Huidige tekst
Artikel 21 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Voorschrift 21 Luchtpijpen (1) Wanneer luchtpijpen van tanks en lege ruimten benedendeks boven werk- of bovenbouwdekken reiken, moeten de blootgestelde delen van de pijpen van een sterkte zijn die gelijkwaardig is aan de aangrenzende constructies en in voldoende mate beschermd zijn. Er moeten middelen, die blijvend zijn bevestigd aan de pijp of aangrenzende constructie, aanwezig zijn voor het afsluiten van de openingen van de luchtpijpen. (2) De hoogte van luchtpijpen bovendeks tot het punt waar water naar beneden kan binnendringen, moet ten minste 760 millimeter zijn op het werkdek en ten minste 450 millimeter op het bovenbouwdek. De Administratie kan een geringere hoogte van een luchtpijp aanvaarden ten einde te voorkomen dat de visserijwerkzaamheden worden belemmerd.