Besluit houders van dieren

Huidige tekst

Artikel 5.7 Besluit houders van dieren

Geldt sinds 1 januari 2018

Volgen aanwijzingen 1 Het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming, bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, van de wet, geschiedt overeenkomstig de door de op grond van artikel 8.1, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaren in het belang van de bescherming van het te doden dier gegeven aanwijzingen. 2 De in het eerste lid, bedoelde aanwijzingen kunnen betrekking hebben op: a.de gang van zaken rond het slachtproces, daaronder mede verstaan de wijze waarop en de volgorde waarin dieren worden aangeboden voor de doding; b.het aantal personen dat betrokken dient te zijn bij het fixeren, doden en verbloeden van het dier; c.het staken van het dodingsproces indien onvoldoende is gegarandeerd dat daarbij wordt voldaan aan de eisen van de verordening (EG) nr. 1099/2009 en van deze paragraaf. 3 Onverminderd het tweede lid mag, naast de bij de dodingshandelingen betrokken personen en de personen die tijdens de dodingshandelingen de israëlitische of islamitische ritus verrichten, ten hoogste één persoon bij het doden aanwezig zijn. 4 Onverminderd het eerste en tweede lid, hebben de aanwijzingen, bedoeld in het eerste lid, geen betrekking op de godsdienstige gebruiken volgens de israëlitische en islamitische ritus bij het proces van het doden zonder voorafgaande bedwelming.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2016:11473Rechtbank Den Haag, 22 september 2016 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. De NVWA geeft kort voor het offerfeest een instructie aan de toezichthoudende dierenartsen inzake het maximale tijdsverloop tussen het aanbrengen van de halssnede en het…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.