Burgerlijk Wetboek Boek 10

BW

Huidige tekst

Artikel 10:95 BW

Geldt sinds 1 april 2014

  1. 1

    Of erkenning door een persoon familierechtelijke betrekkingen doet ontstaan tussen hem en een kind, wordt, wat betreft de bevoegdheid van die persoon en de voorwaarden voor erkenning, bepaald door het recht van de staat waarvan die persoon de nationaliteit bezit. Bezit de persoon, genoemd in de eerste volzin, de nationaliteit van meer dan een staat, dan is bepalend het nationale recht volgens hetwelk de erkenning mogelijk is. Indien volgens het nationale recht van die persoon erkenning niet of niet meer mogelijk is, is bepalend het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Is zij ook volgens dat recht niet of niet meer mogelijk, dan is bepalend het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit. Bezit het kind de nationaliteit van meer dan een staat, dan is bepalend het nationale recht volgens hetwelk de erkenning mogelijk is. Is zij ook volgens dat recht niet of niet meer mogelijk, dan is bepalend het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de persoon, genoemd in de eerste volzin.

  2. 2

    De akte van erkenning en de latere vermelding van de erkenning vermelden het recht dat ingevolge lid 1 is toegepast.

  3. 3

    Ongeacht het ingevolge lid 1 toepasselijke recht, is op de toestemming van de moeder, onderscheidenlijk het kind, tot de erkenning toepasselijk het recht van de staat waarvan de moeder, onderscheidenlijk het kind, de nationaliteit bezit. Bezit de moeder, onderscheidenlijk het kind, de nationaliteit van meer dan een staat, dan is toepasselijk het nationale recht volgens hetwelk toestemming is vereist. Bezit de moeder, onderscheidenlijk het kind, de Nederlandse nationaliteit, dan is het Nederlandse recht van toepassing, zulks ongeacht of de moeder, onderscheidenlijk het kind naast de Nederlandse nationaliteit nog een andere nationaliteit bezit. Indien het toepasselijke recht de erkenning niet kent, is toepasselijk het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de moeder, onderscheidenlijk het kind. Het op de toestemming toepasselijke recht bepaalt tevens of bij gebreke van toestemming deze kan worden vervangen door een rechterlijke beslissing.

  4. 4

    Voor de toepassing van de voorgaande leden is bepalend het tijdstip van de erkenning en de toestemming.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:1428Hoge Raad, 13 oktober 2023 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Internationaal privaatrecht. Conflictenrecht. Art. 1:204 lid 3 BW. Hof bekrachtigt beschikking van rechtbank tot verlening vervangende toestemming van moeder tot erkenning…

  • ECLI:NL:PHR:2023:389Parket bij de Hoge Raad, 31 maart 2023 (personen- en familierecht)

    Internationaal privaatrecht. Personen- en familierecht. Erkenning minderjarig kind door Nederlandse vader (art. 10:95 lid 1 BW); Pools recht toepasselijk op toestemming Poolse moeder (art. 10:95 lid…

  • ECLI:NL:HR:2022:685Hoge Raad, 13 mei 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Draagmoederschap en internationaal privaatrecht. Toepasselijk recht, erkenning van buitenlandse rechterlijke beslissing en buitenlandse akte. Inschrijving van…

  • ECLI:NL:PHR:2022:460Parket bij de Hoge Raad, 8 februari 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Draagmoederschap en internationaal privaatrecht. Toepasselijk recht, erkenning van buitenlandse rechterlijke beslissing en buitenlandse akte. Inschrijving van…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30675Rechtbank Den Haag, 18 september 2026 (personen- en familierecht)

    Vervangende toestemming erkenning, gezag, zorg-/omgangsregeling, informatieregeling. IPR ivm Eritrese nationaliteit man en Letse nationaliteit moeder en kind.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29232Rechtbank Den Haag, 11 september 2026 (personen- en familierecht)

    Vervangende toestemming erkenning, gezag, zorg- c.q. omgangsregeling en kinderalimentatie

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26617Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Vervangende toestemming erkenning verleend. Verzoeken ten aanzien van het gezag en de omgang aangehouden. Raadsonderzoek gelast.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8010Rechtbank Amsterdam, 11 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Betreffende een verzoek nietigheid van de erkenning, vervangende toestemming erkenning, gezag en omgang

200 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.