Grondwet

Gw

Huidige tekst

Artikel 57 Gw

Onverenigbare functies met het Kamerlidmaatschap redactionele omschrijving

Geldt sinds 21 december 2018

  1. 1

    Niemand kan lid van beide kamers zijn.

  2. 2

    Een lid van de Staten-Generaal kan niet tevens zijn minister, staatssecretaris, lid van de Raad van State, lid van de Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman of substituut-ombudsman, of lid van of procureur-generaal of advocaat-generaal bij de Hoge Raad.

  3. 3

    Niettemin kan een minister of staatssecretaris, die zijn ambt ter beschikking heeft gesteld, dit ambt verenigen met het lidmaatschap van de Staten-Generaal, totdat omtrent die beschikbaarstelling is beslist.

  4. 4

    De wet kan ten aanzien van andere openbare betrekkingen bepalen dat zij niet gelijktijdig met het lidmaatschap van de Staten-Generaal of van een der kamers kunnen worden uitgeoefend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:1977:AC1784Hoge Raad, 11 januari 1977 (strafrecht)

    Bromfietsvalhelm van door de minister vastgesteld goedkeuringsmerk. Uitvoering of subdelegatie?

  • ECLI:NL:PHR:1977:AC1784Parket bij de Hoge Raad, 11 januari 1977 (strafrecht)

    Bromfietsvalhelm van door de minister vastgesteld goedkeuringsmerk. Uitvoering of subdelegatie?

  • ECLI:NL:HR:1961:AG2059Hoge Raad, 27 januari 1961 (belastingrecht)

    Niet uitbetalen pensioen. Algemeen ouderdomspensioen.

  • ECLI:NL:HR:1960:123Hoge Raad, 13 april 1960 (belastingrecht)

    Algemene Ouderdomswet. Is de verplichting om AOW-premie te betalen, terwijl daartegen bezwaar bestaat ontleend aan godsdienstige overwegingen, in strijd met artikel 9 Verdrag van Rome tot bescherming…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.