Burgerlijk Wetboek Boek 10

BW

Huidige tekst

Artikel 10:160 BW

Geldt sinds 1 januari 2012

  1. 1

    Indien in Nederland in geval van faillissement of van uitwinning de opbrengst van een teboekstaand schip moet worden verdeeld, wordt de vraag of, en zo ja, tot welke omvang, een daarbij geldend gemaakte vordering bestaat, beantwoord naar het recht dat die vordering beheerst.

  2. 2

    Of een vordering als bedoeld in het voorgaande lid bevoorrecht is en welke de omvang, de rangorde en de gevolgen van dat voorrecht zijn, wordt beslist naar het recht van de staat waar het schip ten tijde van de aanvang van het faillissement of de uitwinning teboekstond. Evenwel wordt bij de bepaling van de rangorde van vorderingen slechts aan die vorderingen voorrang toegekend boven door hypotheek gedekte vorderingen, die ook naar Nederlands recht een zodanige voorrang genieten.

  3. 3

    Aan een vordering die naar het daarop toepasselijke recht niet op het schip bevoorrecht is, wordt geen voorrang toegekend.

  4. 4

    De leden 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de verhaalbaarheid van een vordering op het schip.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2188Gerechtshof Den Haag, 14 juli 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Conservatoir beslag op zeeschip voor onbetaald gebleven bunkerleverantie aan tijdbevrachter. Opheffing beslag na stellen Rotterdams Garantieformulier door scheepseigenaar. Scheepseigenaar vordert…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:8972Rechtbank Rotterdam, 23 juli 2025 (civiel recht)

    Voorafgaande aan deze zaak heeft eiseres verlof gekregen om conservatoir beslag te leggen op een zeeschip. In deze zaak vordert eiseres een verklaring voor recht dat haar vordering op de…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:5491Rechtbank Rotterdam, 6 mei 2025 (civiel recht)

    Kort geding. Opheffing scheepsbeslag. Artikel 21 Rv. Voor beide rechtsstelsels (Liberiaans en Amerikaans) bestaan zoveel overheersende twijfels dat niet aannemelijk is geworden dat er sprake is van…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:12217Rechtbank Rotterdam, 6 december 2024 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. Discussie over toepasselijk recht in maritieme kwestie. Gedaagde heeft beslag gelegd op het schip van eiser. Om het schip te kunnen laten uitvaren heeft eiser een garantie afgegeven.…

  • ECLI:NL:RBROT:2021:11887Rechtbank Rotterdam, 2 december 2021 (civiel recht)

    Kort geding. Vordering tot opheffing beslag op schip. Toewijzing. Door de beslaglegger ingeroepen recht is summierlijk ondeugdelijk. Beslag is op grond van een maritime lien gelegd ten laste van…

  • ECLI:NL:RBROT:2021:3325Rechtbank Rotterdam, 17 februari 2021 (civiel recht)

    Centraal staat de vraag of een op een schip gelegd beslag onrechtmatig was; ‘maritime lien’; art. 10:160 BW; recht van de Faeroër Eilanden; Deens recht; onverschuldigde betaling; onrechtmatige daad…

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:1964Gerechtshof Den Haag, 6 oktober 2020 (civiel recht)

    Opheffing scheepsbeslag gelegd voor onbetaald gelaten bunkerleveranties aan tijdbevrachter. Vordering verhaalbaar op schip? Rechtskeuze in algemene voorwaarden bunkerleverancier leidt niet tot…

  • ECLI:NL:RBROT:2020:6773Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2020 (verbintenissenrecht)

    Renvooiprocedure. Toepasselijk recht op rangregeling na verkoop schip, cessie en subrogatie? Verbintenisrechtelijke afspraak over betaling bemanningsvordering niet verhaalbaar op schip.

11 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.