Burgerlijk Wetboek Boek 10

BW

Huidige tekst

Artikel 10:97 BW

Geldt sinds 1 april 2014

  1. 1

    Of en onder welke voorwaarden ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.

  2. 2

    Wanneer de persoon, genoemd in lid 1, en de moeder een nationaliteit gemeenschappelijk hebben, geldt voor de toepassing van lid 1 als hun gemeenschappelijke nationale recht het recht van die nationaliteit, ongeacht of zij beiden of een hunner nog een andere nationaliteit bezitten. Bezitten zij meer dan een gemeenschappelijke nationaliteit, dan worden zij geacht geen gemeenschappelijke nationaliteit te bezitten.

  3. 3

    Voor de toepassing van lid 1 is bepalend het tijdstip van de indiening van het verzoek. Is de persoon, genoemd in lid 1, of de moeder op dat tijdstip overleden, dan is, bij gebreke van een gemeenschappelijke nationaliteit op het tijdstip van zijn overlijden, toepasselijk het recht van de staat waar die persoon en de moeder op dat tijdstip elk hun gewone verblijfplaats hadden of, indien ook dat ontbreekt, het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind op het tijdstip van de indiening van het verzoek.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:1428Hoge Raad, 13 oktober 2023 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Internationaal privaatrecht. Conflictenrecht. Art. 1:204 lid 3 BW. Hof bekrachtigt beschikking van rechtbank tot verlening vervangende toestemming van moeder tot erkenning…

  • ECLI:NL:PHR:2023:389Parket bij de Hoge Raad, 31 maart 2023 (personen- en familierecht)

    Internationaal privaatrecht. Personen- en familierecht. Erkenning minderjarig kind door Nederlandse vader (art. 10:95 lid 1 BW); Pools recht toepasselijk op toestemming Poolse moeder (art. 10:95 lid…

  • ECLI:NL:HR:2017:942Hoge Raad, 19 mei 2017 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Nationaliteitsrecht en IPR. Verkrijging van rechtswege van Nederlanderschap door kind uit polygaam huwelijk (art. 3 lid 1 RWN)? Erkenning van buitenslands tot stand…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29750Rechtbank Den Haag, 8 september 2026 (personen- en familierecht)

    Gerechtelijke vaststelling vaderschap.Gelasting DNA-onderzoek.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13135Rechtbank Rotterdam, 2 september 2026 (personen- en familierecht)

    Toewijzing verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap zonder DNA-onderzoek. De rechtbank acht de stellingen van de vrouw, die integraal zijn overgenomen door de bijzondere curator, voldoende…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26618Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Afwijzing gerechtelijke vaststelling vaderschap. Geen rechtsgeldig DNA-onderzoek.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26538Rechtbank Den Haag, 13 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Gerechtelijke vaststelling ouderschap en aanhouding gezamenlijk gezag

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25695Rechtbank Den Haag, 6 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Vernietiging erkenning naar Ghanees recht en gerechtelijke vaststelling vaderschap naar Nederlands recht. Rechtbank heeft het IJI advies gevraagd over de vraag of het Ghanese recht de rechtsfiguur…

153 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.