Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek

NBW

Huidige tekst

Artikel 271 NBW

Geldt sinds 1 juli 2023

  1. 1

    De artikelen 35, 36, 39, 40 en 41 van Boek 10, zoals die luidden voor inwerkingtreding van de Uitvoeringswet Verordening huwelijksvermogensstelsels en Verordening vermogensrechtelijke gevolgen geregistreerde partnerschappen, blijven van toepassing voor het bepalen van het toepasselijke recht op rechtsbetrekkingen tussen de echtgenoten, indien deze rechtsbetrekkingen op of na 1 januari 1994 maar voor 29 januari 2019 bestonden.

  2. 2

    Het opschrift van Titel 3, Afdeling 3, en de artikelen 42 tot en met 48, 50, 51, 52 van Boek 10, zoals die luidden voor inwerkingtreding van de Uitvoeringswet Verordening huwelijksvermogensstelsels en Verordening vermogensrechtelijke gevolgen geregistreerde partnerschappen, blijven van toepassing op het huwelijksvermogensregime van echtgenoten, die op of na 1 september 1992 maar voor 29 januari 2019 in het huwelijk zijn getreden, tenzij deze echtgenoten op of na 29 januari 2019 het op hun huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht bepalen.

  3. 3

    De artikelen 64, 65, 67, 68 en 69 van Boek 10, zoals die luidden voor inwerkingtreding van de Uitvoeringswet Verordening huwelijksvermogensstelsels en Verordening vermogensrechtelijke gevolgen geregistreerde partnerschappen, blijven van toepassing op rechtsbetrekkingen tussen de partners die voor 29 januari 2019 een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, tenzij deze partners op of na 29 januari 2019 het op de vermogensrechtelijke gevolgen van hun geregistreerd partnerschap toepasselijke recht bepalen.

  4. 4

    Het opschrift van Titel 4, Afdeling 4, en de artikelen 70 tot en met 82, 84 van Boek 10, zoals die luidden voor inwerkingtreding van de Uitvoeringswet Verordening huwelijksvermogensstelsels en Verordening vermogensrechtelijke gevolgen geregistreerde partnerschappen, blijven van toepassing op het vermogensregime van partners die voor 29 januari 2019 een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, tenzij deze partners op of na 29 januari 2019 het op de vermogensrechtelijke gevolgen van hun geregistreerd partnerschap toepasselijke recht bepalen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:1290Hoge Raad, 22 september 2023 (internationaal privaatrecht)

    Internationaal privaatrecht, conflictenrecht. Huwelijksvermogensrecht, overgangsrecht. Art. 271 (oud) Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek. Is art. 10:40 (oud) BW ook van toepassing op…

  • ECLI:NL:PHR:2023:147Parket bij de Hoge Raad, 3 februari 2023 (personen- en familierecht)

    Internationaal Privaatrecht. Huwelijksbetrekkingen. Toestemmingsvereiste art. 1:88 lid 1, aanhef en onder c, BW; art. 3 Wet conflictenrecht huwelijksbetrekkingen (oud); art. 10:40 (oud) BW…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:8525Rechtbank Amsterdam, 12 november 2025 (verbintenissenrecht)

    Franchiseovereenkomst voor vijf jaar. Aankondiging dat het contract niet verlengd zal worden tenzij een verbeterplan wordt uitgevoerd. Partijen worden het niet eens over het verbeterplan. Het niet…

  • ECLI:NL:GHARL:2022:11170Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 december 2022 (civiel recht)

    Rechtsmacht na Brexit. Verordening Brussel I-bis. Terugtredingsakkoord. Internationaal Privaatrecht. Recht dat van toepassing is op bevoegdheid tot vernietiging door andere echtgenoot van…

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:1356Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 mei 2021 (verbintenissenrecht)

    Borgtocht. Schuldeiser gevestigd in buitenland, borg in Nederland. Geen toestemming echtgenote borg. Beroep op art. 1:88 BW. Vraag of schuldeiser te goeder trouw is in de zin van art. 1:89 lid 2 BW.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.