Burgerlijk Wetboek Boek 10

BW

Huidige tekst

Artikel 10:119 BW

Reikwijdte van het op corporaties toepasselijke recht redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2012

Het op een corporatie toepasselijke recht beheerst naast de oprichting in het bijzonder de volgende onderwerpen: a.het bezit van rechtspersoonlijkheid, of van de bevoegdheid drager te zijn van rechten en verplichtingen, rechtshandelingen te verrichten en in rechte op te treden; b.het inwendig bestel van de corporatie en alle daarmee verband houdende onderwerpen; c.de bevoegdheid van organen en functionarissen van de corporatie om haar te vertegenwoordigen; d.de aansprakelijkheid van bestuurders, commissarissen en andere functionarissen als zodanig jegens de corporatie; e.de vraag wie naast de corporatie, voor de handelingen waardoor de corporatie wordt verbonden, aansprakelijk is uit hoofde van een bepaalde hoedanigheid zoals die van oprichter, vennoot, aandeelhouder, lid, bestuurder, commissaris of andere functionaris van de corporatie; f.de beëindiging van het bestaan van de corporatie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1355Parket bij de Hoge Raad, 12 december 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Kort geding. Verbodsvordering dreigend paulianeus en/of onrechtmatig handelen vooruitlopend op uitkomst M&A-arbitrage. Benadeling in verhaalsmogelijkheden onvoldoende aannemelijk…

  • ECLI:NL:HR:2024:49Hoge Raad, 19 januari 2024 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting; artikel 25 Wet Vpb 1969; heeft belanghebbende recht op verrekening dividendbelasting? Uitleg van de vereisten voor opbrengstgerechtigde en uiteindelijk gerechtigde…

  • ECLI:NL:PHR:2023:821Parket bij de Hoge Raad, 22 september 2023 (internationaal privaatrecht)

    Procesrecht. Arbitrage. Internationaal privaatrecht. Executiegeschil op voet art. 438 Rv; opheffing beslag op IE-rechten; leidt stand vernietigingsprocedure inzake Yukos arbitrale vonnissen (zie HR 5…

  • ECLI:NL:PHR:2022:193Parket bij de Hoge Raad, 28 februari 2022 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de informatiebeschikkingen opgelegd aan een geliquideerde Curaçaose NV. Was deze opgehouden te bestaan naar het recht van Curaçao? Is dienaangaande de…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5724Rechtbank Overijssel, 16 september 2026 (civiel recht)

    Tussenvonnis. Partij wordt opgedragen om op grond van artikel 22 Rv informatie/documenten in het geding te brengen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25984Rechtbank Den Haag, 26 augustus 2026 (civiel recht)

    Bedragen zijn uit de vof gehaald onder de noemer van een lening aan c.q. investering in een derde. Anders dan eiseressen stellen, oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van onrechtmatige…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3265Rechtbank Amsterdam, 1 april 2026 (civiel recht)

    Vorderingen terugbetaling schadevergoeding afgewezen. Rechtsopvolgers niet gebonden aan arrest in eerdere procedure. Geen onverschuldigde betaling (muv proceskosten). Geen onrechtmatige daad.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:181Gerechtshof Den Haag, 24 februari 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Besslag ex art. 435 ldi 3 Rv, vordering tot opheffing. Immuniteit van executie.

92 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.