Besluit personenvervoer 2000

Bp

Huidige tekst

Artikel 47 Bp

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    De reiziger is met uitzondering van de gevallen, bedoeld in artikel 45, en met uitzondering van de door de vervoerder bepaalde gevallen, verplicht zich van een geldig elektronisch vervoerbewijs te voorzien: a.voordat hij, hetzij het vervoermiddel betreedt, hetzij een gedeelte van een station of halte betreedt waar hij blijkens duidelijke aanwijzingen van de vervoerder in het bezit moet zijn van een geldig elektronisch vervoerbewijs of b.zo spoedig mogelijk nadat hij het vervoermiddel of het gedeelte van het station of de halte heeft betreden, voor zover daar een met afgifte of ontwaarding belaste functionaris of een voor afgifte of ontwaarding bestemd apparaat aanwezig is.

  2. 2

    Een elektronisch vervoerbewijs is geldig indien: a.het een op grond van de concessie door of namens de concessiehouder afgegeven elektronisch vervoerbewijs betreft, b.de reismogelijkheden van het elektronisch vervoerbewijs toereikend zijn voor de te maken reis en het vertrekpunt elektronisch is geregistreerd, c.het elektronisch vervoerbewijs, voor zover het op naam is gesteld, overeenstemt met de identiteit van de houder daarvan en d.de te betalen vervoerprijs voor de reis ten minste gelijk is aan het tarief dat de gebruiker van het elektronisch vervoerbewijs daarvoor verschuldigd is.

  3. 3

    Een elektronisch vervoerbewijs is niet geldig indien het gewijzigd of anderszins bewerkt is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:1750Rechtbank Midden-Nederland, 29 april 2026 (civiel recht)

    Met de trein reizen zonder geldig vervoerbewijs, omdat de kaartautomaten niet werken.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:713Rechtbank Midden-Nederland, 18 februari 2026 (civiel recht)

    Betaling boete, wettelijke verhoging en rente. Proceskosten worden gecompenseerd.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:949Rechtbank Rotterdam, 6 februari 2026 (verbintenissenrecht)

    Gedaagde heeft een treinreis gemaakt zonder geldig vervoersbewijs. NS vordert daarom betaling van de ritprijs met rente en kosten. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde inderdaad geen geldig kaartje…

  • ECLI:NL:RBUTR:2012:BW1070Rechtbank Utrecht, 21 maart 2012 (civiel recht)

    Kort geding. Geschil draait om vraag of er voor een student die met de trein wil reizen in de zogenaamde vrij reizen periode een verplichting bestaat tot het in- en uitchecken met zijn (persoonlijke)…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.