Besluit personenvervoer 2000

Bp

Huidige tekst

Artikel 81 Bp

Geldt sinds 1 oktober 2011

  1. 1

    De vervoerder die taxivervoer verricht, gebruikt ten behoeve van een deugdelijke registratie van de gegevens, bedoeld in artikel 79, derde tot en met vijfde lid, een door Onze Minister verstrekte ondernemerskaart.

  2. 2

    De erkende natuurlijke persoon of rechtspersoon, als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet gebruikt ten behoeve van het installeren, onderzoeken of herstellen van de boordcomputer een door Onze Minister verstrekte keuringskaart.

  3. 3

    Met het besturen van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, wordt slechts diegene belast, die in het bezit is van een geldige, behoorlijk leesbare, door Onze Minister verstrekte chauffeurskaart.

  4. 4

    Voor bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten taxidiensten waarbij gedurende een bepaalde periode meermalen taxivervoer wordt verricht volgens een schriftelijke overeenkomst waarin tarieven zijn vastgelegd, kan in de plaats van de in het derde lid bedoelde chauffeurskaart volstaan worden met een chauffeurskaart onder beperkingen.

  5. 5

    De bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, is in het bezit van een door Onze Minister verstrekte chauffeurskaart of chauffeurskaart onder beperkingen en gebruikt deze kaart ten behoeve van een deugdelijke registratie van de gegevens, bedoeld in artikel 79, derde tot en met vijfde lid.

  6. 6

    Ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens het vierde lid, is in een auto waarmee een in het vierde lid bedoelde taxidienst wordt verricht het deel van de administratie aanwezig waarmee kan worden aangetoond dat daadwerkelijk de in het vierde lid bedoelde soort taxidienst wordt verricht.

  7. 7

    Bij ministeriële regeling kunnen eisen gesteld worden aan het deel van de administratie, bedoeld in het zesde lid.

  8. 8

    Ingeval van verlies, diefstal, beschadiging of een defect van de ondernemerskaart respectievelijk de chauffeurskaart geldt in plaats van de verplichtingen, bedoeld in het eerste en vijfde lid, het bij ministeriële regeling bepaalde.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2026:84College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25 februari 2026 (bestuursrecht)

    Voorlopige voorziening. Schorsing chauffeurskaart. Vermoeden dat verzoeker niet langer voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een verklaring omtrent gedrag vanwege aanwezigheid lachgas in…

  • ECLI:NL:CBB:2026:51College van Beroep voor het bedrijfsleven, 4 februari 2026 (bestuursrecht)

    Voorlopige voorziening. Schorsing chauffeurskaart na verkeersruzie. Staatssecretaris is bevoegd de chauffeurskaart te schorsen vanwege vermoeden dat verzoeker niet meer voldoet aan eisen voor het…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:67Rechtbank Noord-Holland, 7 januari 2026 (bestuursrecht)

    Deze uitspraak gaat over de weigering om aan eiser een verklaring omtrent het gedrag (VOG) te verlenen voor het verkrijgen van een chauffeurskaart bij Kiwa Register B.V. (Kiwa). Eiser is het niet…

  • ECLI:NL:CBB:2025:594College van Beroep voor het bedrijfsleven, 23 oktober 2025 (bestuursrecht)

    Voorlopige voorziening. Schorsing chauffeurskaart na rijden onder invloed van drugs (cannabis). Vermoeden dat verzoeker niet meer voldoet aan eisen voor het afgeven van een nieuwe vog en belang van…

  • ECLI:NL:CBB:2025:561College van Beroep voor het bedrijfsleven, 8 september 2025 (bestuursrecht)

    Voorlopige voorziening. Intrekking chauffeurskaart omdat de chauffeur niet tijdig een nieuwe Verklaring Omtrent Gedrag heeft overgelegd. Geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige…

  • ECLI:NL:CBB:2024:950College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13 december 2024 (bestuursrecht)

    Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Schorsing chauffeurskaart. Taxichauffeur verdacht van overtreden Opiumwet door gebruik lachgas.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:8530Rechtbank Den Haag, 6 juni 2024 (bestuursrecht)

    Eiser heeft een aanvraag gedaan voor een VOG. Verweerder heeft deze in redelijkheid af kunnen wijzen omdat eiser niet voldoet aan zowel het objectieve als het subjectieve criterium. Het beroep is…

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:6171Rechtbank Midden-Nederland, 20 september 2021 (bestuursrecht)

    aanvraag tot afname examens, verweerder heeft bezwaar terecht gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard, beroep ongegrond.

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.