Grondwet

Gw

Huidige tekst

Artikel 37 Gw

Uitoefening koninklijk gezag door een regent redactionele omschrijving

Geldt sinds 21 december 2018

  1. 1

    Het koninklijk gezag wordt uitgeoefend door een regent: a.zolang de Koning de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt; b.indien een nog niet geboren kind tot het koningschap geroepen kan zijn; c.indien de Koning buiten staat is verklaard het koninklijk gezag uit te oefenen; d.indien de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag tijdelijk heeft neergelegd; e.zolang na het overlijden van de Koning of na diens afstand van het koningschap een opvolger ontbreekt.

  2. 2

    De regent wordt benoemd bij de wet. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

  3. 3

    In de gevallen, genoemd in het eerste lid onder c en d, is de nakomeling van de Koning die zijn vermoedelijke opvolger is, van rechtswege regent indien hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

  4. 4

    De regent zweert of belooft trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt, in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal. De wet geeft nadere regels omtrent het regentschap en kan voorzien in de opvolging en de vervanging daarin. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

  5. 5

    Op de regent zijn de artikelen 35 en 36 van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:1988:13Parket bij de Hoge Raad, 14 januari 1988 (belastingrecht)

    art. 5 Wet IB 1964; meewerkaftrek; gelijkheidsbeginsel; art. 26 IVBPR; recht van bezwaar en beroep voor de echtgenoot van degene aan wie een aanslag is opgelegd.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.