Grondwet

Gw

Huidige tekst

Artikel 40 Gw

Inkomsten van de Koning en koninklijk huis redactionele omschrijving

Geldt sinds 21 december 2018

  1. 1

    De Koning ontvangt jaarlijks ten laste van het Rijk uitkeringen naar regels bij de wet te stellen. Deze wet bepaalt aan welke andere leden van het koninklijk huis uitkeringen ten laste van het Rijk worden toegekend en regelt deze uitkeringen.

  2. 2

    De door hen ontvangen uitkeringen ten laste van het Rijk, alsmede de vermogensbestanddelen welke dienstbaar zijn aan de uitoefening van hun functie, zijn vrij van persoonlijke belastingen. Voorts is hetgeen de Koning of zijn vermoedelijke opvolger krachtens erfrecht of door schenking verkrijgt van een lid van het koninklijk huis vrij van de rechten van successie, overgang en schenking. Verdere vrijdom van belasting kan bij de wet worden verleend.

  3. 3

    De kamers der Staten-Generaal kunnen voorstellen van in de vorige leden bedoelde wetten alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:1142Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2020 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of in de Verordening forensenbelasting van de gemeente Ommen, in strijd met het (grondwettelijke) gelijkheidsbeginsel onderscheid wordt gemaakt in…

  • ECLI:NL:PHR:2020:1143Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2020 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of in de Verordening forensenbelasting van de gemeente Ommen, in strijd met het (grondwettelijke) gelijkheidsbeginsel onderscheid wordt gemaakt in…

  • ECLI:NL:PHR:2018:374Parket bij de Hoge Raad, 3 april 2018 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen over de vraag of sekswerkers, die seksuele diensten in de seksinrichting van belanghebbende verlenen, tot belanghebbende in dienstbetrekking staan en, indien deze…

  • ECLI:NL:HR:2016:423Hoge Raad, 18 maart 2016 (belastingrecht)

    Inkomen uit werk en woning; beroep op gelijkheidsbeginsel / art. 14 EVRM en art. 26 IVBPR in verband met grondwettelijke vrijstelling leden Koninklijk Huis.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:853Rechtbank Den Haag, 21 januari 2026 (strafrecht)

    Aanwezigheid en strafbare voorbereidingshandelnigen ten aanzien van MDMA. Aanwezigheid (en invoer) van grote hoeveelheid pillen (geneesmiddelen), zoals Tamoll-X en Nervigesic. Geen handelsvergunning…

  • ECLI:NL:GHSHE:2016:986Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18 maart 2016 (belastingrecht)

    Aan belanghebbende is een aanslag erfbelasting opgelegd. In bezwaar doet belanghebbende een beroep op de uitspraak van Rechtbank Breda van 13 juli 2012, nr. AWB 11/5509. Het Hof is van oordeel dat…

  • ECLI:NL:PHR:2015:2420Parket bij de Hoge Raad, 18 december 2015 (belastingrecht)

    Het geschil in cassatie betreft in hoofdzaak de vraag of belanghebbende op grond van het gelijkheidsbeginsel recht heeft op de vrijstelling van de heffing van inkomstenbelasting en premie…

  • ECLI:NL:GHSHE:2015:1663Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 mei 2015 (belastingrecht)

    Belanghebbende heeft box 1 inkomen uit werkzaamheden als lid van de provinciale staten, als lid van de gemeenteraad en uit een fiscale adviespraktijk. Daarnaast heeft hij inkomen in box 2, te weten…

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.