Burgerlijk Wetboek Boek 10

BW

Huidige tekst

Artikel 10:152 BW

Geldt sinds 17 augustus 2015

  1. 1

    De artikelen 147 en 148 zijn van toepassing op de erfopvolging van personen wier overlijden na 1 oktober 1996 heeft plaatsgevonden. Op de erfopvolging van personen wier overlijden op of na 17 augustus 2015 heeft plaatsgevonden is artikel 147 alleen van toepassing als het vermogensbestanddeel waarop de verrekening betrekking heeft, ligt in een staat die niet gebonden is door de verordening erfrecht.

  2. 2

    Indien de erflater voor 1 oktober 1996 het op zijn erfopvolging toepasselijke recht heeft aangewezen, wordt die aanwijzing als geldig beschouwd indien zij voldoet aan de vereisten van artikel 5 van het Haags Erfrechtverdrag 1989.

  3. 3

    Indien de partijen bij een overeenkomst inzake erfopvolging voor 1 oktober 1996 het op die overeenkomst toepasselijke recht hebben aangewezen, wordt die aanwijzing als geldig beschouwd indien zij voldoet aan de vereisten van artikel 11 van het Haags Erfrechtverdrag 1989.

  4. 4

    Onverminderd de voorgaande leden kan een aanwijzing door de erflater van het op de vererving van zijn nalatenschap toepasselijke recht of de wijziging van een zodanige aanwijzing, welke is geschied voor 1 oktober 1996, niet als ongeldig worden beschouwd op de enkele grond dat de wet een zodanige aanwijzing toen niet regelde.

  5. 5

    De artikelen 149 en 150 zijn uitsluitend van toepassing op de erfopvolging van personen wier overlijden na 1 oktober 1996 en vóór 17 augustus 2015 heeft plaatsgevonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:19107Rechtbank Den Haag, 15 november 2024 (civiel recht)

    Erfrecht. Verzet tegen uitdelingslijst. Toetsingskader.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:12021Rechtbank Den Haag, 10 augustus 2023 (civiel recht)

    IPR. Benoeming vereffenaar op verzoek van pensioenverstrekker. Erflater is in Spanje overleden, had daar zijn laatste gewone verblijfplaats en had de Spaanse nationaliteit. De (afwikkeling van de)…

  • ECLI:NL:GHARL:2023:377Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 januari 2023 (civiel recht)

    Afstand of verkoop van aandelen in onroerende zaken in Paramaribo die tot een nalatenschap behoren. Vernietiging vanwege bedrog.

  • ECLI:NL:GHARL:2023:378Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 januari 2023 (civiel recht)

    Afspraak tussen ouders en dochter dat zij onroerende zaken in Paramaribo aan haar overdragen ter betaling van geldleningen en met levering na overlijden ouders? Bewijsopdracht aan dochter.

  • ECLI:NL:RBROT:2022:8119Rechtbank Rotterdam, 7 september 2022 (civiel recht)

    Benoeming vereffenaar op verzoek van Vereniging van Eigenaren. Erflater bezat een appartement in Nederland. HIj is in Spanje overleden. Laatste gewone verblijfplaats in Spanje. Nederlands recht niet…

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:1006Gerechtshof Amsterdam, 5 april 2022 (personen- en familierecht)

    Verzoek benoeming vereffenaar ex 4:204 BW afgewezen. IPR 10:149 BW. Invulling laatste ‘gewone verblijfplaats’ van erflater (Spanje). Vereffening wordt niet door Nederlands recht beheerst, dus…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:928Rechtbank Den Haag, 4 februari 2019 (civiel recht)

    Erfrecht. Internationaal privaatrecht. Vereffening van in Duitsland opengevallen nalatenschap. Beneficiaire aanvaarding. Grond voor opheffing? Zijn de kosten van de door de erfgenamen ingeschakelde…

  • ECLI:NL:RBMNE:2016:6487Rechtbank Midden-Nederland, 14 december 2016 (civiel recht)

    IPR. Erfrecht en huwelijksvermogensrecht. Geschil tussen echtgenote van erflater en de beide zonen van erflater over de afwikkeling van het huwelijksvermogen en de nalatenschap.

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.