Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Brra

Huidige tekst

Artikel 6d Brra

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    De rechterlijk ambtenaar die is aangesteld of aangewezen voor een bepaalde arbeidsduur heeft, overeenkomstig hetgeen is overeengekomen in de laatstelijk overeengekomen collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn, aanspraak op een vakantieuitkering, een vergoeding van reis- en verblijfkosten, een vergoeding van verplaatsingskosten, alsmede een gratificatie terzake van veeljarige dienst.

  2. 2

    Artikel 4 is van toepassing ten aanzien van de uitoefening van de bevoegdheden in de ingevolge het eerste lid overeenkomstige bepalingen, met dien verstande dat de daarin aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegekende bevoegdheden en de daarin aan een bepaald gezag toegekende mogelijkheid tot het maken van nadere of afwijkende afspraken door die minister respectievelijk dat gezag worden uitgeoefend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2019:1884Centrale Raad van Beroep, 24 mei 2019 (ambtenarenrecht)

    Inhouding forfaitair bedrag wegens reizen eerste klas. Verzoek om haar reiskostenvergoeding nader te bezien, ten onrechte afgewezen. Nu vaststaat dat het forfaitaire bedrag dat verweerder vanwege het…

  • ECLI:NL:CRVB:2016:2542Centrale Raad van Beroep, 7 juli 2016 (ambtenarenrecht)

    Met verweerder, en anders dan appellante heeft aangevoerd, is de Raad van oordeel dat het gevoerde beleid de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten gaat en dat het beleid geen…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.