Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Brra

Huidige tekst

Artikel 3b Brra

Geldt sinds 1 juli 2010

  1. 1

    Een raadsheer-plaatsvervanger, een rechter-plaatsvervanger, een plaatsvervangend advocaat-generaal bij een tot het openbaar ministerie behorend parket, een plaatsvervangend officier van justitie of een plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen kan op zijn eigen verzoek tijdelijk worden aangewezen voor een al dan niet volledige arbeidsduur.

  2. 2

    De aanwijzing geschiedt voor een bepaalde tijd en kan worden verlengd. De tijdsduur van aanwijzing en verlenging tezamen kan niet meer dan drie jaar bedragen. Een volgende aanwijzing is slechts mogelijk indien na beëindiging van de vorige aanwijzing ten minste zes maanden zijn verstreken. De aanwijzing wordt op eigen verzoek van de rechterlijk ambtenaar beëindigd.

  3. 3

    De aanwijzing, verlenging van de aanwijzing of tussentijdse beëindiging van de aanwijzing geschiedt door Onze Minister onderscheidenlijk, indien het een raadsheer-plaatsvervanger of een rechter-plaatsvervanger betreft, door de Raad voor de rechtspraak. Onze Minister onderscheidenlijk de Raad voor de rechtspraak neemt over de aanwijzing of de verlenging van de aanwijzing niet een besluit dan op voorstel van de functionele autoriteit.

  4. 4

    De arbeidsduur waarvoor een rechterlijk ambtenaar is aangewezen kan op zijn eigen verzoek worden gewijzigd.

  5. 5

    Op een verzoek als bedoeld in het vierde lid beslist Onze Minister onderscheidenlijk, indien het een raadsheer-plaatsvervanger of rechter-plaatsvervanger betreft, het bestuur van het betrokken gerecht. Onze Minister beslist niet dan nadat het advies van de functionele autoriteit is ingewonnen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:1234Parket bij de Hoge Raad, 7 oktober 2021 (civiel recht)

    Vordering Procureur-Generaal bij de Hoge Raad als bedoeld in art. 46o Wrra, op verzoek van functionele autoriteit, tot ontslag rechter-plaatsvervanger op grond van art. 46m, aanhef en onder d, Wrra.…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1236Parket bij de Hoge Raad, 23 augustus 2021 (civiel recht)

    Vordering Procureur-Generaal bij de Hoge Raad als bedoeld in art. 46o Wrra, op verzoek van functionele autoriteit, tot ontslag rechter-plaatsvervanger op grond van art. 46m, aanhef en onder d, Wrra.…

  • ECLI:NL:PHR:2020:360Parket bij de Hoge Raad, 3 april 2020 (burgerlijk procesrecht)

    Arbeidsrecht; procesrecht. Vervolg op HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187. Vordering billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Klacht over behandeling bij hof door…

  • ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6301Centrale Raad van Beroep, 4 april 2013 (ambtenarenrecht)

    In geding is het gehandhaafde besluit van verweerder om appellante niet voor te dragen voor benoeming tot rechter. Raad: Verweerder is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat het negatieve…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.