Besluit personenvervoer 2000

Bp

Huidige tekst

Artikel 82 Bp

Geldt sinds 1 oktober 2019

  1. 1

    Bij de aanvraag voor de chauffeurskaart worden de volgende documenten overgelegd: a.een rijbewijs als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 dan wel een door het bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs, dat geldig is voor het besturen van het motorrijtuig waarmee wordt gereden; b.een geneeskundige verklaring die niet ouder is dan vier maanden, die voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 74, eerste lid; c.een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan vier maanden; d.een door Onze Minister erkend getuigschrift van met goed gevolg afgelegde examens waarbij ten minste de kennis is vastgesteld van de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen, waarbij onderscheid gemaakt kan worden tussen verschillende soorten taxidiensten; e.een niet beschadigde, recente, goed gelijkende pasfoto van de aanvrager, die voldoet aan alle acceptatiecriteria zoals die zijn opgenomen in de bij de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 behorende fotomatrix.

  2. 2

    Op de aanvrager die woonachtig is in een andere lidstaat dan Nederland, dan wel een andere staat die partij is bij de EER, is voor wat betreft de verklaring omtrent het gedrag, artikel 22, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het document of de verklaring niet ouder is dan vier maanden.

  3. 3

    Bij ministeriële regeling kan worden bepaald van welke onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, vrijstelling kan worden verleend.

  4. 4

    Onze Minister kan onder voorwaarden en beperkingen vrijstelling verlenen van de verplichting om het getuigschrift, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, over te leggen.

  5. 5

    Indien naar het oordeel van Onze Minister niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in het vierde lid, kan de vrijstelling worden ingetrokken.

  6. 6

    Indien Onze Minister vermoedt dat de bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, niet meer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een geneeskundige verklaring of een verklaring omtrent het gedrag, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, respectievelijk c, kan Onze Minister verlangen dat die bestuurder zich binnen een door hem vast te stellen termijn aan een nieuw geneeskundig onderzoek onderwerpt, respectievelijk opnieuw verzoekt om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag. De bestuurder overlegt binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn de nieuwe geneeskundige verklaring of de nieuwe verklaring omtrent het gedrag.

  7. 7

    Een aanvrager van een chauffeurskaart die voorafgaand aan de verlening van die chauffeurskaart in het bezit is van een geldige chauffeurskaart, hoeft bij zijn aanvraag geen verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, te overleggen, onverminderd de bevoegdheid om opnieuw afgifte van een verklaring omtrent het gedrag te verlangen, bedoeld in het zesde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2026:373College van Beroep voor het bedrijfsleven, 23 juli 2026 (bestuursrecht)

    Beroep ongegrond. De staatsecretaris heeft de chauffeurskaart van de taxichauffeur terecht ingetrokken. De taxichauffeur had op verzoek van de staatssecretaris een nieuwe VOG overlegd. Nadat bleek…

  • ECLI:NL:CBB:2026:330College van Beroep voor het bedrijfsleven, 21 juli 2026 (bestuursrecht)

    De minister heeft de chauffeurskaart terecht ingetrokken omdat de chauffeur geen nieuwe Verklaring omtrent Gedrag heeft overgelegd.

  • ECLI:NL:CBB:2025:588College van Beroep voor het bedrijfsleven, 4 november 2025 (bestuursrecht)

    Beroep taxichauffeur gegrond. De minister heeft de chauffeurskaart terecht op grond van artikel 10, lid 3, van de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten geschorst, maar had de…

  • ECLI:NL:CBB:2025:591College van Beroep voor het bedrijfsleven, 4 november 2025 (bestuursrecht)

    Beroep van de taxichauffeur tegen de intrekking van zijn chauffeurskaart op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten…

  • ECLI:NL:CBB:2024:395College van Beroep voor het bedrijfsleven, 5 juni 2024 (bestuursrecht)

    Schorsing chauffeurskaart is inmiddels gevolgd door intrekking chauffeurskaart. Geen belang meer bij schorsing van het schorsingsbesluit. Geen spoedeisend belang.

  • ECLI:NL:CBB:2023:736College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19 december 2023 (bestuursrecht)

    Schorsing chauffeurskaart taxichauffeur. Vermoeden dat de taxichauffeur niet meer voldoet aan de eisen voor een VOG. Schorsing beëindigd na strafrechtelijk sepot.

  • ECLI:NL:CBB:2023:327College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27 juni 2023 (bestuursrecht)

    Naar aanleiding van de ontvangen melding van de minister voor Rechtsbescherming was sprake van een vermoeden dat niet meer werd voldaan aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het…

  • ECLI:NL:CBB:2023:99College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28 februari 2023 (bestuursrecht)

    Schorsing chauffeurskaart vanwege het vermoeden dat de bestuurder niet een nieuwe VOG overlegt. Artikel 82, zesde lid, van het Besluit personenvervoer 2000. Artikel 10, derde lid, van de Regeling…

25 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.