Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek

NBW

Huidige tekst

Artikel 121 NBW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    In afwijking van artikel 73 worden aanvang en duur van een verjaringstermijn door de wet bepaald in de gevallen waarin de verjaring overeenkomstig artikel 320 van Boek 3 bij of binnen een jaar na het in werking treden van de wet wordt verlengd.

  2. 2

    De artikelen 2023-2029 van het Burgerlijk Wetboek, zoals die tot aan het in werking treden van de wet golden, blijven gedurende een jaar nadien van toepassing op de gevallen waarin zij totdien toepasselijk waren, tenzij er een grond tot verlenging der verjaring overeenkomstig artikel 321 van Boek 3 bestaat. Na afloop van dat jaar wordt de verjaring geacht nimmer geschorst te zijn geweest.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2014:345Parket bij de Hoge Raad, 25 april 2014 (civiel recht)

    Onrechtmatige daad. Verjaring vordering op grond van gevoerd voogdijbewind, art. 1:377 (oud) BW. Overgangsrecht, art. 73 Ow NBW en Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 NBW. Gronden voor verlenging?…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.