Burgerlijk Wetboek Boek 10

BW

Huidige tekst

Artikel 10:135 BW

Geldt sinds 1 januari 2012

  1. 1

    De vatbaarheid van een vordering op naam voor overdracht dan wel voor vestiging daarop van rechten wordt beheerst door het recht dat op de vordering van toepassing is.

  2. 2

    Voor het overige wordt het goederenrechtelijke regime met betrekking tot een vordering op naam beheerst door het recht dat op de tot overdracht of vestiging van rechten verplichtende overeenkomst toepasselijk is. Dat recht bepaalt in het bijzonder: a.welke vereisten aan een overdracht of vestiging worden gesteld; b.wie gerechtigd is tot uitoefening van de in de vordering besloten rechten; c.welke rechten op de vordering kunnen rusten en welke de aard en de inhoud van deze rechten zijn; d.op welke wijze die rechten zich wijzigen, overgaan en tenietgaan en welke hun onderlinge verhouding is.

  3. 3

    De betrekkingen tussen de cessionaris, onderscheidenlijk de gerechtigde, en de schuldenaar, de voorwaarden waaronder de overdracht van een vordering op naam dan wel de vestiging daarop van een recht aan de schuldenaar kan worden tegengeworpen, alsmede de vraag of de schuldenaar door betaling is bevrijd, worden beheerst door het recht dat op de vordering van toepassing is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:369Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2024 (internationaal privaatrecht)

    Internationaal privaatrecht. EU-mededingingsrecht. Luchtvaartkartel. Follow-on vorderingen. Kwalificatie ‘enkelvoudige en voortdurende inbreuk’ in zin art. 101 VWEU; één vordering van gelaedeerde per…

  • ECLI:NL:PHR:2024:370Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2024 (civiel recht)

    Internationaal privaatrecht. EU-mededingingsrecht. Luchtvaartkartel. Follow-on vorderingen. Kwalificatie ‘enkelvoudige en voortdurende inbreuk’ in zin art. 101 VWEU; één vordering van gelaedeerde per…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2810Gerechtshof Den Haag, 15 september 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Schorsing en hervatting i.v.m. partijwissel en afwijzing/aanhouding incidentele voderingen in procedures tussen India en Mauritiaanse investeerders met betrekking tot de vernietiging en herroeping…

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:4466Rechtbank Amsterdam, 27 juli 2022 (civiel recht)

    Mededingingsrecht. Vrachtwagenkartel. Ontvankelijkheid Claimvehikels die procederen op basis van aan hen gecedeerde schadevergoedingsvorderingen. De eisen die artikel 3:305a BW stelt aan een…

  • ECLI:NL:GHAMS:2021:518Gerechtshof Amsterdam, 23 februari 2021 (civiel recht)

    Schorsingsincident (art. 225 lid 1 onder c Rv). Schorsende partij stelt vordering geïntimeerde op appellant door middel van cessie te hebben verkregen. Schorsingsgrond terecht ingeroepen?…

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:713Gerechtshof Amsterdam, 10 maart 2020 (civiel recht)

    Luchtvaartkartel. Cessie vorderingen aan claimvehikel. Heeft schuldenaar belang bij vaststelling geldigheid cessie of is voor schuldenaar beslissend of hij op redelijke gronden moet aannemen dat (kan…

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:714Gerechtshof Amsterdam, 10 maart 2020 (civiel recht)

    Luchtvaartkartel. Cessie vorderingen aan claimvehikel. Heeft schuldenaar belang bij vaststelling geldigheid cessie of is voor schuldenaar beslissend of hij op redelijke gronden moet aannemen dat (kan…

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:194Gerechtshof Amsterdam, 4 februari 2020 (civiel recht)

    follow-on kartelschadevordering; natriumchloraatkartel- verjaring, beginpunt?; Cogeco-arrest (ECLI:EU:C:2019:263); geldigheid cessies

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.