegevens; of b.bij de minister, voor zover voor de registratie van die gegevens geen aanwijzing als bedoeld in artikel 1.4 Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren heeft plaatsgevonden. 2 De houder verstrekt bij de registratie, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval de volgende gegevens: a.bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035, dan wel het unieke subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid; b.laboratoriumcode, datum, tijdstip en aanduiding van de uitslag; c.bedrijfstype, soort monster, datum monstername, gegevens ter identificatie van de monsternemer, stalnummer waar het monster is genomen, geboortedatum en nummer van het betreffende koppel; d.datum ontvangst bij het laboratorium van het genomen monster, aanvangsdatum laboratoriumonderzoek, soort onderzoek en uitslag van het onderzoek; e.indien van toepassing: serotype en gegevens over afwijking in het monster. 3 Indien blijkt dat gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid, niet juist of volledig zijn, verstrekt de houder de gecorrigeerde gegevens. 4 Geconstateerde aanwezigheid van de serotypes enteritidis, typhimurium, hadar, infantis, virchow en java wordt onverwijld door de houder aan de betrokken afnemer doorgegeven.