Huidige tekst
Artikel 20 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Voorschrift 20 Luchtkokers (1) Bij vaartuigen waarvan de lengte 45 meter of meer bedraagt, moeten de luchtkokerpotten, die geen luchtkokerpotten van de ruimte voor machines zijn, een hoogte van ten minste 900 millimeter boven het werkdek en ten minste 760 millimeter boven het bovenbouwdek hebben. Bij vaartuigen waarvan de lengte minder dan 45 meter bedraagt, moet de hoogte van deze potten respectievelijk 760 millimeter en 450 millimeter bedragen. De hoogte boven dek van luchtkokeropeningen van de ruimte voor machines moet ten genoegen van de Administratie zijn. (2) De sterkte van luchtkokerpotten moet gelijkwaardig zijn aan de aangrenzende constructie en door middel van sluitinrichtingen die blijvend zijn aangebracht aan de luchtkoker of aangrenzende constructie, dicht tegen weer en wind gesloten kunnen worden. Wanneer een luchtkoker hoger is dan 900 millimeter, moet hij bijzonder gesteund worden. (3) Bij vaartuigen waarvan de lengte 45 meter of meer bedraagt, behoeven luchtkokers waarvan de potten meer dan 4,5 meter boven het werkdek of meer dan 2,3 meter boven het bovenbouwdek uitsteken, niet te zijn voorzien van sluitinrichtingen, tenzij de Administratie zulks uitdrukkelijk vordert. Bij vaartuigen waarvan de lengte minder dan 45 meter bedraagt, behoeven luchtkokers waarvan de potten meer dan 3,4 meter boven het werkdeel of meer dan 1,7 meter boven het bovenbouwdek uitsteken niet te zijn voorzien van sluitinrichtingen. Indien ten genoegen van de Administratie het niet waarschijnlijk is dat water het vaartuig via luchtkokers van de ruimte voor machines binnenkomt, kunnen zodanige sluitinrichtingen aan luchtkokers vervallen.