Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek

NBW

Huidige tekst

Artikel 120 NBW

Geldt sinds 1 januari 2002

Over het tijdvak vóór het in werking treden van de wet wordt een verjaring waarop de wet van toepassing is, geacht te zijn gestuit door een oorzaak die volgens het tevoren geldende recht stuiting tot gevolg had.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:CA3740Parket bij de Hoge Raad, 7 juni 2013 (civiel recht)

    Verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak, art. 3:324 BW. Stuiting naar oud recht, art. 120 Overgangswet Nieuw BW. Onmiddellijke werking nieuw BW op grond van art. 68a in…

  • ECLI:NL:HR:2002:AE9243Hoge Raad, 13 december 2002 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:2002:AE9243Parket bij de Hoge Raad, 13 december 2002 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:RBARN:2011:BU5175Rechtbank Arnhem, 2 november 2011 (civiel recht)

    Ouders vorderen van zorgverzekeraar vergoeding van kosten medische behandeling die hun zoontje in de VS heeft ondergaan en die toen uitsluitend in de VS werd verricht. Beroep verzekeraar op verjaring…

  • ECLI:NL:GHSHE:2006:AW4163Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 maart 2006 (personen- en familierecht)

    Het hof is van oordeel dat, indien de stellingen van [appellant] komen vast te staan, de situatie aan de orde is zoals geregeld in art. 3:307, lid 2 BW. Er is in dat geval immers sprake van een…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.