Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek

NBW

Huidige tekst

Artikel 139 NBW

Geldt sinds 1 januari 2003

In geval voor het in werking treden van de wet een door de wet geroepen erfgenaam in de nederdalende lijn bij een gift of in een uiterste wil niet is ontheven van zijn verplichting tot inbreng van de gedane gift, blijft deze, behoudens indien de erflater nadien anders mocht hebben beslist, ook na dat tijdstip daartoe verplicht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2006:AU6712Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2006 (strafrecht)

    Beklag ex art. 552a Sv. X laat bij zijn overlijden € 874.874,99 na aan zijn minderjarige kinderen Y en Z, welk vermogen volgens het OM een criminele herkomst heeft. Het OM heeft ten laste van de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2015:11280Rechtbank Den Haag, 30 september 2015 (personen- en familierecht)

    (oud) erfrecht, diverse geschilpunten

  • ECLI:NL:GHLEE:2012:BY3616Gerechtshof Leeuwarden, 20 november 2012 (civiel recht)

    Erfrecht. Aan de inbreng van giften door de wet gestelde grenzen (art. 4:233 lid 2 BW).

  • ECLI:NL:RBROE:2012:BV7046Rechtbank Roermond, 29 februari 2012 (civiel recht)

    Nalatenschap, rekening en verantwoording, inzage in bankafschriften. Giften, inbrengplicht volgens oud en nieuw recht.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.